| |
Gerrit de Jager: Ik was het maken van stripalbums zat.
Het is al bijna tien jaar geleden dat we spraken met Gerrit de Jager. Hij was toen net begonnen met Zusje voor het dagblad Trouw. Hij produceerde in die tijd een onwaarschijnlijk grote hoeveelheid verschillende strips. Maar het kan verkeren. We spraken met hem over het lot van zijn geesteskindje Doorzon, de economische crisis en een aantal nieuwe projecten.
door Hans Pols
Doorzon BV is weer een eenmansbedrijf. Gerrit de Jager wisselde drie keer van uitgever, Roel en zijn beestenboel, Liefde en geluk en Adam en Eva verdwenen en zelfs De familie Doorzon, jarenlang het boegbeeld van weekblad Nieuwe Revu, is de oude niet meer. Het leven en werk van Gerrit de Jager, al twintig jaar een van de succesvolste stripmakers van Nederland, is flink veranderd.
„Nieuwe Revu kreeg een nieuwe hoofdredacteur, Altan Erdogan, en zoals dat dan gaat moest alles in het blad anders worden. Hein de Kort en ik werden tegelijk bij hem ontboden en we hadden het idee dat we er uit gegooid zouden worden. Dat was niet zo. Hij wilde wel met Hein en mij door, maar hij wilde ook graag dat we iets anders zouden gaan doen. Dat was zo’n opluchting, dat we meteen akkoord gingen.
Ik wilde oorspronkelijk een allochtone versie van De familie Doorzon maken met een Marokkaans crimineeltje, een lekkere dochter en een homoseksuele zoon. Maar het ontbrak me aan tijd om dat echt goed uit te werken. Uiteindelijk werd het vooral een dialoogstrip met pa Doorzon en buurman Youssef die over de heg met elkaar praten, een beetje zoals Vader en zoon van Peter van Straaten. John en Youssef was een ander soort strip dan Doorzon. De grappen waren minder hard en het was meer een feel good-strip, zoals de redactie van Revu dat bij de voorbereidende gesprekken zelf noemde. Ik vond het wel raar dat de redactie van een vrij hard blad juist zo’n soort strip wilde, maar ik ben er mee aan de slag gegaan.
Ik vond het uiteindelijk leuk om te maken en de ontvangst was eigenlijk ook wel goed, maar na iets meer dan een halfjaar bleek dat ook Revu niet ontkwam aan de economische crisis, er waren minder advertentie-inkomsten. Aan Gummbah en Hein de Kort werd daarom gevraagd of ze voor de helft van de prijs wilden werken. Gek genoeg hoorde ik niets van de hoofdredactie. Uiteindelijk bleek dat ze van mij helemaal afwilden. Ik was echt stomverbaasd, ik had dit helemaal niet aan zien komen. Ik had me er al bij neergelegd, toen ik te horen kreeg dat ze op het besluit terugkwamen en me vroegen om alsnog voor Revu te blijven werken, maar dan voor de helft van de prijs. Ik heb gezegd dat ik dat wel wilde doen, maar dat ik dan ook maar de helft van een pagina zou maken. En zo kwam Doorzon weer terug in het blad, op een andere plek en met minder tekeningen.
Maar ja, een halve pagina strip is eigenlijk niks. Met een enkele strook of een hele pagina kun je iets, maar in een halve pagina kun je eigenlijk geen grap vertellen. Of je smeert een grap van een strook uit over twee stroken of je probeert een grap van een pagina in de helft van het aantal stroken te proppen. In beide gevallen is het resultaat teleurstellend. Uiteindelijk werd het daarom geen halve pagina, maar toch één strook waarboven ik met een tekening het onderwerp aankondig.
Met nog maar één strook is Doorzon is eigenlijk Doorzon niet meer. En John en Youssef heeft niet echt tot wasdom kunnen komen. Er zijn 31 afleveringen van verschenen en dat is ook niet genoeg voor een album. De Standaard Uitgeverij zou er wel een boek van willen uitbrengen, maar ik kan het niet opbrengen om er een aantal pagina’s bij te maken en zo een album vol te krijgen.”
Revu is natuurlijk een prachtig blad om als tekenaar in te staan, maar Doorzon is voor mij zakelijk gezien niet zo belangrijk meer. Dat is wel jarenlang zo geweest, maar tegenwoordig niet meer. Ik heb een aantal vaste opdrachtgevers waarvoor ik strips teken en regelmatig heb ik losse opdrachten voor een strip of een illustratie. Toch had ik het wel even benauwd toen ik begin dit jaar als gevolg van de economische crisis zowel Revu als een autofabrikant als klant verloor. Gelukkig viel het mee. Uiteindelijk heb ik een heel goed eerste kwartaal gedraaid.”
De economische crisis leverde zelfs werk op. Deze zomer verscheen een boekje met grappen over de crisis uit het Financieele Dagblad: Broodje crisis. „Ik vind bundelingen dagstrips eigenlijk helemaal niet interessant. Dagstrips zijn gemaakt om per dag te lezen, maar de crisis was een heel mooie aanleiding om er toch een aantal te bundelen. De financiële wereld is voor mij niet onbekend, want mijn vrouw is registeraccountant. Mijn documentatie zit hier dus ’s avonds aan tafel. Ik had de enorme mazzel dat ik net was begonnen bij het FD toen de crisis begon in september 2007. Deze strip is ontzettend leuk om te maken. De redactie van het FD is heel stripminded. Ik ben via Hein de Kort bij hen terechtgekomen. Hij werkte er toen al; hij maakt illustraties, tegenwoordig werkt hij er vast en heeft hij ook een vaste plek behalve op dinsdag. Het is een leuke krant om voor te werken, het is ook de enige krant die nog in de lift zit.”
Het was al weer een tijdje geleden dat er voor het laatst een boek verscheen van Gerrit de Jager. Dat was Doorzon 31: Viva Vinex!, het derde en waarschijnlijk laatste album dat verscheen bij de Standaard uitgeverij. In de afgelopen paar jaar heeft De Jager heel wat perikelen met uitgevers achter de rug. In 2002 ging hij weg bij uitgeverij Big Balloon om bij uitgeverij Meulenhoff te gaan werken. „Voor die uitgeverij was Jacques Post begonnen met het opbouwen van een stripfonds. Jacques liep eigenlijk voor op de trend van vandaag om strips in de reguliere boekhandel te krijgen en die kans kreeg hij bij Meulenhoff (onder het label M, red.).Helaas kwam dat toen niet echt van de grond en kort nadat Jacques mij en Hein de Kort had binnengehaald, hield Meulenhoff alweer met strips op. Dat was uiteraard een teleurstelling voor ons.
Het maken van stripalbums was eigenlijk nooit mijn hoofdbezigheid. Een paar jaar geleden was ik het hele maken van stripalbums al zat. Het was elke keer weer een hoop extra werk. De wisseling van uitgevers heeft me geen goed gedaan. En het was ook niet goed voor de verkoop van de albums. Bij elke wisseling daalde de verkoop verder en dat vorige uitgevers hun voorraden dumpten, was ook al niet bevorderlijk voor de verkoop. Ik heb er over gedacht om helemaal te stoppen. Toen Jacques Post naar uitgeverij Luitingh vertrok, heb ik daar ook een gesprek gehad. Toen kwam ik echt op een breekpunt. Daar kwam nog bij dat ik veel meer bezig was met het runnen van een kantoor dan met het maken van strips. Ik had mensen in vaste dienst die me assisteerden bij het tekenen, een secretaresse… Bovendien was onze dochter net geboren en het is heel vervelend als zo’n meisje op haar kamer ligt te huilen, terwijl er allemaal vreemde mensen rond lopen die hun werk moeten doen. Nadat eenmaal het besluit was genomen om niet met Luitingh door te gaan, heb ik ook een punt gezet achter mijn stripalbums.”
„Toen stond er ineens een directeur van de Standaard voor de deur die vond dat ik bij hem moest komen werken. Ik voelde me natuurlijk gevleid, maar ik ben eerlijk geweest en ik heb hem ook verteld dat ze geen hoge verkoop hoefden te verwachten. Niettemin wilden ze me graag hebben bij de Standaard. Ik zei niet meteen ja, maar uiteindelijk haalde Jacco Groot, de uitgever van De Harmonie die ik om advies had gevraagd, me over de streep. Het is wel sneu voor Standaard, want ze hebben niet meer dan drie albums van Doorzon kunnen uitgeven. Ik ben blij dat ik nu met een paar nieuwe uitgevers een nieuwe start kan maken en ook niet meer vastzit aan een serie, ik maak alleen nog maar eenmalige projecten.”
„Het eerste daarvan is Broodje crisis. Je ziet op het moment overal uitgevers die geïnteresseerd zijn in strips. Zelf breng ik in oktober een boek uit bij Nieuw Amsterdam en ik ben in gesprek met Atlas. Dat zijn toch twee grote literaire uitgevers. Voor Atlas ga ik iets maken over dertig jaar Doorzon. Het plan om iets voor Atlas te gaan doen, was er al een tijdje. Maar in Laren werd het concreter. Op de expositie Strip en kunst lagen twee agendapagina’s van mij en toen bedacht ik dat dat de manier is om het te gaan doen. Ik heb al mijn agenda’s bewaard en met alles wat ik er in geschreven, getekend en geplakt heb, vertellen ze een heel verhaal. Het wordt een heel persoonlijk boek waarin van alles voorbijkomt: dingen die met Doorzon te maken hebben, maar bijvoorbeeld ook de scheiding van mijn vrouw, de dood van mijn vader en de breuk met Wim Stevenhagen. Een autobiografische strip tekenen past niet bij mij, daar houd ik niet van. Ik ben nog een tekenaar van de ouderwetse soort die dingen verwerkt. Het album Doodzonde bijvoorbeeld is helemaal gebaseerd op de dood van mijn vader. Elke stripmaker verwerkt dingen uit zijn eigen leven. Ik heb onlangs de biografie gelezen van Charles M. Schulz en het is fascinerend om te lezen hoe allerlei dingen uit zijn eigen leven terugkomen in Peanuts: de geboorte van zijn kinderen, zijn scheiding, het zit er allemaal in. Ik vind dat als kunstenaar veel interessanter dan een autobiografische strip, waarin iemand precies in zeventien plaatjes beschrijft hoe hij een brief gaat posten. Zó larmoyant! Ik denk dat ik met deze vorm een heel persoonlijk boek maak, maar het moet natuurlijk ook verkopen, dus zal ik de agendapagina's afwisselen met relevante pagina’s Doorzon, geen Best of-uitgave, maar pagina’s waar een verhaal achter zit.”
„Voordat het zo ver is, kom ik eerst met een boek van 244 pagina’s dat Striptekenen met Zusje heet: een cursus striptekenen. Zo moeilijk is striptekenen niet. Je zult zien dat er nauwelijks verschil is tussen het tekenen van een krokodil of van een vliegtuig. Iedereen kan tekenen, we hebben helemaal geen striptekenopleiding nodig. Een paar jaar terug gaf Nieuw Amsterdam een heel leuk kleur-knip-plakdoeboek uit dat we gekocht hebben voor onze dochter. Mijn vrouw Marijke moedigde me aan om ook zoiets te gaan maken. Ik heb kasten vol schetsen die ik daarvoor zou kunnen gebruiken. Met dat idee ben ik naar Nieuw Amsterdam gegaan, de uitgeverij van Derk Sauer, die ik nog ken uit de tijd dat hij hoofdredacteur was van Nieuwe Revu. Het is ook de uitgever van Hard Gras, waarvoor ik een voetbalstripje maak. Zij zagen het wel zitten, maar ze wilden een dik boek hebben. Op een van de proefpagina’s die ik maakte, had ik Zusje zichzelf laten tekenen. Dat vonden ze zo leuk, dat ik dat verder ben gaan uitwerken. Het was ontzettend leuk om te doen.”
„Zusje is helaas gestopt als dagstrip. Ze staat nog wel als paginastrip in weekblad Margriet. Op zich is dat niet zo erg, want toen het Financieele Dagblad er bij kwam, had ik ineens drie dagstrips. Ik maak ook nog elke dag een losse grap voor het AD. Dat is bij elkaar wel veel, maar Zusje is als strip nog springlevend. Ik kan er nog heel veel mee en ik wil de strip graag weer in een krant gepubliceerd zien, maar ik ben wel kritisch. Trouw is een erg mooie krant om voor te werken en ik zie mezelf Zusje niet maken voor bijvoorbeeld een gratis dagblad. Ik maak me ook geen illusies over hoeveel die betalen. Ik ben ook op een punt aangekomen dat ik niet meer zo nodig hoef te publiceren en ik wil mezelf wel kunnen verbeteren. Ik heb in de eredivisie gespeeld en ik hoef niet per se bij FC Volendam te gaan spelen omdat ik zo graag wil blijven voetballen.”
|
|