Meer en beter!
De worsteling van Brecht Evens.

U wist het niet, maar het leven van een stripjournalist is niet geheel zonder gevaren. Verhoogde bloeddruk, tintels in de buikstreek en hartkloppingen… en dat allemaal bij het lezen van Ergens waar je niet wil zijn (sic), het nieuwe boek van Brecht Evens. En ik ben niet de enige, ook andere lezers maken er melding van. Alle superlatieven zijn terecht. Een prachtige uitgave, met oogstrelend grafisch werk, voorzien van een poëtisch, diep menselijk verhaal. Wat wil een mens nog meer? We zochten de man op voor een gesprek over amusement, strips maken, genieten en euforie.

door Roel Daenen

Je nieuwe boek, Ergens waar je niet wil zijn, trapt af met een negatieve titel. Hoezo? Waar wil je dan wel zijn?
„Die titel was het eerste element van het boek waarvan ik zeker was dat ik het ging gebruiken. Ook toen het verhaal er bij aanvang nog heel wat anders uitzag. Ergens waar je niet wil zijn, verwijst naar... (zoekt naar de juiste woorden) plekken of een omgeving waar er, in dit geval, nogal veel geforceerd amusement is. Dat zijn momenten waarop je je niet goed voelt, of niet in de juiste stemming bent, of in een spreekwoordelijk straatje bent dat niet precies is wat je ervan verwachtte of wilde. Het gevoel dat het zich elders afspeelt, of dat het anders moet, dat iemand in een andere hoek van de kamer veel gelukkiger is dan jij. Waar ik dan wel wil zijn? Dat kunnen eigenlijk de zelfde plekken zijn, maar waar je in een andere gemoedsstemming verkeert. Dat zijn dan momenten waarop je niet hard aan het nadenken bent, of aan het piekeren en vloeiend in het leven staat, zoals het personage Robbie in het boek. Zo zijn Robbie en Gert op dezelfde plekken, maar ze reageren daar zeer verschillend op. Ikzelf... nu ben ik waar ik wil zijn, op een balkonnetje in de zon!” (lacht)

Je hebt tijdens je studie aan Sint Lucas een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Je eerste album Boodschap uit de ruimte was echt een stripboekje, Vincent daarentegen was al een pak ambitieuzer en Nachtdieren was een uniek tekstloos universum. Hoe kijk je daar zelf tegen aan?
„Zowel Vincent als Ergens waar je niet wil zijn waren pogingen om iets in elkaar te steken dat heel eerlijk is, veel gevoeliger en realistischer dan het zoveelste ‘gewone’ verhaal. Mijn docenten hebben me echt moeten aansporenom dingen uit te proberen. Ik heb heel veel geëxperimenteerd, omdat dat op school ook de bedoeling was. En stripboekjes maken, tja, dat was eigenlijk iets voor buiten de schoolomgeving. Omdat ik wist dat waarmee ik bezig was te voorspelbaar en te klassiek zou zijn voor de smaak van mijn docenten. Ik vreesde dat ze het niet interessant, veelzijdig en gelaagd genoeg zouden vinden. Ik had echt wel wat moeite op school om daarvoor uit te komen en me te laten begeleiden door mijn leerkrachten.”

Vreemd toch. Je hebt in Gent les gehad van niet de minsten: Ever Meulen, Gerda Dendooven, Goele Dewanckel…
„Ja, zeker Goele. Da’s echt een van de leading ladies van de opleiding, die het helemaal heeft geflikt met mij. Ik heb de laatste twee jaar vooral les gehad van haar, en ze is werkelijk een erg goede leraar. Ze kan zich heel goed inleven in hetgeen je bezighoudt, ze kent de technische problemen en ze is zeer scherp in haar analyses. En ook streng, wat je gemotiveerd houdt. Als je maar lang genoeg op bepaalde zaken wordt gewezen… ja, dan leer je wel bij. (lacht) Ik had het gevoel dat ik telkens zes maanden nodig had om door te krijgen wat ik fout deed en hoe het wel moest. Wat ik van haar vooral geleerd heb is grafisch inzicht, meer nog dan het experiment. En daarmee bedoel ik het besef dat je niet per se hoeft te tekenen met gesloten contourlijnen, of dat soort oogjes, dat soort ruimtes, dat soort… enzovoorts. Ik vind dat de meeste strips heel veel mogelijkheden laten liggen. Er wordt maar weinig gedaan met de grafische mogelijkheden. Er worden veel te veel dingen als vanzelfsprekend beschouwd, zeg maar de ‘conventies’ van de strip, die dat eigenlijk niet zijn. Het is helemaal niet nodig om telkens kadertjes te trekken tussen de verschillende tekeningen, of tekstballonnen te gebruiken, of bij alles contourlijnen te gebruiken bijvoorbeeld. Grafisch is dat nogal saai, en zeker een boek lang.”

Dat gezegd hebbende, waar haal jij je inspiratie vandaan? Je bent niet te beroerd om toe te geven dat je ook wel zaken jat van andere kunstenaars.
„ Ik denk dat elke tekenaar dat doet. Zelf zie ik wel wat van Ever Meulen terug in mijn werk. Ik bedoel de visuele spelletjes met vlakken en ruimtes. Al weet ik niet of hij zich herkent in mijn werk. (lacht) Of Georg Grosz (Duitse schilder en graficus uit het begin van de 20ste eeuw, red.) voor de complexe beelden. Zijn werk leerde me dat je niet per se een kloppend perspectief hoeft te gebruiken. Je kunt gewoon op het blad zetten wat je allemaal wilt tonen en dan wordt de tekening als vanzelf een geheel. Van Mattotti nam ik lange tijd aan dat ik er niet meer door beïnvloed was, maar ik zag recent nog een affiche van hem en ik dacht, ‘Ja, lap!’. Ik zie zijn invloed op mijn personages. Mijn dansende vrouwtjes met wapperende rokken, die heb ik aan hem te danken. Ook zijn zwart-wittekeningen vind ik fantastisch. Mattotti is vooral bekend van zijn kleurenwerk, maar een tijdje geleden heeft hij illustraties voor Hans en Grietje gemaakt. Die zijn echt prachtig, wat een lichteffect! Echo’s van die tekeningen zie je in Ergens waar je niet wil zijn, in de tuin van Disco Harem. Hoe die bomen getekend zijn en hoe die slingerend over de pagina liggen… dat komt echt van Mattotti.
Tekenen is iets waarover ik goed abstract kan nadenken, bij het schrijven van verhalen ligt dat anders. Ik zie de technieken van tekenaars beter dan die van scenaristen of schrijvers. Het kost mij moeite om bijvoorbeeld iets te lenen van David Lynch, of van John Steinbeck. Als ik Steinbecks liefde voor zijn personages voel, denk ik: ‘Dat wil ik ook kunnen overbrengen!’ Maar zoiets constateren is één ding, het kunnen toepassen is iets totaal anders. Het scenario van Ergens waar je niet wil zijn is niet beïnvloed door verhalen van andere schrijvers. Het is eerder het resultaat van mijn eigen observaties. Een zo getrouw mogelijke weergave van wat ik boeiend vind. Het dagelijks leven biedt zoveel inspiratie.”

Ben jij een tekenaar die altijd moet tekenen, zoals andere mensen in- en uitademen?
„Ik kan best een week zonder tekenen, maar als ik mezelf ergens presenteer, dan noem ik me steevast ‘tekenaar’. Dus als je dat een week niet doet, dan voel je je zo… niks. Het lijkt soms wel of ik dwangmatig bezig ben, omdat ik een boek van 180 pagina's heb getekend, maar ik heb wel echt mijn tijd genomen. Ik denk dat ik er goed anderhalf jaar aan gewerkt heb. En ik heb een nogal comfortabele werkomgeving, met weinig afleiding (lacht), dus dan schiet het automatisch goed op. Moest ik echte werkdagen kloppen, met vroeg opstaan en zo, dan zou ik allicht nog veel meer tekenen.”

Naar aanleiding van de publicatie van Ergens waar je niet wil zijn heb je intussen al heel wat interviews weggegeven. Daarin kom je soms over als een impulsief persoon, een losbol zelfs. Toch richt je je in je verhalen veelal op de moeizamere kanten van het bestaan. Vanwaar dat contrast?
„Ha, ja, ja! Ik ben vaak moeizaam in gesprekken maar ik veronderstel dat… (bedenkt zich) Een interview is natuurlijk altijd een beetje een egotrip. Interviews kunnen moeizaam zijn, maar dat gaat dan over werk en als het daar over gaat, ben ik heel trots en spraakzaam. Maar privé voel ik me dikwijls nogal ongemakkelijk, wat veel stof oplevert voor het portretteren van personages. Enerzijds ben ik een echte levensgenieter. Ik heb dan ook een zeer genietbaar leven, kan doen wat ik wil en beschik over veel vrije tijd. Anderzijds ben ik een eeuwige piekeraar. Maar ik probeer er tegen op te boksen, probeer de dingen op een positieve manier uit te leggen voor mezelf. Doe jij dat niet?”

Positief denken?
„Ja, elke situatie zo uitleggen voor jezelf, dat je er eigenlijk niet mee moet zitten. Ik probeer weinig te piekeren in het dagelijks leven, maar voor mijn verhalen is het wel gunstig.”

Niets zo saai als een gelukkig mens?
„Oh! De vooropgestelde uitdaging voor mijn boek was om ook een uitgesproken gelukkig mens te tonen. Dat is het Robbie-personage geworden. En hij is zeker niet saai. De gelukkige mens mooi portretteren is net wat moeilijker. Nu, misschien is niemand simpelweg 'gelukkig'.”

Stel dat je jezelf als personage zou opvoeren in het boek, wie zou je dan zijn?
(lacht) „Ik denk dat ik zou vermijden om dat rechtstreeks te doen. Er zit al zo veel van mij in dit boek. Ik vind het fijner om een breed uitgesponnen beeld van mezelf te verwerken, met een heleboel observaties. Nee, ik denk dat met louter mezelf als personage het wel erg moeilijk zou worden om een overzichtelijk verhaal te maken.”

Je bent 23 en net afgestudeerd. Toch heb je al vier albums gemaakt, wordt je werk momenteel vertaald en prijst de pers je hemelhoog de lucht in. Loop je al naast je schoenen?
„Da’s geen probleem hoor! Misschien dat dezelfde voorzichtigheid waarmee ik probeer niet in piekeren te vervallen me tevens beschermt tegen overdreven euforie. Of een te diepe dip achteraf. Het is moeilijk om langer dan een kwartier echt euforisch te zijn, maar makkelijk om mezelf te wijzen op de vele tekortkomingen in mijn werk. Je kunt ook moeilijk anders dan zeer nederig zijn, als je rondkijkt en al die véél betere artiesten ziet! Als ik bijvoorbeeld een goeie roman lees, dan weet ik dat ik nog heel houterig werk maak. Dus allez, bon, ik zie genoeg tekortkomingen om nog niet te beginnen zweven. De momenten dat ik zweef, probeer ik daarom maar zo lang mogelijk te rekken. Qua opbrengsten stelt mijn striptekenen ook nog niet zoveel voor. Rijk word ik er vooralsnog niet van. Ik krijg nu zo’n goeie twee euro per verkocht album. Maar met een oplage van 1600 exemplaren kun je in zo'n geval moeilijk anderhalf jaar rondkomen. Gelukkig krijg ik subsidies, dat is in vergelijking een veel substantiëler bedrag. Alles bij elkaar is het bijna genoeg om alleen maar met mijn eigen werk bezig te kunnen zijn. Ik maak ook illustraties, iets wat ik heel graag doe. Meer hoef ik op het moment niet bij te klussen. Gelukkig hoef ik maar een lage huishuur te betalen.”

Wat zijn je toekomstplannen?
Meer en beter! Ik wil strips blijven maken. Illustraties zijn net iets minder bevredigend om te maken dan een boek. Als je voor een krant werkt, belandt je werk na een dag of twee bij het oud papier. Een boek is afgesloten, een afgerond verhaal, dat heeft iets tijdloos. Zo'n album gaat zijn eigen leven leiden. Het komt terecht in de boekenkasten van bibliotheken en zo. Ik speel wel eens met de gedachte om eens iets geheel anders te proberen, zoals schilderen, maar het is er nog niet van gekomen. Strips zijn echt geweldig, en onbeperkt! Mijn volgende boek moet weer een stap verder zijn, opnieuw vernieuwen. Als het niet beter is getekend, dan is het een achteruitgang. Ook het verhaal moet beter worden. Complexer, rijker. En dat gaat nog een lange weg zijn… lang genoeg om er weer veel plezier aan te beleven.” (lacht)

 

Brecht Evens (1986, Hasselt) is de benjamin van de ‘Nieuwe Vlaamse Golf’ (zie ZL 165) en gelijk een van de meest succesvolle. Zijn werk staat garant voor artistiek verbluffend vuurwerk. Vier boeken heeft hij reeds op zijn naam, naast werk in het inmiddels ter ziele gegane Vlaamse striptijdschrift Ink, Eisner, Pulp Deluxe en Parcifal. Het tekstloze Boodschap uit de ruimte kwam er in 2005, toen Evens de Prijs van het Stripdebuut van de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde won. Een mysterieus groen wezentje landt met zijn vliegende schotel ergens ter velde en zet het leven op aarde helemaal op z’n kop. Een jaar later maakt hij Vincent, een stevige striproman over een gelijknamige jongeman die een jaartje in Dublin gaat studeren. Het is een muziek- en stripproject met de Nederlandse band Sub. Evens snijdt in dat boek thema’s aan die ook in Ergens waar je niet wil zijn terugkomen: het onbehagen van een introverte jongere, de worsteling met ontluikende liefde en leuk gevonden worden door anderen en het werken aan zelfvertrouwen.
Eind 2007 verschijnt het fantastische Nachtdieren, een tekstloos universum boordevol monsters à la Jeroen Bosch. In zijn meest recente boek, Ergens waar je niet wil zijn, tuurt Evens diep in de ziel en illustreert hij hoe moeilijk het is om écht contact met andere mensen te hebben. Brecht Evens doet dat op een volstrekt unieke en hoogst indrukwekkende manier. De kleuren spatten van de pagina’s en de personages (en hun gelijkgekleurde teksten) dansen vrolijk in polonaises doorheen het boek. Wat een feest!

Website Brecht Evens: http://users.skynet.be/brechtevens/


 
 

meer in ZozoLala 167