| |
De puzzel die Arq heet
Andreas staat bekend om zijn uitdagende, maar ingewikkelde manier van verhalen vertellen. Met de serie Arq doet hij er nog een schepje bovenop en knoopt hij verschillende realiteitsniveaus, bewustzijnsniveaus en heden en verleden door elkaar. Na twee afgeronde cycli van elk zes delen, is het tijd om eens terug te kijken waar Arq eigenlijk over gaat.
door Gerard Zeegers
Een dikke tien jaar geleden startte Andreas (Martens) twee ambitieuze series tegelijkertijd op: het meer toegankelijke Capricornus (een soort occulte James Bond-strip met een onmiskenbaar Andreas-sausje) en het verrassende, originele, maar soms onbegrijpelijke Arq. De nieuwste delen van Capricornus worden niet meer vertaald en lezers die het Frans niet machtig zijn, zullen zijn afgehaakt. Het twaalfde deel van Arq, Missie, werd onlangs wel uitgebracht door uitgeverij Sherpa. Missie is de afsluiting van de tweede cyclus van Arq, dat (volgens de auteur zelf) zal worden beëindigd na de volgende cyclus van nog eens zes delen. Maar wie Andreas een beetje kent, weet dat hij zomaar terug kan komen op een beslissing. Zo kondigt hij in ons interview aan dat hij weer een deel van Rork maakt, dus waarom zou hij niet ooit nog eens verder gaan met Arq?
Omdat een paar delen van de eerste cyclus inmiddels niet meer verkrijgbaar zijn en het onmogelijk is de serie zomaar ergens op te pakken, heeft Sherpa de eerste zes delen nu als paperback gebundeld. Veel liefhebbers vinden dat dit kleinere formaat geen recht doet aan Andreas’ spectaculaire tekenwerk. De tekenaar is er echter zelf wel blij mee en nu zijn de eerste delen tenminste weer verkrijgbaar.
Aanvankelijk begreep ik zelf ook niet zo gek veel van Arq. Toch schafte ik elk jaar weer een nieuw deel aan dat ik vaak met een onbevredigd gevoel weglegde. Na telkens een jaar te moeten wachten, raakte ik de draad kwijt van Andreas’ ingewikkelde puzzel over verschillende werelden en realiteitsniveaus, waarbij ook een paar delen passeerden die ogenschijnlijk weinig met de verhaallijn van Arq te maken hadden (Dorro Zengu en Kruisvuur).
Maar wanneer je alle delen achter elkaar herleest, wordt duidelijk dat het toch echt een coherent verhaal is en dat juist die twee vreemde boeken, die buiten de reeks lijken te staan, cruciale informatie bevatten. Arq is echter geen makkelijk amusement: je moet als lezer voortdurend opletten of je niet iets of iemand hebt herkend en even terugbladeren om het te controleren. Gaandeweg de tweede cyclus wordt er meer uitgelegd en knoopt Andreas veel verhaallijnen aan elkaar. Voor lezers die alsnog benieuwd zijn geworden naar deze serie en serieus overwegen eraan te beginnen, is het raadzaam dit artikel niet verder te lezen. Hier wordt namelijk gepoogd om wat duidelijkheid te scheppen in de puzzel die Arq heet, zonder overigens de pretentie te hebben volledig te zijn.
Orax
De volledige inhoud van Arq chronologisch weergeven, zou een paar pagina’s in beslag nemen. Bovendien, waar zou je moeten beginnen? Andreas schakelt tijdens de serie voortdurend tussen allerlei verschillende periodes, locaties en zelfs realiteitsniveaus. Het meest verwarrende aan de vertelwijze die de tekenaar in Arq hanteert, is de techniek van vooruitwijzing, ook wel flash forward genoemd. Telkens krijgen we korte brokken informatie over gebeurtenissen, die nog zullen worden uitgelegd in andere delen. Als lezer probeer je wanhopig die informatie te verwerken met de kennis die je al hebt. Dat is onmogelijk, omdat je eenvoudigweg te weinig weet om de korte, maar hoogst waarschijnlijk betekenisvolle flitsen te plaatsen. Die techniek brengt de lezer in verwarring en dwingt hem voortdurend alle informatie opnieuw tegen het licht te houden en dus niet passief te lezen, zoals bij een lineair verhaal, maar actief op zoek te gaan naar oplossingen tijdens het leesproces.
Het meest duidelijke voorbeeld van deze techniek zijn de pagina’s waarin het jongetje Amos ontdekt dat zijn broer Mike een ongeluk heeft gehad en naar het ziekenhuis is gebracht. Dit wordt slechts in enkele zwart-witpagina’s verteld, die zijn verdeeld over verschillende delen. Ze duiken opeens op en lijken niets te maken te hebben met de rest van het verhaal. Wie echter goed kijkt, ontdekt een paar aanwijzingen. Zo staat op de achterkant van Amos’ jack een symbool, dat vaker terugkomt in Arq. Het staat op de steen in het midden op de heuvel in Dorro Zengu, het staat op de jas van de blinde Travis/Saron die bekend staat als ontcijferaar. Ook duikt later opeens een onderzoeker op die Mike Amos heet. Is dat dezelfde jongen? En wat betekent de naam Orax toch? Die staat op bijna alle spullen in de kamer van Mike en ook op de busjes die rondom het huis staan, vlak nadat er iets ergs is gebeurd. En heeft die gebeurtenis te maken met de ramp uit 1958, waar onderzoeker Arthur Gilpatric het later over heeft? Over die ramp wil hij maar weinig kwijt, maar het lijkt het antwoord in zich te dragen op de vraag of de werkelijkheid ‘echt’ is of slechts fictie, zoals Gilpatric aan het slot van de tweede cyclus te horen krijgt van zijn medewerker Harry Berlin. We kunnen er wel vanuit gaan dat de spaarzame zwart-witscènes een grote rol zullen spelen in de derde cyclus, omdat de tweede cyclus hier ook mee eindigt. De derde cyclus zal bovendien ook in zwart-wit worden getekend, vertelt Andreas.
Verwarring
Andreas begrijpt heel goed hoe hij zijn lezers kan manipuleren, bleek ook al uit het tweeluik Cyrrus/Mill. In interviews doet hij hier vaak wat nonchalant over. Gezien de extreme hoeveelheid verteltechnieken en vooral de uitgekiende momenten waarop hij bepaalde informatie met de lezers deelt in Arq, die als enige doel lijken te hebben de lezer te verwarren, zitten zijn scenario’s beter in elkaar dan hij toegeeft.
De verwarring van Arq begint al bij het begin van het eerste deel, Elders. Vier personages bevinden zich allemaal op verschillende etages in een flat, op het moment dat een vijfde persoon van het dak springt om zelfmoord te plegen. Een van de vier is Laura die haar pooier neerschiet. Een tweede is een man met verband om zijn hoofd, Montana, die een politie-inspecteur de keel doorsnijdt. Nummer drie en vier zijn Alanna en haar oudere, blinde man Travis, die uitspreken dat ze gaan scheiden. De vijfde is de zelfmoordenaar, Julian, een computerwhizzkid die geen uitweg meer ziet. De belevenissen van de personages volgen we in vier horizontale stroken, die doorlopen over meerdere pagina’s. Een sterk staaltje vertelkunst, waarmee Andreas ons twaalf jaar geleden direct het verhaal inzoog. Maar dan begint de verwarring: de vijf personages bevinden zich opeens in een andere wereld, op verschillende locaties, gekoppeld aan de vier elementen. We lezen hoe ze die wereld ontdekken, die alles in zich heeft van een klassieke fantasy-setting. We hebben echter geen idee hoe ze daar terecht gekomen zijn of wat voor planeet het eigenlijk is. We moeten maar meegaan met het verhaal, hoe het precies in elkaar zit, ontdekken we later wel.
400.000 jaar oud
In de twee daaropvolgende delen, Herinneringen 1 en 2, maken we kennis met de voorgeschiedenis van de personages. Dat lijkt heel duidelijk, maar is het wel allemaal waar? In deel 4 White Dust blijkt dat de personages in een laboratorium ergens in de woestijn zijn gekweekt als embryo’s, waarna hun bewustzijn via een kabel is verbonden aan dat van een vreemd wezen: Arq. Het doel van die vreemde operatie is dat de embryo’s kennismaken met het wezen, dat is ontdekt op de bodem van de oceaan. Arq bevond zich in een cocon uit de 12e eeuw, maar blijkt zelf al 400.000 jaar oud te zijn. Het wezen dat lijkt op een mens, maar het zeker niet is, ligt in coma, maar heeft wel hersengolven.
Onderzoeker Gilpatric probeert via de embryo’s contact met Arq te maken. Gilpatric speelt als onderzoeker een sleutelrol in de wereld buiten Arq, maar deze man met een ooglapje heeft in alle vier de Herinnering-verhalen een andere rol. Zo is hij bij Laura de eigenaar van een mijn waarin haar vader een ongeluk krijgt. Bij Alanna en Travis is hij een vriend van Travis die hem een bril geeft waarmee hij symbolen in een grot kan ‘zien’. Bij Montana speelt hij de rol van politie-inspecteur, bij wie Montana op de eerste pagina van Elders de keel doorsnijdt. Bij Julian is hij onderzoeker van een geheim laboratorium, waar Julian wordt gebruikt als proefpersoon om computers aan hersenen te koppelen. Pas veel later blijkt dat de identiteiten van de personages fictief waren en Gilpatric slechts een rol speelde in die verzonnen herinneringen, die zijn geplaatst in de hoofden van de embryo’s. Weer een voorbeeld van onbegrijpelijke informatie, die later pas wordt uitgelegd. Maar hoe kan het dan dat Gilpatric in de ‘werkelijkheid’ toch een diepe snee heeft over zijn keel?
BuitenArqsen
Behalve de personages die door Gilpatric en zijn team naar Arq worden gestuurd, bevinden zich daar een paar andere personen die eerder al zijn binnengedrongen in het bewustzijn van het wezen. Zo is er nog een proefpersoon al eerder naar het binnenste van Arq is gezonden. Dat was Haskell ‘Sides’ Truck, die een spion bleek te zijn binnen Gilpatrics team. Hij bereikt Arq en neemt daar de vorm aan van soort monster. Al snel na zijn aankomst sterft hij, tenminste zo lijkt het. Later blijkt dat ‘de zwarte meester’, een van de oerbewoners van Arq, zijn lichaam in gebruik heeft genomen.
Er zijn nog meer bewoners van Arq, die zijn echter van veel langer geleden. Dat ontdekken we in het vreemde verhaal Kruisvuur (deel 9) over de twee kruisridders die in de woestijn kennis maken met een nomade en zijn familie. Toevallig blijkt er ook een buitenaards wezen te zijn geland op die locatie. Het buitenaardse wezen Racken en de nomade en zijn zoon (Hodh-Makil en Zenaga) eten alledrie van een witte substantie, die uit de muur van een grot sijpelt. Die substantie gebruikt Hodh-Makil normaal gesproken om gebruiksvoorwerpen te maken en hij heeft daarvan ook de cocon vervaardigd voor Arq. Wanneer ze van de witte, kaneelachtige substantie proeven, verdwijnt er een klein rookwolkje vanuit hun lichaam naar de cocon waar Arq in ligt. Hun bewustzijn is nu binnengedrongen in Arq en neemt daar drie verschillende vormen aan. Die personages Racken, De meester van de dromen (Hodh-Makil) en De meester van de geesten Nonac (zijn zoon) hebben de wereld en de bewoners in Arq vormgegeven. Het is die wereld die de embryo-personages ontdekken wanneer ze 800 jaar later Arqs bewustzijn binnendringen.
Later blijkt dat er nog twee ‘buitenArqsen’ aanwezig zijn: de oerbewoner De zwarte meester (deel 11 en 12) die het wezen Arq ooit heeft gecreëerd en Tehos (deel 10, Tehos). Tehos is een duiker die gewond raakte tijdens de ontdekking van Arqs cocon. Namus, een onderzoeker met een eigen organisatie, die is geobsedeerd door Arq, opende de cocon en injecteerde de witte substantie waarvan die is gemaakt in Tehos. Net als de drie personages uit de 12e eeuw, vertrekt er ook nu een wit wolkje van Tehos naar Arq. Later zal Tehos als spion werken voor Namus, die wil weten wat er zich in het wezen afspeelt.
Eenrichtingsverkeer
De wereld van Arq en onze wereld staan door alle experimenten in contact met elkaar. De nieuwe bezoekers van Arqs bewustzijn brengen veranderingen op gang die onomkeerbaar zijn. Zo veroorzaken zij in deel 6 (Ontwaken) op een gegeven moment een vulkaanuitbarsting waardoor ‘orcieken’ (slakachtige wezens met bijzondere krachten) worden verbrand. De zure regen die vervolgens uit de wolken neerdaalt, verandert alles op de ‘planeet Arq’. De vliegende wezens Mimisaï raken hun vleugels kwijt en de kale woestijn transformeert in een weelderige jungle vol nieuwe planten en dieren.
Het contact tussen Arq en de realiteit verloopt op verschillende manieren, maar het is bijna altijd eenrichtingsverkeer. Er wordt voortdurend gepoogd iets in Arq te projecteren, maar er komt geen reactie. De computerwhizzkid Julian, die verslaafd was aan pillen om niet gek te worden, weet met zijn bewustzijn terug te keren naar het computercentrum. Hij was levend verbrand en werd door een Mimisaï in een van de vijf vreemde torens gelegd, die hoog boven alles uitstaken. Zijn bewustzijn zocht via die torens (de verbinding met de buitenwereld) een weg door een van de vijf kabels naar de computers en verzamelde zo gegevens over Arq. Zo komen zijn reisgenoten later te weten wat er eigenlijk aan de hand is en dat ze slechts gecreëerde personages zijn.
Na de vulkanische uitbarsting wordt het wezen Arq wakker en verlaat hij het laboratorium. Hij ontdekt het woestijndorp Dorro Zengu (Ground Zero) waar allerlei freaks zich verscholen houden. Zij zijn de producten van experimenten met radioactiviteit die Gilpatric in het verleden uitvoerde. In Dorro Zengu wordt Arq geraakt door een soort verdovingspijltje. Het is echter een implantaat van Namus, die op die manier in contact kan komen met zijn spion Tehos. Het is voor het eerst dat iemand van buiten informatie krijgt toegespeeld over het innerlijk van Arq. Verder verdwijnen alleen mensen naar Arq, maar komen ze er nooit meer uit terug. Er lijkt even iets vreemds te gebeuren wanneer Namus met een team de grot uit Kruisvuur terugvindt en daar een muur kapotslaat. Opeens krijgen alle personages van buiten Arq ogen als stralende diamanten (Zwarte Meester).
Codes
Er zijn dus twee duidelijk afgebakende werelden: het universum van Arq en de realiteit waarin onderzoeker Gilpatric probeert informatie te verzamelen over dat universum. Tussen die twee werelden bestaat interactie. Van buitenaf wordt Arqs bewustzijn veranderd door personages te implanteren. Arq ontwaakt en gaat op onderzoek uit in onze wereld. Vooralsnog is dat zonder gevolgen, maar de tweede cyclus eindigt met de boodschap dat Arq nu een ‘missie’ heeft. Waar die precies uit bestaat, is nog onduidelijk.
Gilpatric werkt voor de organisatie American Torch, nadat hij in de jaren ‘60 werd ontslagen door het Pentagon. American Torch wordt geleid door Namus. We maken voor het eerst kennis met hem aan het einde van Kruisvuur. Een manuscript dat door een van de kruisridders in een buitenaardse taal is geschreven, is door hem ontdekt en eindelijk heeft hij de code van die taal gekraakt. Dat is niet alleen handig voor hem, ook wij als lezer kunnen nu terugbladeren. Met de code in de hand kunnen we de dialogen tussen het buitenaardse wezen Racken en de mensen vertalen. Dat is niet zo veel tekst, Racken weet door handoplegging de taal van de mensen te transformeren zodat ze elkaar verstaan. Andreas zet Namus in één pagina duidelijk neer als een rijke man, die obsessief bezig is met het ontcijferen van het geheim van Arq. Hij zit achter een bureau in een enorme ruimte als een medewerker binnen komt rennen met de code. Namus draait zich om met een wrede trek op zijn gezicht en kijkt door het immense raam uit op zee waar de zon op komt. Namus komt nog een paar keer in beeld. Zo was hij aanwezig bij het transport van Arq op het schip en schoot hij een implantaat in Arq zodat hij kon communiceren met Tehos. Het lijkt erop dat Namus nog gedrevener is in het onderzoek naar het geheim van Arq dan Gilpatric.
Realiteit
Maar net als je denkt dat je de structuur van het verhaal onder de knie denkt te hebben (Arq is een apart universum waar we bewustzijnen naar toe kunnen sturen), gooit Andreas alle zekerheden weer overhoop. Want is de wereld van Gilpatric en Namus zelf wel echt? Gilpatric zegt in Tehos iets tegen zijn assistent Harry Berlin wat al het voorafgaande in een ander daglicht zegt: „Kijk om je heen, Harry, en huil! De wereld, ONZE wereld is niet echt!” Tehos begint ook al op een vreemde manier. We zien een aantal personages die we denken te herkennen, maar nu bevinden ze zich opeens in de setting van een keurige buitenwijk. Laura heet hier ineens Anna, Alanna heet Betty en Travis wordt Meneer Ortolan genoemd. De korte conversatie tussen deze personages over Gilpatric, wordt doorsneden met beelden van een krijsende Alanna, die in de wereld van Arq bevalt van een tweeling. Inmiddels ben je eraan gewend geraakt om gewoon door te lezen als er iets vreemds gebeurd in Arq, later zal het toch wel duidelijk worden?
Gilpatric zegt over de werkelijkheid dat die misschien niet echt is, wanneer hij na een helikoptervlucht ontdekt dat ‘de nederzetting compleet is verdwenen’. Over welke nederzetting gaat het? Het dorp waarin Anna, Betty en Ortolan wonen? Heeft dit iets te maken met de gebeurtenis waardoor Mike Amos’ broer naar het ziekenhuis moet?
In Zwarte Meester gaat de dialoog over realiteit tussen Gilpatric en Berlin verder. Opeens blijkt Berlin een agent te zijn van ‘AZS’, een supergeheim controlelichaam, dat alleen bestaat uit vrouwen. Ook Harry is eigenlijk een vrouw en is geïmplanteerd in Gilpatrics werkelijkheid zoals Gilpatric dat heeft gedaan met de embryo’s in Arq. De twee wisselen informatie uit, maar echt veel helderder wordt het niet. Berlin (en wij als lezer onderhand ook) wil graag meer weten over ‘de ramp uit 1958’, omdat daar wel eens het antwoord zou kunnen liggen over wat wel en niet ‘echt’ is. Gilpatric gaat daar niet op in, dit geheim wordt bewaard voor de volgende cyclus.
Wel neemt hij Berlin mee naar een geheim onderzoekcentrum in een berg. Gilpatric moet behandeld worden aan een snee in zijn keel. Een snee die Montana hem toebracht in een bedacht scenario en die nu ineens gaat bloeden. „Hoe verklaar je dat een fictief gebaar tastbare gevolgen heeft in de wereld, waarvan jij denkt dat ie echt is?” vraagt Gilpatric zich af.
Daarmee komen we bij de centrale vraag waar alles in Arq om draait. Wat is realiteit en wat is fictie? Hoe kun je bewijzen dat iets echt is en op wat voor manier kunnen die realiteiten elkaar beïnvloeden? De hele serie draait om een personage, waarin andere personages avonturen beleven. Die worden daarin geïmplanteerd vanuit een werkelijkheid buiten Arq. Wat nu als die werkelijkheid ook wordt bestookt met implantaten vanuit weer een andere werkelijkheid? En wat voor rol spelen wij als lezers hierin, die tenslotte vanuit onze realiteit deze fictieve verhalen lezen? Het lijkt een eindeloos verhaal te worden. Gelukkig belooft Andreas dat hij al een oplossing klaar heeft om voor dit Droste-effect een goed einde te verzinnen.
|
|