Al Davison: ‘Ik wil mensen hoop geven’

Na twintig jaar wachten is er nu dan toch een vertaling van The spiral cage (De spiralen kooi), het weergaloze debuutalbum uit 1988 van de Engelsman Al Davison. „Destijds werd er al wel een enkele autobiografische strip gemaakt,” vertelt hij. „Maar zeker in Engeland was het de eerste.”

door Hans van Soest

In de Engelse stad Coventry is het winkeltje van Maggie Davison een oase van rust. Behalve een fijne selectie strips en manga (Bone, The acme novelty library, Barefoot Gen), verkopen ze er schilderijen, kunstboeken (Katsushika Hokusai), verfmaterialen, dvd’s (veel Japanse anime) en ansichtkaarten. Achter het winkeltje ligt het atelier van haar man Al. Als hij er geen tekenlessen geeft aan mensen uit de buurt, werkt hij er aan zijn strips. „De recessie hakt er flink in bij ons,” vertelt hij. „Maggie verkoopt steeds minder in de winkel. Jarenlang heb ik me kunnen veroorloven om alleen die dingen te doen die ik zelf leuk vond. Nu moet ik ook weer commerciëlere opdrachten aannemen om ons huishouden draaiende te houden.”
Al Davison werd in 1960 geboren met een open ruggetje, of spina bifida zoals het officieel heet. De artsen gaven hem weinig kans te overleven. Maar tientallen operaties later leerde hij zowaar lopen en bekwaamde hij zich in karate en kungfu. Daarin werd hij zo goed, dat hij er anderen les in begon te geven – ondanks het vermoeidheidssyndroom ME dat zijn lichaam op latere leeftijd sloopte. Ondanks de problemen bij hem thuis, ondanks de vele keren dat hij in elkaar werd geslagen omdat hij ‘anders’ was. Van hopeloos brokje ellende tot een veerkrachtige man die anderen onderwijst: het fascinerende levensverhaal van Al Davison wordt gekenmerkt door doorzettingsvermogen.
„Omdat ik de ene na de andere operatie moest ondergaan als baby, heb ik de eerste twee jaar van mijn leven in een isoleerruimte in het ziekenhuis doorgebracht, met een grote zuurstoftank. Geen ramen, geen schilderijen of posters aan de muur. Om me te vermaken, kreeg ik potloden en papier. Daarmee hield ik me bezig. Ik kon eerder tekenen dan ik kon praten. Ik communiceerde aanvankelijk ook met mijn tekeningen als ik de zuster iets duidelijk wilde maken. Ik heb nog er nog een paar van toen ik vier was. De hele vroege heb ik niet meer. Ik tekende mijn dromen. Omdat ik als kind nooit uit die ruimte was geweest, kon ik geen onderscheid maken tussen de werkelijkheid en mijn droomwereld, waarin ik een soort meermin was. Dat heeft de zuster me op een gegeven moment uitgelegd. Die ervaring heb ik ook verwerkt in De spiralen kooi.”

Het boek is inmiddels twintig jaar oud. Wat doet het u nog als u het herleest?
„Sommige delen zijn minder oud, omdat ik voor de Engelse heruitgave van twee jaar terug een nieuw hoofdstuk heb toegevoegd. Dat is ook overgenomen in de Nederlandse vertaling. Maar als ik het herlees, tja, dan wil ik het merendeel overdoen. Dat geldt niet alleen voor mijn werk van twintig jaar geleden, maar ook voor dat wat ik vorige week nog maakte. Ik heb me voor de heruitgave echt moeten beheersen het niet helemaal opnieuw te tekenen. Maar desondanks ben ik er nog steeds trots op. Nog altijd krijg ik brieven van mensen die zeggen dat het boek enorm veel impact op hun leven heeft gehad.”

Wat had u anders willen doen?
„De tekeningen. Inmiddels kan ik veel beter tekenen dan toen. Ik heb meer kaas gegeten van anatomie en mijn personages zien er inmiddels beter uit. Maar De spiralen kooi is een afspiegeling van de Al Davison die ik was toen ik het maakte. Daarom heb ik er uiteindelijk toch niets aan veranderd. Het is begonnen als een dagboek. En een dagboek herschrijf je ook niet omdat je nu andere woorden zou gebruiken als vroeger. Dit ben ik, zoals ik toen was.”

Ondanks de zware thematiek van het boek, wordt het nergens topzwaar. Telkens wisselt u de deprimerende scènes af met lichtvoetige scènes of met kinderdromen. Een bewuste keuze?
„Niet echt. Ik heb destijds niet bewust geprobeerd De spiralen kooi leesbaar te houden. Zo was het gewoon. Mijn jeugd bestond niet alleen uit ellende. Ik wilde dat het boek zo eerlijk mogelijk was. Niet alleen zwart, maar ook wit. Ik heb heel veel mooie en vrolijke herinneringen. Als je het zo bekijkt, is mijn leven niet anders dan dat van anderen. Ondanks mijn handicap. Achteraf, als ik nu terugkijk op hoe het boek is ontstaan, denk ik dat ik misschien onbewust toch wel heb geprobeerd om een verhaal te maken waarin ik niet als slachtoffer zou overkomen. Dat ik me per se niet als zielig wilde afschilderen. Maar tijdens het maken van het boek, was ik daar niet mee bezig.”

U krijgt na al die jaren nog steeds veel reacties?
„Ja, maar niet meer zoveel als toen het boek net uit was natuurlijk. Toen kreeg ik echt heel veel brieven. Ik had verwacht dat het boek vooral interessant zou zijn voor gehandicapten, maar ook anderen bleken er door te worden geïnspireerd. Ik wilde met De spiralen kooi laten zien hoe ver je kunt komen als je uitgaat van je eigen kracht, als je je beperkingen accepteert maar je je niets aantrekt van alles wat anderen over je roepen. Als je anders bent, stuit je op veel agressie. Dat heb ik aan den lijve meegemaakt, heel vaak zelfs. Ik wilde lezers hoop bieden. En dat is blijkbaar ook aangeslagen bij niet-gehandicapten. Ik krijg brieven van mensen die me vertellen dat ze na lezing van het boek de kracht vonden hun leven in eigen hand te nemen. Veel mensen putten energie uit het verhaal. Het doorbreekt het clichébeeld dat een gehandicapte alleen maar zielig is. En oh oh oh wat een ellende maakt die Al Davison toch allemaal mee. Niet dus. Ja, ik heb heel nare ervaringen achter de rug. Maar mijn handicap heeft mijn leven op een bepaalde manier ook verrijkt. Door mijn jarenlange verblijf in het ziekenhuis heb ik een sterke fantasie ontwikkeld. Ik zat daar alleen in mijn isolatiecel, opgesloten in mijn eigen wereldje waarin ik alles kon wat ik wilde. Ik dagdroomde veel. Die dagdromen heb ik ook verwerkt in het boek. Als kind ben je je nog helemaal niet bewust dat je anders bent. Dat komt pas als je ouder wordt. Als kind zit je nog opgesloten in je eigen wereldje. Pas later wordt je geconfronteerd met de boze buitenwereld.”

In hoeverre heeft het boek uw eigen leven veranderd?
„Het heeft me de kans gegeven me te vestigen als tekenaar. Ik heb met De spiralen kooi bewezen dat je in Engeland ook een strip kon maken die niet ging over superhelden. Twintig jaar geleden werden er hier nog nauwelijks alternatieve strips gemaakt. Er werden in die periode al wel enkele autobiografische strips gemaakt, maar zeker in Engeland was De spiralen kooi de eerste.”

Wat voor strips las u dan vroeger?
„Ik las als kind heel veel strips. Maar ik ben als stripmaker net zo goed beïnvloed door schilders als Michelangelo en Japanse fijnkunstenaars. Maar als kind was ik dol op Garth, een krantenstrip van Frank Bellamy. Die heeft enorm indruk op me gemaakt.”

Sinds De minotaurus uit 1992 hebben we weinig van uw werk gezien. Wat heeft u sindsdien gedaan?
„Ik heb een paar jaar gewerkt voor uitgeverij Vertigo aan The dreaming, een spin-off van Neil Gaimans The Sandman. Ik heb meegewerkt aan Hellblazer en op scenario van Jamie Delano heb ik Tainted gemaakt. En een sciencefiction-serie voor DC/Helix: Vermillion op scenario van Lucius Shepard. Maar de laatste jaren is het werk vanuit de Verenigde Staten opgedroogd. Ik ben weer zelf boeken gaan uitgeven. Dat had ik niet meer gedaan sinds de eerste losse deeltjes van De spiralen kooi. Dat is Spiral dreams geworden, een verzameling herinneringen en dromen. Het boek sluit naadloos aan bij De spiralen kooi. In oktober wil ik een nieuw deel uitbrengen. En ik werk aan een nieuw autobiografisch boek: Scar tissue. Dat gaat over mijn vader en hoe hij mij als kind mishandelde en mijn oudere zus seksueel misbruikte.”

Waarom heeft u het daar niet over gehad in De spiralen kooi?
„Ik kon daar toen niet over schrijven, omdat mijn ouders allebei nog leefden. Dat ik er nu toch een boek over maak, is omdat ik een zo volledig mogelijk beeld wil geven van mijn leven. Sommige dingen die ik in De spiralen kooi heb behandeld, zullen ook terugkeren in Scar tissue. Maar het wordt een heel ander boek, al maak ik het wel om de zelfde reden als De spiralen kooi. Ik wil mezelf niet afschilderen als slachtoffer. Ik heb tot dusverre een geweldig leven gehad. Maar ik maak het boek omdat ik mensen hoop wil geven die als kind ook mishandeld zijn. Ik ga mijn vader ook niet demoniseren in het verhaal. Wanneer je iemand alleen maar als monster afschildert, zie je de ware oorzaak van zijn handelen niet. En ik begrijp heel goed waarom mijn vader het deed. Zelf is hij als kind ook mishandeld door zijn moeder. Daar komt bij dat hij een trauma heeft opgelopen in de Tweede Wereldoorlog. Tegenwoordig noemen we dat een posttraumatische stress-stoornis; toen bestond die diagnose nog helemaal niet. Mijn vader kwam uit een klein dorp. De mannen en jongens uit het dorp vormden samen een bataljon. Mijn vader is als enige levend terug gekomen uit de strijd. Weliswaar zwaargewond: met een long en een stuk van zijn maag minder. Dat trauma heeft hij nooit kunnen verwerken. Toen hij stierf, lag hij nog te gillen in zijn sterfbed. Ik denk dat dat ook kwam omdat hij ervan overtuigd was dat hij naar de hel zou gaan om wat hij had gedaan met mijn zus en mij. Mijn vader was zeer streng gelovig. Mijn zus heeft het misbruik niet zo goed kunnen verwerken als ik de mishandelingen. Nog steeds staat ze onder behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis. Daarom zal ik haar kant van het verhaal niet gebruiken voor Scar tissue. Ze heeft wel gezegd dat ik het mocht doen, maar ze is te ziek om zich bewust te zijn van de gevolgen van haar toestemming. Ik wil haar beschermen.”

Waar ligt voor u de grens van wat u zou vertellen in uw autobiografie?
„Bij anderen. Niet bij mezelf. Iedereen mag alles van me weten. Ik hoef me nergens voor te schamen. Maar voor mijn familie ligt dat anders. Uit respect. Destijds bij het maken van De spiralen kooi heb ik mijn ouders en mijn zus ook toestemming gevraagd om hen te mogen opvoeren in het verhaal. Ik wil hun privacy niet schenden. Nu mijn ouders dood zijn, ligt dat minder gevoelig. Mijn vader stierf vijftien jaar geleden, drie weken na mijn moeder. Ik woonde destijds in Londen. Ik werd gebeld dat hij op sterven lag, waarna ik direct de trein naar Newcastle heb genomen. Toen ik daar kwam, werd ook mijn moeder in het ziekenhuis opgenomen. Ze stierf heel onverwacht. Als mijn vader niet op sterven had gelegen, had ik haar niet meer levend gezien. Mijn moeder stierf heel vreedzaam, met een glimlach op haar lippen. Mijn vader niet. Hij was doodsbang.”

U vertelde dat u ook weer commerciëlere opdrachten aanneemt de laatste tijd.
„Ja, ik teken nu aan de serie Doctor Who voor DC Comics en aan House of mystery voor Vertigo.”

U beschrijft in uw autobiografische werk heel vroege jeugdherinneringen. Hoe betrouwbaar zijn die eigenlijk?
„Vrij betrouwbaar. Toen ik bezig was aan De spiralen kooi heb ik ze allemaal getoetst bij mijn moeder. Ik denk dat het komt doordat ik de eerste jaren van mijn leven in een isoleercel heb doorgebracht. Nog niet zo lang geleden zaten Maggie en ik tv te kijken. Er was een documentaire op over een stam Amazone-indianen. Wanneer er een nieuwe sjamaan moest worden gekozen, werd die als baby uit huis weggehaald en in een grot ondergebracht. Hij kreeg de wereld pas te zien als hij ouder was. Alles wat hij had meegemaakt in de jaren in de grot, al zijn visioenen uit die tijd, stond hem daardoor de rest van zijn leven scherp voor de geest. Ik herkende het principe. Ook ik heb heel scherpe herinneringen vanaf het moment dat ik zes maanden oud was. Wanneer je me nu vraagt wat ik twee weken geleden deed, zou ik je het antwoord schuldig moeten blijven. Maar vraag me wat ik deed op 6 december 1965 en ik kan je precies vertellen met welk speelgoed ik toen aan het spelen was.”


 
 

meer in ZozoLala 168