|
Jérôme Jouvray: Zonder goed verhaal is elke strip waardeloos
In studio KCS Production te Lyon werkt de 36-jarige stripmaker Jérôme Jouvray gestaag aan een indrukwekkende stapel strips. Tot dusver was hij hier vooral bekend van zijn humoristische westernstrip Lincoln die hij samen met zijn broer Olivier en zijn vrouw Anne-Claire maakt. Inmiddels is ook het eerste deel vertaald van Vreemde liefde, een vrolijke allegorie op de Koude Oorlog. Jérome heeft de studio samen met zijn broer en – toen nog – verloofde opgericht. Inmiddels zitten ze er met zijn tienen.
„Werken in een atelier inspireert me,” vertelt hij. „Bij ons op de studio aarzelt niemand om even bij de ander over de schouder mee te kijken om te zeggen wat hij van diens werk vindt. Dat vind ik erg prettig. Als ik de hele dag maar een beetje in mijn eentje zou zitten koekeloeren, kwam er niks uit mijn handen.”
door Hans van Soest

Is het niet vervelend dat je vrouw en je broer de hele dag op je lip te zitten?
„Nee hoor, dat gaat best. Weliswaar kleurt mijn vrouw mijn strips in, maar toch werken we helemaal niet zo veel samen. We hebben allebei onze eigen projecten waar we aan werken. In de loop der jaren hebben we een manier van werken gevonden waarbij ieder de nodige vrijheid heeft om zijn eigen dingen te doen. Een mooi evenwicht. En wat mijn broer betreft, met wie ik Lincoln maak: we hebben de zelfde opleiding gevolgd, de zelfde achtergrond, wat maakt dat we het altijd erg snel eens zijn over de aanpak van een bepaalde scène, de indeling van een pagina of een grap in het verhaal. Dat levert dus weinig discussie op.”
Hoe is de samenwerking met je broer ontstaan?
„Ik had al drie albums op mijn naam staan, toen hij een keer met me mee ging naar een stripfestival. We hadden samen gewerkt aan een kort animatiefilmpje voor internet en dat zouden we daar presenteren. Op de terugweg bleek hij enorm enthousiast geworden van alle ontmoetingen die hij er had gehad met andere stripmakers. Hij wilde het ook eens proberen. Dat resulteerde in het scenario voor het eerste deel van Lincoln. Hij liet het me lezen om te weten wat ik er van vond. Het was niet zijn bedoeling dat ik ermee aan de haal zou gaan. Maar dat deed ik wel, want ik vond het geweldig. En mijn uitgever ook en zo zijn we samen begonnen aan de reeks.”
Waarom ben jij ooit strips gaan maken?
„Ik wilde het al heel lang, eigenlijk al sinds ik een kleine jongen was. Ik ben ook studies gaan volgen waarmee ik later als tekenaar mijn brood kon verdienen. Olivier daarentegen heeft tal van andere beroepen uitgeoefend: fotograaf, organisator van autoraces, ontwerper van internetpagina’s. Schrijver is zijn meest recente keuze. Hij heeft er veel lol in en volgens mij heeft hij hiermee eindelijk zijn draai gevonden.”
Lazen jullie veel strips thuis?
„Nou en of. En mijn vader ook, dus dat hielp nogal. Mijn lievelingsstrips in die tijd waren Johan en Pierewiet, Robbedoes, dat soort werk. Later, toen ik op de middelbare school zat, ontdekte ik het werk van Bilal, De duistere steden en Het land van Langvergeten. Toen ik die strips voor een meer volwassen publiek las, wist ik zeker dat dit was wat ik later wilde worden: stripauteur.”
Waar heb je je vrouw ontmoet?
„We kennen elkaar al sinds we jong zijn. We komen allebei uit Lyon en hebben allebei zes jaar in Straatsburg een grafische opleiding gevolgd. Ik heb me daar gespecialiseerd in kinderillustraties. Anne-Claire en ik hebben samen met een vriend ons afstudeerproject gemaakt. Toen we terug kwamen in Lyon, hebben we samen met Olivier de studio opgericht. Dat afstudeerproject heb ik later overigens nog uitgewerkt tot een album bij uitgeverij Delcourt: Toile Cirée (Wasdoek, red.), mijn debuut.”
Waarom hebben jullie met Lincoln een zoveelste western gemaakt?
„Dat zou je eigenlijk aan mijn broer moeten vragen, maar ik weet dat hij dol is op de spaghettiwesterns van Sergio Leone, de strips van Blueberry en de muziek van Eddy Mitchell. Lincoln is natuurlijk een nogal ongeloofwaardig verhaal. Een relaas als dat van een man die God ontmoet en onsterfelijk wordt, is beter te vertellen als je het in een clichématige setting zet, zoals de Verenigde Staten aan het begin van de vorige eeuw. Dat maakt het voor de lezer makkelijker de meer fantastische kant van het verhaal te accepteren.”
Hoe is Vreemde liefde ontstaan?
„Ik kende Stéphane Presle al omdat we samen hebben gewerkt aan een animatiefilmpje. Hij liet me eens een paar van zijn verhalen lezen en die bevielen me. Ik vroeg hem voorzichtig of we misschien ooit eens iets samen zouden kunnen gaan doen. Enkele weken later kwam hij al aanzetten met een lang, meeslepend scenario, genoeg voor driehonderd tot vierhonderd pagina’s strip…”
Schrijf je niet liever je eigen scenario’s?
„Oh dat komt wel, geleidelijk dan. Ik heb zelf al een paar korte verhaaltjes gemaakt en ik ben voorbereidingen aan het treffen voor een soloalbum. Maar dat is voor later.”
Vertel!
„Ik ben met meerdere nieuwe projecten bezig. Voor dat solo-album ben ik nog aan het puzzelen met het scenario. Het gaat over een groepje onervaren jagers. Maar ik ben ook al begonnen aan een one-shot voor uitgeverij Futuropolis, ook samen met Stéphane Presle. Een realistisch drama dat zich afspeelt op het eiland Réunion, waar Stéphane oorspronkelijk vandaan komt. En met mijn broer ben ik iets nieuws aan het voorbereiden voor uitgeverij Le Lombard. En ik moet het slot nog tekenen van Vreemde liefde. En daarnaast heb ik nog allerlei andere, kleinere projecten op stapel staan die ik moet afronden. De komende jaren ben ik volgens mij redelijk druk bezet.”
Je productie is hoog. Hoe snel teken je?
„Dat ligt eraan. Gemiddeld teken ik twee dagen aan een pagina, soms volstaat een enkele dag. Dat ligt aan het aantal plaatjes.”
In Frankrijk is een aantal jaar geleden een nieuwe generatie tekenaars opgestaan die zich onderscheiden door hun wat losse, soms wat krasserige tekenstijl, zoals Sfar, Blain en Larcenet. Hun tekeningen lijken in één keer op het papier gezet, net zoals de jouwe Voel je je met hen verwant?
„Ja toch wel, ook al heb ik de laatste tijd de neiging een steeds realistischer tekenstijl te hanteren. En soms blader ik wel eens door mijn albums en vind ik dat sommige plaatjes zo zouden kunnen worden ingedeeld in de klare lijn-school. Maar ik ben vooral liefhebber van sterk opgebouwde tekeningen die zo snel uit de losse pols lijken te zijn neergezet. Ik kan met enorm veel bewondering kijken naar het werk van Nicolas de Crécy, Blutch of Blain. Van Sfars tekeningen ben ik weer wat minder geporteerd.”
Zowel in Vreemde liefde als in Lincoln is de hoofdpersoon uiterst cynisch. Vanwaar die voorliefde?
„Niet dat ik per se wil dat mijn personages altijd zo zijn hoor, maar wat me zo bevalt aan deze figuren is dat ze voortdurend mokken om de gevolgen van hun eigen handelen. Zij doen wat ze doen vaak uit minder edele motieven. Ik ben dol op verhalen over mensen die niet alleen heel erg slecht zijn maar zeker ook niet heel aardig. Ik ben dol op benepen persoontjes, gluiperds, bangeriken, lafbekken die geen scrupules kennen. Natuurlijk laat je dergelijke figuren in je verhaal als tegenwicht ook iets aardigs doen voor anderen, zodat het verhaal een leuke wending krijgt en de lezer zich eenvoudiger met het personage kan identificeren. Het is immers minder makkelijk een verhaal uit te lezen als de hoofdpersoon alleen maar puur slecht is. Wat de figuur Lincoln betreft, lijkt hij alleen qua uiterlijk wat op mij. Ik heb ook van die fronsende wenkbrauwen.”

Vreemde liefde is ook een politiek pamflet. Waarom hebben jullie ervoor gekozen dat verhaal in een verzonnen wereld te plaatsen?
„Domweg om het ons makkelijker te maken te kunnen spelen met gebeurtenissen die niet in het echt zijn gebeurd. Iedereen die Vreemde liefde leest, ziet dat het verhaal eigenlijk gaat over de voormalige Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, over John F. Kennedy en Marilyn Monroe, maar we wilden ons laten meeslepen door de personages en hen allerlei onrealistische dingen laten beleven die niet zouden hebben gekund in een meer realistische setting. Vreemde liefde is een fabel, een grotesk en fantasierijk avonturenverhaal. Doordat we er allerlei elementen in stoppen die appelleren aan echte gebeurtenissen en personages, proberen we een wat surrealistische sfeer op te roepen. En door een eigen universum te bedenken, is het werk voor mij als tekenaar ook veel leuker. Ik kan me helemaal uitleven op de decors en de voertuigen.”
In Nederland hebben we nogal eens het idee dat Frankrijk en paradijs is voor striptekenaars. De markt is groter, een beginnende stripmaker heeft er meer kansen. Maar tegelijk is de concurrentie met al die duizenden andere stripmakers er ongetwijfeld enorm, is het niet?
„Tja, een paradijs zou ik het niet meteen noemen. Het grote verschil met jullie is natuurlijk wel dat er bij ons veel meer stripuitgevers zijn die altijd op zoek zijn naar nieuwe auteurs en albums. Maar dat leidt er ook toe dat er jaarlijks duizenden albums uitkomen, een veelvoud in vergelijking met jullie. De concurrentie is inderdaad enorm. Het is vrij makkelijk om ergens een eerste album gepubliceerd te krijgen, maar een tweede is al een stuk moeilijker. Dat hangt er helemaal vanaf of je debuut een beetje verkocht heeft.”
Maar om een inzicht te krijgen: in wat voor een oplage wordt Vreemde liefde in Frankrijk gedrukt? In ons taalgebied worden van dergelijke strips gemiddeld 500 tot 1000 exemplaren afgezet.
„Hmm, ik weet het niet helemaal zeker. Volgens mij worden er van elk deel 4000 stuks gedrukt. Navenant is dat dus niet eens zo heel erg veel meer dan wat er wordt gedrukt voor de veel kleinere Nederlandstalige markt.”
Je maakt ook tekenfilms. Vind je dat leuker dan strips maken?
„Beide media liggen behoorlijk dicht bij elkaar. In allebei de gevallen vertel je een verhaal via beelden. Ook de werkwijze verschilt niet zo veel. Bij een tekenfilm heb je enorm veel tekeningen nodig om een beweging weer te geven, terwijl je bij een strip met één tekening kunt volstaan. Bij strips zit daarom de moeilijkheid erin hoe je de juiste beweging, de juiste houding van de personages kunt weergeven in één enkel plaatje zonder dat je de sfeer van het verhaal geweld aandoet. Alles moet kloppen in die ene tekening. Als ik een tekenfilm maak, werk ik het liefst ook met enkele van zulke sterke beelden. De serie tekeningen die er aan vooraf gaat en die er na komt om de beweging mee uit te beelden, maak ik pas later.”
Wanneer vind jij een stripalbum geslaagd?
„Wanneer goede, expressieve tekeningen ten dienste staan van een goed verhaal! De tekening moet je een strip binnen trekken, die moet daarom altijd sprekend zijn. Wanneer een lezer een tekening voor het eerst ziet, moet die hem meteen raken, op wat voor manier dan ook. Voor zoiets bestaat geen formule, iedereen heeft een andere smaak. Maar dan nog, als je de lezer eenmaal met je tekeningen bij zijn kladden hebt gegrepen en het verhaal is klote, dan is het album alsnog waardeloos. Een goed scenario kan een album redden als de tekeningen middelmatig zijn, maar mooi tekenwerk kan een album niet redden als het verhaal totaal ruk is. In een goed album is er een ware chemie tussen de tekeningen en het scenario. Er moet een goed evenwicht zijn, als het elkaar aanvult, dan loopt het.”
Ben je tevreden met Vreemde liefde?
„Ik ben er super tevreden mee! Ik mag een verhaal in beeld brengen dat ik ronduit geniaal vind. Ik ben nog niet klaar met het laatste deel, maar ik baal er nu al van dat ik er straks mee moet stoppen. Het einde is echt geweldig, geloof me! Stéphane is een kei in het bedenken van goede personages en opmerkelijke ontwikkelingen. De serie is nog niet echt opgepakt door het grote publiek, maar ik ben optimistisch.”
|