De kunst van het afscheid nemen
Nate Powell wil houvast bieden met Verzwelg me!

De jonge Amerikaan Nate Powell (1978) was vorig jaar de onverwachte winnaar van de prestigieuze Eisner Award voor het beste boek van het jaar met Swallow me whole.  Onder de titel Verzwelg me! is er nu ook als Nederlandse uitgave bij uitgeverij Sherpa. Het is het verontrustende relaas van twee jonge adolescenten die naast de gebruikelijke problemen van het volwassen worden, ook worstelen met schizofrenie en hallucinaties. Zo ziet Ruth overal insecten en heeft ze ‘contact’ met een grote kikker in een museum waar ze werkt. Perry heeft een dwangneurose die wordt gevoed door een klein tovenaartje bovenop zijn tekenpotlood die hem dwingt van alles te doen.

door Hans van Soest

„Verzwelg me! is ontstaan uit meerdere bronnen,” vertelt Powell. „In de herfst van 2001 had ik een droom die later het raamwerk van het verhaal zou vormen. Het ging over een jongen met een tovenaar op zijn tekenpotlood en over insecten. Ik heb een jaar de tijd genomen om die droom uit te werken tot een goed scenario. Dat is de verhaallijn rond Perry geworden. In die zelfde periode was ik bezig met een plot voor een ander boek. Het ging over een meisje Ruth dat worstelde met alle veranderingen in haar leven. Ik besloot dat haar belevenissen beter in het verhaal van Perry zouden passen en heb beide scenario’s samengevoegd. En tot slot is er nog het verhaal van mijn eigen grootmoeder. In 1980 kreeg zij kanker. Ze was opgegeven door de artsen, maar leefde nog vierentwintig jaar. De ziekte kwam tot vier keer terug, maar telkens wist ze die te overwinnen. Tot het niet meer ging. De laatste maanden van haar leven begon ze te hallucineren door de zware medicijnen die ze slikte. Haar verhaal heb ik ook in Verzwelg me! verwerkt. Veel uitspraken van de oma in het boek zijn letterlijke citaten van mijn eigen grootmoeder.”

Je werkte als begeleider van mensen met een psychische aandoening. Is dat ook een inspiratiebron geweest voor het boek?
„Niet direct. Ik heb dat werk tien jaar gedaan. Maar ik heb ook ervaring in mijn privéleven met psychische aandoeningen. Mijn oudste broer is autistisch. Hij woont wel op zichzelf, maar normaal omgaan met andere mensen is lastig voor hem. Opgroeien met hem en leren omgaan met zijn handicap was de reden dat ik later dat werk ben gaan doen. In mijn familie komen veel mentale stoornissen en depressies voor. Mijn grootouders waren erg depressief en ik zelf ook. Al gaat het bij mij om een erg milde vorm. Het heeft geen effect op mijn dagelijks functioneren. Maar ik voel me wel altijd onrustig in gezelschap van anderen. In het zuiden van de Verenigde Staten waar ik ben opgegroeid, bestaat een sterke familiecultuur waarin niet over problemen wordt gepraat. Depressie is een erfelijke aandoening. Maar pas sinds een paar jaar weet ik dat ook anderen in mijn familie er last van hebben.”

Waarom heb je ervoor gekozen het boek te eindigen met Ruth die letterlijk wordt verzwolgen door haar eigen waanzin?
„Het leek me het meest natuurlijke einde. Het boek is wat dromerig. Ik wilde letterlijk tonen wat er geestelijk met haar gebeurt. Gaandeweg het verhaal lopen haar hersenschimmen en de realiteit in de buitenwereld steeds meer in elkaar over. Wat er in haar hoofd zit, wordt meer en meer ook echt. Aan het eind van het boek is ze dan ook ineens echt verdwenen en liggen er miljoenen insecten in grote hopen op de grond. Waanzin en werkelijkheid wilde ik zo laten samenvloeien.”

Wil je de lezer zo laten meevoelen wat het is om te lijden aan hallucinaties?
„Inderdaad. Iedere puber heeft bij het opgroeien last van kleine kortsluitinkjes in zijn of haar hoofd. Je bent aan veel veranderingen onderhevig. Zo heeft Ruth in het begin van het boek een bijna religieuze ervaring als ze ’s nachts in de speeltuin zit. Dergelijke spirituele ervaringen hebben bijna alle adolescenten wel een keer. Aan het begin lijkt er voor de lezer dan ook niet zo heel veel aan de hand met Ruth. Dergelijke heel normale gebeurtenissen heb ik bewust vermengd met de waanbeelden van Ruth en Perry, waardoor je als lezer pas laat in de gaten krijgt dat ze een probleem hebben. Ik wilde Ruth en Perry niet meteen neerzetten als ‘gek’. Ik wilde de lezer zelf confronteren met zijn vooroordelen over mensen met een psychische aandoening. Voor een belangrijk deel zijn het heel normale pubers. Maar de buitenwereld beoordeelt ze anders. Zo reageert de school helemaal verkeerd wanneer Ruth volkomen terecht kwaad wordt op haar racistische lerares.”

Waarom wilde je dit boek maken?
„Het verhaal moest verteld worden. Ik maakte een vervelende periode door. Drie grootouders stierven kort na elkaar. Er veranderde van alles in mijn leven. Ik verhuisde naar een andere stad. Ik woonde eerste in Providence, Rhode Island. De spanning was daar sinds de aanslagen van 11 september 2001 voelbaar in de straten. De maatschappij was sterk verdeeld in een pro- en anti-oorlogskamp. Ik was tegen de verrechtsing van de Verenigde Staten. Ik was erg idealistisch in die tijd. Strikt vegetarisch, kritisch over alles: voedsel, het bed waarin ik sliep, relaties met anderen. Het ging heel ver. Mijn strikte principes gingen me in de weg zitten. Tegelijk had ik weinig zelfvertrouwen en bood die levenswijze me houvast. Verzwelg me! zat al een tijdje in mijn hoofd, maar elke keer als ik er voor ging zitten, kreeg ik het niet op papier. Nu woon ik in Bloomington, Indiana. Ik heb een nieuwe start gemaakt en ineens lukte het wel. Het maken van Verzwelg me! was een soort therapie voor me. Ik had nog geen uitgever gevonden toen ik er aan begon, maar dat deerde niet. Hoewel ik op dat moment zelf ook nog niet begreep waar het verhaal precies over ging, kon ik er een periode mee afsluiten. Verzwelg me! gaat voor mij ook niet zozeer over waanzin, als wel over hoe je houvast kunt geven aan het leven terwijl allerlei dingen je ontglippen. Het boek gaat over dood, verandering en het moeten accepteren dat naasten niet meer de zelfde mensen zijn als vroeger.”

Je verhaal heeft geen klassiek plot.
„Dat komt vooral omdat ik geen geweldig schrijver ben! Maar Verzwelg me! heeft al meer verhaallijn dan mijn eerdere strips. Die waren veel dromeriger en vager. Ik heb voordat ik er aan begon veel gelezen over verhaalstructuren en vertelmethodes. Maar ik houd nu eenmaal van dromerige strips. Farel Dalrymple en Dash Shaw, de maker van Bodemloos bestaan, maken soortgelijke verhalen als ik. Dash is inmiddels een goede vriend van me. Zijn werk heb ik pas onlangs ontdekt, dus het heeft me niet beïnvloed bij het maken van Verzwelg me!”

Kun je inmiddels leven van je strips?
„Vorig jaar ben ik met mijn werk als verzorger gestopt. Tot dan toe werkte ik vijfenveertig uur per week en tekende ik er vijfendertig. Sinds zeven maanden ben ik nu fulltime tekenaar. Maar dat kan alleen door een voorschot dat ik kreeg voor mijn nieuwe boek. Het heet Silence of our friends en het scenario is van Mark Long en Jim Demonakos. Het gaat over de mensenrechtenbeweging in Texas eind jaren ’60 en hoe de maatschappelijke omwentelingen de verhouding verandert tussen een witte en een zwarte familie die naast elkaar wonen. Daarnaast werk ik ook aan een strip die ik zelf schreef: Any empire, over het Reagan-tijdperk. Mijn vader was luchtmachtpiloot. Hij had veel moeite met de politiek in die dagen. Het boek gaat over geweld en is veel politieker en concreter dan Verzwelg me! Maar ik geef geen mening. Ik wil vooral vragen oproepen in mijn strips, geen antwoorden geven.”

Verzwelg me! heeft een Eisner Award gewonnen. Heeft dat zaken voor je veranderd?
„Nauwelijks. Een week lang ben je euforisch, maar de verkoop van het boek ging er niet door omhoog. Je kunt niet leven van zo’n prijs. De markt in de VS is niet zo groot voor het soort strips dat ik maak. Mijn uitgever Top Shelf verkoopt via de boekwinkels en zelf distribueer ik mijn strips via alternatieve kanalen, zoals de punkrockscène en fanzine-clubjes. Ik moet het hebben van signeersessies, want alle winst gaat op aan de distributie van de boeken. De eerste druk van 7000 exemplaren is nu uitverkocht. Dat is weliswaar veel beter dan mijn vorige boeken, maar nog steeds geen enorm verkoopsucces. Verzwelg me! wordt nu wel vertaald in onder andere het Frans, Italiaans en Spaans, maar ik heb geen idee in wat voor oplagen.”

Hoe ben je in het stripwereldje verzeild geraakt?
„Als kind van 3 tekende ik al. Samen met een vriend maakten we stripjes. In 1992, toen we 14 waren, ontdekten we de fotokopieermachine en begonnen we boekjes in elkaar te draaien die we overal in Little Rock, Arkansas, waar ik toen woonde, verkochten. Ik maakte dus al boekjes voordat ik naar de kunstacademie ging. Ik was dol op het werk van superheldentekenaar Arthur Adams, nog steeds trouwens. Hij was de reden dat ik ook strips wilde maken. Later, toen ik Chester Browns I never liked you ontdekte, realiseerde ik me dat je ook strips kunt maken over het dagelijkse leven. En daarna heeft bijvoorbeeld Dylan Horrocks met zijn Hicksville me enorm gestimuleerd door te gaan met strips. It really got me going.”


 
 

meer in ZozoLala 170