‘Ik moest mijn boek een jaartje wegleggen om het te kunnen waarderen’
Martijn van Santen wil bovenal zichzelf blijven

Frank Zappa is zijn grote held. De muzikant die alleen maar deed waar hij zelf zin in had en er geen been in zag zijn eigen fans van zichzelf te vervreemden door telkens iets heel anders te doen dan ze van hem verwachtten. De 32-jarige Rotterdammer Martijn van Santen legt de lat graag hoog. Zijn zelf uitgegeven debuut Werk in uitvoering valt behalve door de kwaliteit, vooral op door de eigenzinnigheid van het werk.

door Hans van Soest

„Ik had alleen nog maar korte gags en strips van slechts enkele pagina’s gemaakt,” vertelt Van Santen. „ Toen ik een paar jaar geleden de behoefte voelde iets langers te maken. Iets waar ik me als stripmaker mee kon ontwikkelen. Alleen had ik geen idee hoe ik moest beginnen. Ik had geen publicatiemogelijkheid, ik had geen plan. Behalve dat ik met pagina één wilde beginnen, dat het uiteindelijk een paar honderd pagina’s lang zou moeten worden en dat ik wel zou zien hoe het verhaal zich ontwikkelde. Tot aan de laatste pagina is alles geïmproviseerd.”
Het resultaat werd Werk in uitvoering dat hij op zijn eigen website Stortbak.net voorpubliceerde. Pagina voor pagina. Gemiddeld drie keer per week konden de bezoekers lezen hoe het verhaal verder ging. „Ik heb niet echt naar een andere publicatiemogelijkheid gezocht. Ik wist tenslotte niet of het project zou lukken of niet. Als je in een krant staat, kun je na dertig pagina’s niet zeggen: ‘Leuk experiment, maar het wordt toch niks.’ Als je dat op je eigen site doet, is het minder erg.”
In Werk in uitvoering lopen meerdere verhaallijnen door elkaar heen. De centrale vertelling gaat over een reclamebureau dat de opdracht krijgt een apparaat aan de man te brengen waarvan eigenlijk niemand weet waar het precies voor dient. Op het kantoor heerst een felle wedijver tussen collega’s om ten koste van de ander carrière te maken.
„De sfeer op het reclamebureau is gebaseerd op mijn eigen ervaringen toen ik als leerling van het grafisch lyceum in Utrecht stage liep bij een hip vormgevingsbureau. Maar dat geldt niet voor de mensen uit de strip. De belangrijkste personages uit het boek zijn op mezelf geënt. De assertieve Eitje is een stemmetje dat ik altijd in mijn hoofd heb, altijd klaar om de ander van repliek te dienen. Zelf heb ik altijd overal een mening over, maar meestal houd ik die voor me. Ik hou er niet van anderen voortdurend voor het hoofd te stoten. Maar zodra ik boven de tekentafel zit, heeft dat stemmetje veel minder weerstand. En voor een personage werkt dat juist prima. Daar tegenover staat de onzekere Ian.”
Ook Van Santen twijfelt altijd aan alles, zegt hij. „Vooral aan mijn stripwerk. Ik vind het vaak mislukt. Pas na een tijdje zie ik door de fouten heen ook de mooie dingen. Werk in uitvoering is inmiddels twee jaar af. Ik heb het een jaartje moeten wegleggen om het te kunnen waarderen. In andermans werk kan ik de onvolmaaktheden juist prima waarderen. Bijvoorbeeld in het vroege werk van Hergé of Vandersteen, voordat ze alles hertekenden. Die nog wat onbeholpen lijnvoering die ze toen nog hadden, is juist prachtig. Veel persoonlijker. Maar bij mijn eigen werk heb ik dat niet. Vroeger bleef ik alles hertekenen. Pas bij Werk in uitvoering heb ik mezelf gedwongen dat niet meer te doen. Zodra een pagina af was, publiceerde ik het op de site en kon ik er niets meer aan veranderen. Heel louterend was dat.”

Achteraf gezien twijfelt hij wel of Werk in uitvoering zo geschikt was als internetstrip. „Een lange strip kun je nu eenmaal beter in zijn geheel lezen, dan in onregelmatig verschijnende losse afleveringen van telkens één pagina. Maar toch trok ik publiek. Via allerlei fora op internet lokte ik mensen naar mijn eigen site. Uiteindelijk genereerde die een stabiel aantal hits van een paar duizend bezoekers per maand.”
Van Santens aanpak bewijst de grote mogelijkheden van internet als medium. Voorpublicatie in amateurbladen had lang niet zo veel lezers getrokken. Of de aandacht van uitgevers. „Uitgeverij BeeDee wilde Werk in uitvoering als boek uitbrengen. Maar toen ging de boel daar failliet. Ik heb daarna nog wel aangeklopt bij Catullus en Oog&Blik, maar toen die niet meteen toehapten, dacht ik: laat maar.” Het project leek een stille dood te sterven in de cache-archieven van het internet, totdat Van Santen in november ging signeren op de kunststripbeurs in Utrecht. Hij wilde daar eigenlijk wel wat te verkopen hebben in zijn standje en twee weken van tevoren besloot hij: ik geef Werk in uitvoering gewoon zelf uit. „Achteraf ben ik enorm blij met die beslissing. Ik had ineens geen tijd meer om te twijfelen, de pagina’s moesten als de wiedeweerga naar de drukker. En doordat ik het zelf heb uitgegeven, hoefde ik ook geen concessies te doen aan degene die er geld in stopte. Liever een onverkoopbaar boek dat helemaal van mezelf is! Ik ben best koppig, vrees ik…”
Zijn kortere werk heeft Van Santen wel geprobeerd aan kranten en tijdschriften te slijten, maar dat is nooit uitgemond in een betaalde klus. Hij leeft van illustratieopdrachten. „Ik weet ook niet of ik in staat ben om bijvoorbeeld een krantenstrip te maken. Ik vind het lastig om steeds rekening te moeten houden met de eisen die een redactie aan mijn werk stelt. Destijds had ik in Myx de gagstrip Globetrotters. Ik kreeg onenigheid met de hoofdredacteur over de verhaallijn. Hij wilde allemaal losse gags, terwijl die van mij min of meer een vervolgverhaal vormden. Dat vond ik juist leuk om te doen. Dus toen zij iets anders wilden, ben ik er maar mee gestopt. Ik kreeg er niet voor betaald, dus had al snel zo iets van: graag of niet. Ik bedoel: ik kan niet leven van mijn strips. Mensen krijgen het voor niks. Maar als ik daarin al niet kan doen wat ik zelf wil, waarin dan wel? Ik vind dat iedereen die iets schept in eerste instantie iets moet maken dat hij zelf goed vindt. Pas daarna moet je het proberen aan de man te brengen.”

Een van de personages in Werk in uitvoering is een dinosaurus die webcomics maakt. Het karakter heeft geen enkele link met Van Santen zelf, benadrukt hij. Hoewel hij zijn eigen lange strip niet geschikt acht als internetstrip, leest hij graag korte strips via het net. „Webcomics zijn een leuk medium. Zonder redactionele inmenging kun je dingen doen die anders niet gepubliceerd zouden worden. Je hebt volledige vrijheid dingen te maken die niet goed zijn, onvolwassen, die getuigen van slechte smaak. Natuurlijk zit er enorm veel troep tussen, amateuristische zooi die het ook niet waard is op papier gepubliceerd te worden. Maar dat is de prijs die je betaalt voor de paar pareltjes die er ook tussen zitten. Zo ben ik dol op XKCD (een webcomic bevolkt door stokpoppetjes van de Amerikaan Randall Munroe, zie www.xkcd.com, red.). Dat is een strip die echt goed is, maar die door de manier waarop hij er uit ziet nooit in een krant of tijdschrift zou kunnen staan. Veel van die webcomics zijn een stuk interessanter dan de mainstream die op papier verschijnt.”

De in Maarssen geboren Van Santen tekent pas sinds 2005 serieus strips. „Zoals iedereen maakte ik wel eens strips als kind, maar daar ben ik mee gestopt toen ik naar het grafisch lyceum ging en daarna naar de Kunstacademie in Rotterdam. Ik tekende al genoeg de hele dag. Mijn behoefte om verhalen te vertellen, bevredigde ik door columns te schrijven voor studentenbladen. Na mijn studie begon ik met illustreren en voelde ik de behoefte weer iets voor mezelf te maken. Ik zocht naar een tussenvorm tussen autonome kunst en illustratie. Strip is dan ideaal, omdat je kunt werken vanuit je eigen concept en dus volledig vrij bent om te doen wat je wilt. Zo ontstond Globetrotters. Ik wilde aanvankelijk zo veel mogelijk verschillende genres beproeven en even dacht ik aan een strookjesstrip. Maar ik kan een verhaallijn niet na drie plaatjes loslaten Ik ben meer het type voor langere verhalen.”
Grote voorbeelden voor hem zijn vertellers die zich niets aantrekken van de gangbare smaak van het publiek en ‘hun eigen ding doen’. „Art Spiegelman, Lewis Trondheim en natuurlijk Robert Crumb. In zijn strips klinkt heel sterk de manier door waarop hij naar de wereld kijkt. Alles wat wringt of steekt in de maatschappij, blaast hij op. Zo krijg je ook een beeld van Crumbs eigen rare karaktertrekken. Maar ik haal mijn inspiratie niet allen uit strips. Ik kon bijvoorbeeld ook enorm genieten van de oude columns van Theo van Gogh. Dat ongefilterde schreeuwen. Heel verfrissend.”
Leven van zijn werk kan Van Santen niet. Ook niet van zijn commerciële illustratieopdrachten, daarvoor heeft hij er te weinig. Tot voor kort teerde hij op een startstipendium van het Fonds voor de Beeldende Kunst. „Dat gaf me de tijd te experimenteren met tekenstijlen en verteltechnieken. Ik heb nu een stuk of tien korte verhalen af die ik komend voorjaar ook zelf wil uitgeven.”
Nu loopt hij rond met ideeën voor een nieuw lang verhaal. Geen vervolg op Werk in uitvoering, waarvan nog diverse verhaallijntjes onafgerond zijn „Dat komt omdat ik er aanvankelijk een paar honderd pagina’s van wilde maken. Maar gaandeweg, toen er steeds meer personages bij kwamen, werd het te arbeidsintensief. Ik verloor mijn interesse en heb het na 96 pagina’s afgerond. Mijn nieuwe strip pak ik daarom anders aan. Ik ga de pagina’s ook niet meer zodra ze af zijn op mijn site voorpubliceren. Ik wil de vrijheid hebben om achteraf nog dingen op pagina twintig te wijzigen als ik op pagina vijftig merk dat het verhaal toch een andere kant uitgaat. Bij Werk in uitvoering kon ik dat niet meer, zonder de lezer in de maling te nemen. Ik moest steeds iets verzinnen om de lijntjes die niet met elkaar klopten toch nog aan elkaar te knopen. Op zich heel leerzaam, maar nu wil ik vooraf een plot klaar hebben. Geen tot in detail uitgewerkt scenario, want ik wil kunnen blijven improviseren. Ik hoop op een nieuwe subsidie. Lukt dat niet, dan moet ik een bijbaantje zoeken en ben ik twee keer zo lang aan de strip bezig. Hoogwaarschijnlijk zal het dan weer een wat korter verhaal worden dan ik nu in mijn hoofd heb.”


 
 

meer in ZozoLala 170