Bij Margreet de Heer moet het plezier er vanaf spatten

Margreet de Heer draait al dik tien jaar mee in het stripwereldje. Ze maakt strips voor diverse tijdschriften, verdient bij als sneltekenaar op congressen en seminars en illustreert bedrijfsrapporten. Klinkt dat saai? De levenswandel van de 36-jarige De Heer is dat allesbehalve. Ze was verslaafd aan wiet, had een relatie met schrijver Richard Klinkhamer –vooral bekend als de man die zijn vrouw vermoordde en er een boek over schreef – en werd pleegmoeder van meerdere kinderen. Openhartig vertelt ze over haar leven in haar autobiografische strips, die ze deels op haar eigen site Senoeni.net publiceert. Filosofie in beeld is haar eerste ‘echte’ boek. Haar persoonlijke kijk op de geschiedenis van het denken ligt niet alleen in de stripspeciaalzaken, maar ook in de reguliere boekhandels. De Heer hoopt op een doorbraak naar het grote publiek.

door Hans van Soest

„Ik maak al drie jaar voor dagblad Trouw elke maand een stripreportage. Dat leek me wel wat voor een boek. Ik ging met een bundeltje onder mijn armen wat uitgevers af. Uitgeverij Meinema hapte toe. Dat wil zeggen… mijn stripreportages vonden ze niet geschikt, het formaat was te onhandig voor een bundel. Maar ze vonden de aanpak leuk: het figuurtje Margreet de Heer dat een verhaal in gaat en zich daarbij van alles afvraagt, zich verwondert of zich juist boos maakt. Zoiets wilden ze, maar dan over filosofie.”

Gewaagd. Heb je filosofie gestudeerd?
„Ha, nee. Ik ben theologe. Klinkt ook geleerd, toch? Nee, ik ben geen gediplomeerd filosoof. Ik ben in eerste instantie stripmaker. Het is mijn vak om met beeld en woord informatie over te dragen. Maar ik ga nu wel beginnen aan een stripreportage over de geschiedenis van religie. Dat ligt meer in het verlengde van mijn studie. In november moet die af zijn.”

Hoe ben je te werk gegaan?
„Eerst met een synopsis: welke vragen wilde ik stellen? Welke filosofen wilde ik behandelen? Daarna ben ik het internet op gedoken. Ik heb wel een paar bibliotheekboeken doorgebladerd, maar ik had veel meer aan Wikipedia. Op internet kun je gericht zoeken en vind je beknoptere informatie. Dat heb ik allemaal tot me genomen, het laten bezinken en vervolgens distilleerde zich er vanzelf een lijn uit. Tegelijk voerde ik voortdurend discussies met mijn man Yiri Kohl, die het boek heeft ingekleurd. Ik gebruikte hem als klankbord of ik alles wel goed begrepen had. Die discussies hebben ook hun weerslag gevonden in het boek.”

Welk publiek stond je voor ogen?
„Meinema wilde dat het een educatief boek zou worden. Het thema van de Boekenweek dit jaar was jeugd. De uitgever wilde daarom dat het geschikt was voor jongeren. Ik wilde autobiografische elementen verwerken in het boek. Het moest míjn kijk op filosofie worden. Het leek me voor de lezer het handigst om mijn manier van denken in het boek uit te leggen, zodat ik de lezer aan de hand daarvan kon meenemen naar wat de denkbeelden van beroemde filosofen precies behelsden. Dat heb ik gecombineerd met allerlei historische feitjes, zodat het boek ook in het onderwijs gebruikt kan worden, bijvoorbeeld op middelbare scholen voor filosofielessen.”

Je hebt een kinderlijke tekenstijl. Die lijk je voor dit boek nog verder versimpeld te hebben. Waarom?
„Twee jaar geleden ben ik gestopt met het werken met kroontjespen en ben ik overgestapt op fineliner. Mijn stijl moest nog simpeler en strakker worden. Meer dan vroeger maak ik nu heel doorsnee poppetjes met grote neuzen die je overal voor kunt gebruiken. De tekst in Filosofie in beeld is zwaar. De tekeningen moeten daarom uiterst simpel en duidelijk zijn. Het beeld moet volledig in dienst staan van de informatie die ik wil overbrengen. Af en toe heb ik mezelf echt moeten dwingen om wat meer aandacht te besteden aan de achtergronden, zodat het er nog een beetje spannend uit kwam te zien.”

Toen je destijds begon met strips, had je ook al een kinderlijke tekenstijl. Had je toen ook al zo over functionaliteit nagedacht?
„Ik kon helemaal niet tekenen, maar ik wilde wel strips maken. Toen ik mijn eerste stripje af had, een autobiografisch stripje over hoe je over een verbroken relatie heen komt, viel het me al mee dat te zien was wat ik bedoelde (het hilarische How to Get Over your Ex, integraal na te lezen op haar website, red.).  Ik kreeg er allerlei positieve reacties op en dacht: ‘Hé, blijkbaar hoef je helemaal niet fotorealistisch te kunnen tekenen.’ Ik ben altijd een grote fan geweest van Calvin and Hobbes. Die luchtigheid, beweeglijkheid en snelheid in de lijnvoering van Bill Watterson probeerde ik ook in mijn tekeningen te stoppen. Toen ik begon, ben ik mensen gaan imiteren. Ik was in die dagen vooral weg van het werk van Maaike Hartjes en Michiel van de Pol. De eenvoud van hun tekenstijl sprak me zo enorm aan! Het plezier spat van hun werk af. En omdat het er zo kinderlijk uit ziet, kunnen hun strips overal over gaan: ook over dingen die eigenlijk geen verhaal zijn, zoals het drinken van een kopje thee of een snotje in je neus. Het blijft onderhoudend. Door de simpelheid van hun tekeningen, zit je direct in het hoofd van de tekenaar die iets over zijn dagelijkse leven vertelt. Een uitgewerkte tekening leidt in zo’n geval alleen maar af. Bij de strips van Hartjes zit het ’m nooit in de lijntjes, maar puur in de boodschap. Het is superfunctioneel. Toen ik de stijl van Michiel van de Pol ging overnemen, klikte er iets bij mij. Dat paste het best bij me.”

Je was al in de twintig toen je met strips begon. Hoe komt dat?
„Ik tekende altijd al. Zo maakte ik tijdens mijn studie theologie een stripje in het faculteitblad over de avonturen van Jezus. Maar ik had nooit gedacht er ooit mijn brood mee te zullen verdienen. Pas toen ik in mijn laatste jaar jongerenwerk ging doen in Amsterdam, stuitte ik toevallig op studio De Zwarte Handel van Maaike Hartjes, die vlak naast mijn werk lag. Maaike was net zo oud als ik en verdiende geld met wat ze het liefste deed: stripjes tekenen. Dat wilde ik ook! Ik heb me bij haar studio aangesloten en heb de kunst van haar afgekeken.”

In Filosofie in beeld stel je jezelf voortdurend vragen. Ben jij zo’n tobbertje?
„Ik? (roept naar haar vriend) Ben ik een tobbertje? Nee toch? (Yiri mompelt wat terug) Ik ga niet gebukt onder het bestaan hoor. Ik heb de meeste antwoorden in het leven wel gevonden, denk ik. Ik ben helemaal niet zo filosofisch, eerder spiritueel. Wel wil ik graag aan anderen overbrengen hoe ik tegen de wereld aankijk. Daarin komt mijn achtergrond naar voren. Mijn ouders waren allebei dominee, mijn opa ook. Aanvankelijk ging ik naar de Filmacademie, maar toen k daar vastliep, ging ik toch maar theologie studeren. Ik sloot destijds niet uit dat ik ook dominee zou worden. Maar dat is er nooit van gekomen. Hahaha!”

Je bent in je leven flink op zoek gegaan. Je hebt meerdere, heel verschillende relaties aangeknoopt, waarover je strips maakte. Ben je aan het einde van je zoektocht gekomen nu je geen autobiografische strips meer maakt, maar dit boek?
„Wat mijn huidige relatie betreft, ben ik helemaal op mijn plek. En dat geldt ook voor mijn godsbeeld en de grote levensvragen. Het zal wel bij de leeftijd gehoord hebben dat ik zo zoekende was. Ik wist gewoon nog niet wat er bij mij paste, wat mijn normen en waarden eigenlijk waren. Lange tijd heb ik gedacht dat mijn ultieme werk mijn autobiografische strips zouden zijn over al mijn verschillende relaties. Maar Gerrie Hondius doet dat al zo goed, dat een poging van mij bij voorbaat al volkomen overbodig zou zijn. Als ik haar autobiografische werk lees, zinkt de moed me in de schoenen.”

Destijds ben je wel begonnen aan een groot project over je complexe relatie met Richard Klinkhamer, Graven. Dat ligt in de ijskast?
„Dat boek komt er zeker niet meer. Filosofie in beeld is misschien wel meer autobiografisch dan Graven zou zijn geworden. Nu zit je als lezer in mijn hoofd en zie je welke levensvragen mij bezig houden. Dat is wezenlijker en misschien wel veel intiemer dan te lezen met wie ik allemaal het bed heb gedeeld.”

Je publiceert veel strips van kinderen. Eerst in boekjes, nu op je site Dailydanger.nl. Wat fascineert je daar zo aan?
„De pure lol die je in de strips van kinderen ziet. Je ziet ze ontdekken hoe ze hun ideeën kunnen weergeven. Alle kinderen tekenen bestaande strips na, maar toch kun je al vroeg een eigen stijl ontdekken. In 2003 ben ik gaan rondbazuinen, dat iedereen die jong was en een strip wilde maken bij mij terecht kon. Dat heb ik geweten. Een paar jaar later was ik failliet. Ik had een enorme wachtlijst aan projecten die ik in eigen beheer uitgaf. Maar er moest alleen maar geld bij. Ik ben helemaal geen verkoper. Ik gaf de boekjes vooral weg. Toen ben ik overgestapt op internet. De site was al opgezet door Pim Steinmann en Jordy Knoop die naast hun school elke dag een stripje op het web wilde publiceren. Dat bleek iets te ambitieus. Ik beheerde de site en sinds oktober 2007 is Dailydanger.nl een podium voor iedereen. Het heeft geen drempel: of je nou een strookje instuurt of een paar pagina’s. Er zijn zo veel kinderen die leuke dingen doen. Ik zie het ook bij het Nederlands kampioenschap striptekenen waarbij ik betrokken was. De nieuwe aanwas komt vanzelf. Echt lol.”

 

 
 

meer in ZozoLala 171