Willem Verburg: ‘Ik houd niet van vakken vullen’

Willem Verburg (Mijdrecht, 1967) is druk bezig om in zijn huis annex atelier de schade van een schoorsteenbrand te herstellen. Een gesprek over zijn nieuwe stripboek Fairland is een welkome onderbreking op het opruimen van de troep. Zwart van het roet gaat hij er voor zitten. Fairland is het eerste boek van Verburg in jaren. Acht jaar heeft hij er aan gewerkt. „Ik heb er echt mijn best op gedaan.”
Het gaat over een groep kinderlijke personages die wonen op een vuilnisbelt. Hun hele leven draait om de wedstrijd tussen een kat en een muis, die elkaar voortdurend te slim af proberen te zijn. Met het spel zijn drugs te winnen om de dag door te komen. Langzaam dringt het tot hen door dat hun hele bestaan gemanipuleerd wordt van bovenaf.

door Hans van Soest

Waarom heeft ’t zo lang geduurd?
„Ik heb kinderen, ben beeldend kunstenaar, schilder, speel in een bandje. Strips heb ik er altijd voor de lol naast gedaan. Vroeger maakte ik heel regelmatig boekjes. Om de zoveel tijd gaf ik een boekje uit van 24 of 32 pagina’s. Maar op een gegeven moment wilde ik eens aan de slag met een langere verhaallijn. Ik had het idee in mijn hoofd om een soort eeuwigdurende soap te maken, met elk half jaar een nieuw deeltje. Ik had al zes afleveringen in mijn hoofd. Maar omdat ik steeds meer succes kreeg met mijn schilderijen, bleef het project op de plank liggen. Als ik me er weer eens over boog, wilde ik telkens een andere plot en werd het steeds complexer om de verhaallijn nog kloppend te houden. Ik maakte zo niet meer dan een pagina in de twee maanden. Maar twee jaar geleden had ik ineens geen zin meer om te schilderen. Toen heb ik Fairland afgemaakt en alles digitaal opgeschoond, zodat ik er één bundel van kon maken zonder dat je aan de pagina’s kon zien dat er soms jaren tussen zaten. Ik heb mijn tijd genomen om er zo’n mooi mogelijk boek van te maken van 144 pagina’s. Omdat ik alles in eigen hand wilde houden, is het een mega-project geworden.”

Waarom ben je gestopt met schilderen?
„Ik was het zat na vier tentoonstellingen op rij. Ik heb in die tijd voor zo’n kwart miljoen euro verkocht. Mijn schilderijen verkochten als een gek. Dan denk je: tjonge, ik ben succesvol. Maar de galeriehouders gingen er met al het geld vandoor. Toen ik langs kwam om mijn percentage van de verkoop op te halen, bleken ze het geld al te hebben betaald aan openstaande schulden. Ik heb nog wel geprocedeerd, maar er viel niets meer te halen. Daar ben ik flink gedesillusioneerd van geraakt. Nu schilder ik alleen nog voor mezelf. Ik leef van mijn spaargeld en de opbrengst van mijn honderden schilderijen in de kunstuitleen. Ik doe wat opdrachten in de marge, zoals ontwerpen voor het Rotterdams Filmfestival, Hier en daar pluk ik een vrucht, maar ik moet nu weer manieren verzinnen om geld te verdienen.”

Je werkt altijd zonder scenario. Waarom?
„Ik wil het fris houden voor mezelf. Telkens als ik aan een nieuwe bladzijde begin, wil ik op mijn intuïtie afgaan. Ik heb een vrij bizarre manier van werken: eerst teken ik de tekstballonnetjes en schrijf ik de teksten. Daarna teken ik er pas de plaatjes bij, herlees ik alles en begin aan een volgende pagina. Bij mijn eerste boek Son of a Gun deed ik dat al. Toen liet ik me voor elke passage inspireren door de droom die ik de nacht ervoor gehad had. Zo ging het verhaal telkens een andere kant op. Ik vind het leuk om een verhaal zo voor de vuist weg te laten ontstaan. Improviseren houdt je scherp.
Ook met de band werken we zo. Een van ons zet een toon in en de rest begint te spelen. Hetzelfde bij mijn schilderijen. Het zijn altijd opeenstapelingen van beelden die zich net zo lang opstapelen tot het klaar is. Tijdens mijn werk moet ik me continu kunnen verwonderen over wat ik aan het maken ben, anders raak ik mijn interesse kwijt. Ik houd niet van vakken vullen.”

Wat stond je voor ogen toen je aan Fairland begon?
„In het oorspronkelijke concept stonden de zeven personages symbool voor de werelddelen. De vuilnisbelt waarop zij leefden was de metafoor voor de aarde. Het onderlinge, politieke gekonkel tussen de machten op aarde wilde ik weergeven als het gebekvecht tussen kleine kinderen. Het spel waarmee je fuel kunt winnen, is een verwijzing naar olie en hoe die de wereldpolitiek beïnvloedt. Het kat-en-muis-spel staat voor hoe de strijd tussen de grootmachten alles overheerst. Het actiefiguur met BPAF op zijn helm, staat voor Black Power Action Figure, enerzijds een grapje omdat er geen zwarte superhelden bestaan, anderzijds een verwijzing naar de islamitische wereld die allerlei aanslagen plant. Afijn, zo had ik van alles in mijn hoofd. Maar gaandeweg heb ik dat concept wat losgelaten. De vertelling werd steeds kleiner. En uiteindelijk ging het vooral om de kinderen zelf, al is het achterliggende idee hetzelfde gebleven. Uiteindelijk raken alle personages gecorrumpeerd. De enige persoon met integriteit mist de daadkracht om tot actie over te gaan. Dat strookt wel met mijn wereldbeeld: het individu staat machteloos tegen alle grote machinaties.”

Die uitleg had je boek toegankelijker kunnen maken.
„Aanvankelijk was ik wel van plan om duiding te geven in een voorwoord. Maar omdat het verhaal een steeds grotere metafoor werd, zou het minder krachtig zijn geworden als ik alles had uitgelegd. Dan was de poëzie verloren gegaan. Het boek moest geen Suske en Wiske worden met een van A tot Z uitgesponnen verhaal. De lezer moet zelf verklaringen zoeken, dat geeft meer voldoening en rijkdom. Ik heb niet voor niets een citaat van Mark Twain als motto in mijn boek opgenomen: Ideally a book would have no order in it, and the reader would have to discover his own. Zo beleef ik verhalen maken.”

Je tekenstijl lijkt erg op graffiti.
„Graffiti heeft altijd mijn interesse gehad. Schrijven op een muur is een fantastische uiting van genoegen of ongenoegen op straat. Zelf werk ik ook graag met uitgesneden malletjes en spuitbussen op plekken waarvan ik vind dat er een tekening past of waar ik me erger aan hakenkruizen of jodensterren die overgespoten moeten worden. Maar ik ben geen fulltime straatartiest hoor. In 2004 ben ik eens gearresteerd. Sindsdien is de lol er wel een beetje af. Ik moest muren schoonmaken. Daar heeft mijn zoontje me nog bij geholpen. Hij en zijn zusje vinden het geweldig wat ik doe. Ik had allerlei figuren gemaakt op de zuilen van een viaduct. Buurtbewoners waren woest dat ik het weghaalde. Dat was wel de omgekeerde wereld. Grappig hoe alles altijd anders loopt dan je aanvankelijk bedenkt. Dat is dus niet alleen in mijn strips zo.”

Je schildert, spuit graffiti, maakt beelden, maakt strips. Wat is voor jou het verschil tussen die disciplines?
„Voor mij hangt het allemaal samen. Ik gebruik veel teksten en kreten in mijn schilderijen. Mijn schilderijen zijn daardoor een soort afzonderlijke stripplaatjes. Soms maak ik ook series van zes, zeven schilderijen die samen een geheel vormen maar ook los gezien kunnen worden. Strip, graffiti, etiketten, posters, alle grafische uitingen – vooral in zwart-wit – hebben me altijd gefascineerd.”

In je werk komen vaak dezelfde figuren terug: superhelden, manga-achtige meisjes…
„…apen, chicks met blaffers. Ja, die figuren staan voor bepaalde denkbeelden. Al mijn figuren zijn metaforen. In Fairland staat ATOM voor kernenergie en de macht van de VS. De kikkerkoning zou een prins kunnen worden maar je weet het niet. Hij staat voor de gladde glijder die houdt van manipulatie. Blanche is het ogenschijnlijk lieve blondje dat alleen op eigen plezier uit is. Ik gebruikte haar al in oude strips: Nero en Blanche. Ze is wit van buiten maar pikzwart van binnen. Tom is een tomboy, en stoere meid die wil helpen maar zich voortdurend in de nesten werkt. De kat is impulsief en verliest altijd zijn doel uit het oog. Hij heeft geen focus. Chill staat voor de huidige patatgeneratie en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik ben zelf een samenraapsel van al die figuurtjes denk ik. Ik heb ook altijd het beste met iedereen voor en verlies ook altijd mijn focus. Behalve de kikkerkoning, daar heb ik niks mee. Macht laat me volkomen koud. Misschien dat alle figuren aan het eind van Fairland daarom tegen hem ten strijde trekken.”

Waarom werk je altijd in het Engels?
„Vroeger heb ik in de VS gewoond. Daar heb ik nog steeds lezers van mijn werk zitten. Ik wil graag dat iedereen het kan begrijpen. Voor mijn schilderijen werk ik soms ook samen met Australische en Amerikaanse collega-kunstenaars. Ik verkeer gewoon in een internationaal circuitje. Er zit geen commercieel idee achter of zo. Met Fairland ga ik ook weer geen moer verdienen. Joh, een oplage van 500. Maar winst is ook niet het doel. Ik wilde gewoon weer en leuk boek maken. Hartstikke spannend, want ik had al zolang niks meer uitgebracht.”

Fairland is verkrijgbaar in de stripspeciaalzaak of te bestellen via Verburgs website: www.plusminusprodukties.nl

 
 

meer in ZozoLala 171