Ken Broeders: ‘Het Westen is een reus op lemen voeten’

„Ken Broeders is met voorsprong de beste stripauteur van de nieuwe generatie.” Aldus de woorden van grootmeester Marvano. Maar waar veel generatiegenoten van Broeders (1970, Antwerpen) internationale lof oogstten als de roemruchte ‘nieuwe Vlaamse golf’, bleef hij met zijn afwijkende werk altijd ongenoemd. Vreemd, want Broeders is een uitmuntend tekenaar en een geboren verteller. Dat bewees hij met de fantasy-reeksen Voorbij de Steen, Tyndall en de one shot Cyrano. En zopas verscheen De heks, het tweede deel van zijn nieuwe reeks Apostata. Tijd van handeling is het jaar 355 na Christus.

Wat heb jij toch met geschiedenis, mythologie en legenden?
„Ik ben inderdaad heel erg in geschiedenis geïnteresseerd, ook militaire geschiedenis. Ik heb daar veel boeken over gelezen en zo beland je vanzelf bij het ene historische onderwerp na het andere. Uiteindelijk kom ik bij onderwerpen of gebeurtenissen uit die me inspireren en waarbij ik denk: ‘Dat is nu toch echt een knap verhaal!’ Zo ben ik al heel mijn leven gefascineerd door de figuur van Napoleon. Ik heb er nog geen boek over geschreven omdat… (twijfelt) ik gewoon weet dat ik mezelf volledig zou verliezen in details. Misschien word ik wel aangetrokken door mythische, machtige en grote figuren. (lacht, de bebaarde Broeders is zelf niet bepaald klein van gestalte).
Ik droom er ook al heel lang van om iets te doen met het verhaal van de drie musketiers. Mijn voorkeur voor de zeventiende eeuw begon met de films van Richard Lester over de drie musketiers. Die vond ik echt fantastisch knap. Vervolgens heb ik het boek van Alexandre Dumas gelezen. De personages in het boek zijn anders dan we ons tegenwoordig voorstellen. Eén voor allen en allen voor één, klinkt bij Dumas zelfs een beetje cynisch. Als kind las ik vooral Thorgal en Storm. Maar mijn voornaamste inspiratiebronnen liggen buiten de stripwereld. Illustratoren en schilders zoals John Howe, die het artwork voor Peter Jacksons The Lord of the Rings voor zijn rekening heeft genomen. Maar ook Angus McBride (een Engelse fantasy-illustrator1931-2007, red.) heeft een stijl die me heel erg aanspreekt. Er zijn natuurlijk ook veel films die me als stripmaker hebben beïnvloed, vooral films die ik tijdens mijn jeugd gezien heb, zoals Star Wars, Excalibur en het werk van John Milius en Sergio Leone. Op de een of andere manier is dat allemaal samengekomen in mijn werk, wat maakt dat ik niet bij de klassieke familiestriptekenaars kan ondergebracht worden, maar ook niet bij de ‘alternatieve’ school.”

Hoe is Apostata ontstaan, je meest recenter stripreeks?
„Het idee ontstond toen ik nog bezig was aan Voorbij de Steen. Ik plaatste die wereld in een min of meer laat-Romeinse setting. En toen ben ik op een roman gestoten van Gore Vidal over de figuur van Julianus. Het was een nogal sympathiek portret van de man. Ik vond hem meteen heel interessant en bruikbaar voor Voorbij de Steen. Maar op een bepaald moment is die reeks stopgezet door Arboris. Toch bleef dat verhaal in mijn achterhoofd zitten. Julianus groeide ver weg van het hof op. Toen keizer Constantijn stierf, hebben zijn zonen het rijk onder elkaar verdeeld. En zoals zo vaak in dat soort situaties ontstond er onenigheid. Uiteindelijk bleef er eentje over die de rest van zijn concurrenten genadeloos uitgeschakelde. Twee neefjes bleven gespaard: Julianus en zijn broer. Die werden zo ver mogelijk van het keizerlijk hof in Constantinopel gehouden. Als jonge gast werd hem meegedeeld: ‘Jij bent nu de caesar van het westen.’ Iedereen verwachtte daarop dat hij zich als een marionet zou laten manipuleren. Maar dat bleek dus niet het geval te zijn, en tegen alle verwachtingen in bleek Julianus een goed bestuurder en een populaire veldheer te zijn. Hij zorgde met andere woorden voor de nodige verrassingen. In Apostata gebruik ik Julianus als rode draad en hij is interessant genoeg om de reeks zelf te dragen. Hij staat garant voor verrassingen én drama. Eigenlijk is het klein wonder dat er al niet meer met dit personage is gedaan. Er zijn een paar boeken, dat is alles. Je hebt natuurlijk ook nog andere strips over de Romeinse tijd, zoals Murena en De adelaars van Rome, maar die roepen toch een heel ander gevoel en sfeer op. Murena speelt zich af ten tijde van Nero, driehonderd jaar voor Apostata. In die drie eeuwen is er heel erg veel gebeurd: de opkomst van het christendom, de groeiende invloed uit het oosten. De Romeinen begonnen er minder ‘Romeins’ uit te zien – ze begonnen bijvoorbeeld andere kleren te dragen… Het hart van het rijk lag niet meer in Rome zelf, maar dat was Constantinopel – aan de poort van het oosten.
Ik ben met Apostata eerst naar Franstalige uitgevers gegaan, aanvankelijk met succes. Apostata zou eerst uitgegeven worden door Casterman. De uitgever had me ondergebracht bij het Jacques Martin-fonds. Ik stelde me daar aanvankelijk weinig vragen bij. Apostata moest dan nog voorgelegd worden aan een afgevaardigde van Jacques Martin. En ook dat bleek geen probleem. Maar in het contract dat me werd toegestuurd eiste Jacques Martin vijftien van mijn originele platen op. Daar kon ik niet mee akkoord gaan. Intussen was ik ook met de Standaard Uitgeverij in gesprek. Ik had niks te verliezen en ik verwachtte dat ze zouden antwoorden dat de reeks niet in hun fonds paste. Maar er was net een nieuwe uitgever begonnen die er wel in geloofde. De rest van het verhaal ken je.”

Hoe historisch correct is Apostata?
„Ik heb me zo goed mogelijk gedocumenteerd. Van het schoeisel tot en met de haardracht, de wapens, hoe ze vochten, wat de mensen aten: alles klopt volgens de bronnen. Maar ik kon onmogelijk alle historische feiten precies volgen, want dan heb je geen spannend verhaal meer. Ik wil ook geen geschiedenisles brengen. Als het verhaal erom vraagt, laat ik soms figuren weg of doe ik kleine aanpassingen. De geschiedenis mag een goed verhaal niet in de weg staan. Ik schrijf enorm graag, dus dat scheelt. Maar het is wel véél werk. (zwijgt even) Ik kan heel slecht afstand nemen van mijn werk. Ik ga zelfs heel zelden signeren omdat ik zaterdag en zondag ook werk. Ik heb ongeveer een jaar nodig gehad om Apostata te maken. Van de uitgever kreeg ik slechts tien maanden. (lacht) Maar ik houd wel van deadlines. Voor Apostata III zal ik echt een volledig jaar nodig hebben. Vergeet niet dat ik, afgezien van het tekenwerk, ook nog het scenario, schilderwerk, scanwerk, digitaal kuiswerk en waarschijnlijk binnenkort ook nog de lettering voor mijn rekening moet nemen. Ook de research vraagt ongelooflijk veel tijd.”

Welk gevoel geeft het als je je nieuwe album uiteindelijk in handen hebt?
„Heel weinig eigenlijk. Het stripmaken zelf, het verhaal bedenken, tekenen en schilderen, dat is waar het voor mij om draait. Alles wat buiten de tekentafel gebeurt, interesseert me veel minder. Ik wil natuurlijk dat het een mooi boek wordt, dat het mooi wordt uitgegeven en zo, maar ik sta daar toch wat afstandelijk tegenover. Als ik ga signeren, heb ik het rare gevoel dat het allemaal over iemand anders gaat. Het is opmerkelijk dat wat ik hier aan mijn tekentafel maak door duizenden mensen wordt gelezen. Zo werd Voorbij de Steen ook uitgebracht in Scandinavië. Toen kreeg ik via de uitgeverij heel wat post en andere reacties. Dat is aangenaam, maar toch ook wat bevreemdend. Misschien een gevolg van de aard van het beroep: je zit hele dagen alleen te zwoegen aan je tekentafel. Als je dan opeens met ‘de mensen’ geconfronteerd wordt op een boekenbeurs, doet dat lichtjes surrealistisch aan. (lacht)”

Hoe verklaar je de toegenomen belangstelling – denk aan films, televisiereeksen, strips en romans – voor de Romeinse geschiedenis?
„Je kunt in dat kader ook verwijzen naar Engeland, waar de laatste jaren heel veel avonturenromans verschijnen met die historische achtergrond, zoals het werk van Bernard Cornwell. Die worden door een enorm publiek verslonden. En ook het oude Rome is duidelijk terug in trek. En ik denk dat het werk van historici zoals Adrian Goldsworthy en Tom Holland momenteel ook heel goed verkoopt. Blijkbaar is er de laatste jaren een soort van nood om terug te blikken naar het verleden. Het heeft ook te maken met het tijdsgewricht waarin we ons momenteel bevinden, dat doet enigszins denken aan dat van de Romeinen: de tijd van het oppermachtige West-Europa en de VS als supermacht wordt meer en meer ter discussie gesteld. Het Westen blijkt een reus op lemen voeten. En net als toen – in de tijd van Julianus – komt ‘het gevaar’ uit het Midden-Oosten. Julianus is ten strijde getrokken tegen het Perzische rijk en de hoofdstad van dat rijk was: Bagdad. Het einde van het Romeinse rijk kende ook heel wat tumult op religieus vlak. Er zijn veel parallellen tussen de val van het Romeinse rijk en het heden.”

Hoe lang gaat de reeks Apostata worden?
„Ik voorzie een eerste cyclus van drie boeken en als de verkoop bevredigend is, komt er een tweede en zelfs een derde. Uiteindelijk moet Apostata uit negen albums bestaan. Maar je hebt dat zelf niet in de hand. Voorbij de Steen is onverwachts gestopt. Dat is niet zo fraai verlopen. Het vierde album was klaar en Arboris had nog maar slechts een fractie betaald. Toen de uitgever het boek wou afhalen, heb ik dat geweigerd. De dag erna kreeg ik opeens het bericht dat ze wilden afzien van de publicatie en dat ik maar een andere uitgever moest zoeken. Toen hebben we daar nog even over gebakkeleid. Uiteindelijk werd alles toch betaald en is het boek ook uitgegeven, maar mijn naam staat niet op de kaft. Het binnenwerk is echt heel slecht van kwaliteit. Voorbij de Steen is dus jammer genoeg in mineur geëindigd. De meeste lezers hebben echt geen idee hoe moeilijk het is om een boek uitgegeven te krijgen. Sommige mensen waren kwaad op mij omdat de reeks stopte! Uitgevers hebben keuze zat: er zijn stripmakers genoeg. Bij een uitgever draait alles om geld en die neemt soms beslissingen waar je je als tekenaar maar bij hebt neer te leggen.”

Heb je nog tijd voor ander werk?
„Nee, ik werk momenteel van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aan Apostata, een jaar lang. Vroeger heb ik wel illustraties gemaakt voor Marc de Bel, maar daar moest ik mee stoppen. Het kostte me teveel tijd. Mijn manier van werken is erg arbeidsintensief. De eerste tekeningen maak ik in potlood en zijn altijd lichtjes uitgewerkt. Vervolgens werk ik dikwijls met stift en verdunde plakkaatverf voor de kleuren en de schaduwen. Voor Apostata werk ik met acryl en plakkaatverf en schilder ik veel rechtstreeks. Pas een jaar of twee, drie geleden heb ik echt mijn stijl gevonden. Misschien dat andere mensen dat niet opvalt, maar het tekenen en inkleuren gaan me veel vlotter en gemakkelijk af. Nu kan ik er echt alle kanten mee op. Zo kan ik bijvoorbeeld heel fijn werk afleveren, maar ik kan ook wat ruwer en suggestiever uitpakken.”

Hoe komt het dat jij ontbreekt in elk overzicht van de ‘nieuwe Vlaamse golf’?
„Ik heb echt geen idee. Ik weet wel dat er een hele tijd terug iemand tegen me zei dat ik subsidie moest aanvragen. Dat kan bij het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL). Dat was een organisatie waar ik nog nooit van gehoord had. Maar waarom zou ik in godsnaam subsidies moeten vragen? Die persoon – die het echt goed met me voorhad trouwens – meende dat het weinig uitmaakte waarom ik dat zou doen. Op die manier zou het VFL mij en mijn werk leren kennen. Tja, anders kennen ze je gewoon niet. Dat vond ik een heel rare gedachte. Uiteindelijk heb ik geen subsidies aangevraagd. Een paar maanden later vond het stripfestival van Angoulême plaats (waar de ‘nieuwe Vlaamse golf’ internationaal een goeie beurt maakte, red.) en in het kielzog daarvan nog wat projecten die het VFL had opgezet. Maar ook daar was ik jammer genoeg niet bij. Blijkbaar klopt het wel dat het VFL, dat de Vlaamse strip zou moeten promoten, enkel interesse heeft voor die tekenaars die ze subsidiëren. Diegenen die geen subsidie vragen, worden over het hoofd gezien. Bon, ik ga er ook niet teveel meer over uitweiden, ons standpunt staat goed omschreven in de recente open brief aan de minister (open brief aan de Vlaamse minister van Cultuur, ‘Subsidies zijn de doping van het strippeloton’, na te lezen op www.kenbroeders.be).”

Apostata II; De Heks, Standaard Uitgeverij, € 9,95.

 
 

meer in ZozoLala 172