Pia Guerra: ‘Wat als ik als enige overleef op aarde?’

Vanaf de lancering van de reeks in september 2002 was Y the last man in de Verenigde Staten een groot verkoopsucces. En nu lijken wij voor de bijl te gaan. De Canadese tekenares Pia Guerra (1971) snapt wel waarom de strip zo aanslaat: iedereen droomt er wel eens van alleen op de wereld achter te blijven.

door Hans van Soest

Y the last man speelt zich af in een wereld waarin alle mannelijke wezens van het ene op het andere moment dood neervallen. Alle mannelijke wezens? Nee, amateur-goochelaar Yorick en zijn mannelijke huisaap Ampersand leven nog en ze zwerven, geholpen door een stoere geheime agente en een wetenschapster, door een Amerika vol vrouwen (en die zijn hem niet allemaal even goed gezind) op zoek naar het antwoord op de vraag waarom hij er nog is en hoe de mensheid kan worden gered van de ondergang. Scenarist is Brian K. Vaughan, die onder andere schreef aan Runaways, Ex Machina, Pride of Baghdad en populaire tv-series als Lost. Pia Guerra had nog niet veel werk op haar naam staan toen ze aan de hitserie begon.

Zelf wel eens gedroomd van een wereld zonder mannen?
„Ha! Ik probeer maar niet te veel bij het idee stil te staan. Veel te deprimerend!”

Hoe ben je bij Y the last man betrokken geraakt?
„Ik was Heidi MacDonald van de uitgeverij al vaker tegengekomen op stripbeurzen. Telkens liet ik haar wat van mijn tekenwerk zien en zij vond het leuk. Ze had me al eens zonder succes proberen te koppelen aan een andere reeks, toen Brian Vaughan langs kwam met zijn idee voor Y the last man. Hij liep haar kantoortje binnen, grasduinde wat door de stapels met werk van tekenaars op haar bureau en haalde dat van mij er uit: this guy, zei hij.”

Wat had je daarvoor zoal gedaan?
„Wat indipendent-strips in kleine oplagen, handleidingen voor rollenspellen, storyboards voor reclames. Ik was op dat moment net klaar met een boek voor uitgeverij Bongo: Heroes Anonymous, over superhelden in groepstherapie. Y the last man was mijn eerste mainstream-strip en hoe moeilijk het ook was, ik dank God op mijn blote knieën dat ik dit heb mogen doen. Aanvankelijk hadden we niet gedacht dat het zo’n langlopende serie zou worden (Y wordt in het Nederlands in tien bundels uitgegeven, red.). De meeste nieuwe reeksen worden na een paar delen immers weer van de markt gehaald. Maar ik wilde dit zo graag doen. Het scenario van Brian was heel filmisch, daar kon ik heel veel mee als tekenaar. Van het eerste deel werden er 17.000 gedrukt. Dat is net iets meer dan wat er bij grote Amerikaanse uitgevers van een titel moet worden verkocht willen ze er mee doorgaan. Inmiddels heb ik geen idee meer hoeveel exemplaren er van zijn verkocht. Veel.”

Je schreef ook mee aan het scenario van Y the last man…
„Nou, ik sta weliswaar vermeld bij de credits, maar ik heb niet daadwerkelijk geschreven. Ik heb wel geholpen bij de opzet van de reeks, het ontwerp. Ik heb bepaald hoe het boek eruit kwam te zien en heb Brian ‘visuele suggesties’ gedaan, voor de figuur van Agent 355 bijvoorbeeld. Als ik een idee had, stuurde ik het naar hem op. Soms gebruikte hij het, soms was er geen ruimte voor. Een van die ideeën was de verhaallijn over Safeword, die later in het Nederlands vertaald zal worden. Uiteindelijk besloeg die drie delen van de serie. Het ontstond toen ik ’s avonds in bed wat lag te woelen. Hoofdpersoon Yorick is een boeienkoning die trucs van Houdini nadoet. Ineens schoot me te binnen: wat als hij het moest opnemen tegen een andere ontsnappingskunstenaar? Hoe zou hij zo gek kunnen worden gemaakt dat hij zich laat inpakken? Ik analyseerde Yoricks karakter. De hele reeks gedroeg hij zich al behoorlijk roekeloos, dus het paste in principe bij de rest. Ik sprong uit bed, mailde mijn ideeën naar Brian en een paar maanden later kreeg ik het scenario voor de volgende afleveringen en tot mijn grote verrassing had hij mijn ideeën gebruikt.”

Was het een voordeel dat je zelf vrouw bent bij het ontwerpen van al die vrouwelijke personages?
„Mij maakt het niets uit. Ik ben niet zo van het man-vrouwgedoe. Het gaat altijd om een goed verhaal. Mijn belangrijkste doel als stripmaker is een verhaal overbrengen dat geloofwaardig overkomt en dat bij de lezer als ‘echt’ voelt. Dat betekent dus dat alle personages zo menselijk mogelijk moeten zijn. Ik heb niet meer empathie bij de mannelijke of de vrouwelijke figuren in de strip.”

Hoe maak je een strippersonage geloofwaardig?
„Voor het tekenen van de locaties en de rekwisieten doe ik veel naslagwerk, zodat alles er zo min mogelijk bedacht uit ziet. Je kunt geen dingen verzinnen, zoals in superheldenstrips, want dan haal je de lezer uit de illusie van realiteit bij het lezen. Ik gebruik dus heel veel foto’s. En vroeger heb ik drama gestudeerd. Dat helpt bij het zo echt mogelijk laten acteren van de figuren.”

Als vrouw in een stripwereld die door mannen wordt gedomineerd zul je toch vaak op je sekse worden aangesproken.
„Dat is waar. Zeker in het begin van mijn carrière kreeg ik nog al wat opmerkingen over mijn werk, dat ik niet tekende als een meisje. Ze bedoelden het niet vervelend, maar ik vond dat altijd zo raar. Het was hondsmoeilijk om opdrachten binnen te slepen en ik heb me lang afgevraagd of dat kwam door de vooroordelen over vrouwelijke stripmakers of gewoon door de belabberde markt in het midden van de jaren ’90, die ook echt héél belabberd was. Ik werd gek van de twijfel. Totdat ik me realiseerde dat het te makkelijk was om mezelf een slachtoffer te voelen van mijn sekse. Ik moest gewoon een betere portfolio hebben om opdrachten binnen te slepen! Dus ben ik dat destructieve wie-ben-ik-stemmetje gaan negeren en ging ik beter luisteren naar goede raad van andere tekenaars en uitgevers. Ik las meer boeken, probeerde andere technieken uit. Ik heb hard gewerkt om mijn tekeningen sterk en helder en op een constant niveau te krijgen. Elke keer als nu iemand over mijn vrouw-zijn begint, zeg ik maar dat ik daar geen tijd voor heb.”

Heb je een grafische opleiding gevolgd?
„Nee, alleen op de middelbare school had ik een goede tekenleraar. Daarna heb ik het mezelf geleerd. Ik ben net zo veel beurzen afgelopen en net zo veel raad gevraagd aan anderen tot ik een verkoopbaar product kon maken.”

Waarom heb je voor strips gekozen?
„Als meisje van tien maakte ik al mijn eigen stripjes. Het was gewoon mijn hobby, lang heb ik er niet over gedacht het als beroep te kiezen. Totdat ik andere striptekenaars ontmoette en zag dat die er een duurzame carrière mee opbouwden. Bij ons in Vancouver werden er regelmatig kleine festivals gehouden, waar auteurs als P. Craig Russel, Diana Schutz, Mike Mignola of Ken Steacy werden uitgenodigd. Na afloop werden er dan etentjes georganiseerd waar bezoekers en tekenaars elkaar konden spreken. Dat waren ideale gelegenheden om vragen te stellen, tips uit te wisselen over technieken en zo veel mogelijk te leren. Ik herinner me nog goed hoe Ken Steacy me vertelde hoe hij kon leven van zijn werk en hoe dat heel mijn wereldbeeld op zijn kop zette. Ik dacht altijd dat stripmakers omkwamen van de honger en pas erkenning kregen na hun dood. En ineens ontmoette ik tekenaars die hun werk leuk vonden, gewoon een gezin hadden, een auto hadden, een huis en tamelijk gelukkig leken. Nou, dat was een geruststelling. Toen dacht ik: let’s give it a go.”

Wat las je als kind dan zoal wat je inspireerde?
„Mijn eerste comic was X-Men nummer 128 en ik was direct verslaafd. Een ouder neefje waar ik erg tegen op keek, had het bij ons thuis achter gelaten. Dat moest wel cool zijn, dacht ik. Daarna kwamen Teen Titans, Daredevil, Wonder Woman, The Shadow en DC Vertigo-titels als Hellblazer, Sandman en Shade of Changing Man. Nee, geen typische meidendingen dus.”

Lijkt de stripcultuur in Canada op die in de VS?
„Strip is hier even groot als daar, je kunt hier de zelfde albums kopen, in tegenstelling tot tv-programma’s die hier gek genoeg heel anders zijn. Canadese stripauteurs kunnen makkelijk de concurrentie aan met hun Amerikaanse collega’s. Toen ik aan Y the last man werkte, kreeg ik de scripts per e-mail, en de getekende pagina’s gingen per koerier naar de uitgever. Nu is het zelfs nog makkelijker met al die goede scanners . Waar ter wereld je ook woont als tekenaar, je kunt nu voor alle grote uitgevers in de VS werken.”

Je man Ian Boothby werkt voor de populaire tekenfilmserie Futurama van Matt Groening. Helpen jullie elkaar bij het verzinnen van verhalen?
„Jazeker. We zitten vaak gewoon maar wat te geinen met elkaar en dan borrelt er een ideetje op dat Ian opschrijft voor zijn werk of andersom. Hij is echt een briljante grappenmaker en hij schijnt mij ook grappig te vinden, dus we proberen veel op elkaar uit. En we herinneren elkaar er contant aan invalletjes op te schrijven, zodat ze niet verloren gaan. Onlangs hebben we samen gewerkt aan een Treehouse of Horror-verhaal (een comic-reeks over Groenings Bart Simpson, red.). We schreven het samen en ik tekende het. Dat was erg leuk.”

In vijf jaar tijd heb je zestig deeltjes Y the last man gemaakt. Je moet er dag en nacht aan gewerkt hebben. Was je het nooit zat?
„Ik heb ze niet allemaal getekend, zo’n 45 denk ik. Gelukkig waren er enkele andere tekenaars die de omslagen maakten en die af en toe invielen, zodat ik kon toekomen aan andere dingen, zoals ziek zijn en trouwen. Een reeks als deze wordt in een heel strak schema gemaakt. Je hebt bijna geen vrije dagen. Gelukkig begreep Ian hoe het werkt en was hij heel geduldig. Nadat de serie was afgerond heb ik nog een verhaal gemaakt: Doctor Who: The Forgotten. Daarna kon ik een jaar vrij nemen. Natuurlijk was ik het ook wel eens zat. Maar dan ging Brians scenario toch ineens weer een heel andere kant op, waardoor het leuk bleef om het te blijven tekenen. That’s what kept me going.”

Hoe zag je werkdag er uit?
„Ik werkte meestal ’s nachts, totdat het weer licht wordt. Om 2 of 3 uur ’s middags werd ik dan wakker, deed snel wat noodzakelijke dingen als boodschappen of bankzaken, at wat met Ian en ging dan aan het werk. Soms kon ik meteen aan de slag, maar meestal moest ik even in de stemming komen. Nog even wat surfen op het internet, wat lezen, een paar spelletjes Tetris spelen op de computer en dan aan de slag. En dat elke dag en de dag erna en daarna en daarna… Na twee jaar nam ik mijn eerste pauze. Ik moest gewoon stoppen om mijn geestelijke gezondheid weer wat op orde te krijgen. We zijn toen een weekjes naar Hawaï gegaan. Een paar jaar later moest ik weer stoppen voor een operatie. Niets ernstigs, maar het kon niet langer wachten.”

Alweer met nieuwe projecten bezig?
„Momenteel werk ik aan een strip voor Torchwood Magazine, een Brits blad over sciencefiction. Daarna wil ik samen met een vriend een nieuwe reeks opzetten. Maar het is nog erg prematuur allemaal. Hoe leuk het ook was, na jaren ondergedompeld te zijn in het drama van Y the last man en elke dag weer die zelfde hoofden tekenen, wil ik nu iets heel anders.”

Y the last man is een groot commercieel succes geworden, in alle landen waar de reeks is vertaald. Enig idee waarom de serie tussen die honderden andere comic-reeksen zo is opgevallen?
„Volgens mij is het hetzelfde als met rampenfilms, die inspelen op een droom die iedereen wel eens gehad heeft: wat als ik de enige ben die het overleeft terwijl de rest van de wereld uit elkaar valt? Iedereen fantaseert daar wel eens over. Dat de wereld wordt bedreigd, dat niemand het kan controleren, maar dat jij het om de een of andere reden wel redt. Of omdat je heel slim of sterk bent, of door puur geluk, maar op de een of andere manier ben jij diegene die overblijft. Iedereen droomt daar wel eens over.”

Je tekenstijl doet heel on-Amerikaans aan.
Y the last man wilden Brian en ik er zo toegankelijk mogelijk laten uitzien. Als een lezer het oppikt, moet hij er meteen inzitten, zoals in een film. Het moest er niet te ingewikkeld uitzien. Ik ben dol op het werk van Europese tekenaars als Moebius, Milo Manara en Britten als Paul Grist en Sean Philips. Ze gebruiken strakke lijnen, hun tekeningen ogen altijd helder, net als hun verhalen. Hun werk valt op omdat er zo veel comics zijn die echt overdreven zijn getekend: met te veel lijntjes, te veel ingewikkelde perspectieven, te veel rommelige plaatjes. Er gebeurt zó veel in een tekening, dat je het verhaal maar moeilijk kunt volgen. Ik wil mijn lezers direct het verhaal in trekken. Dus hoe helderder een tekening, hoe beter. Maar ik ben veel dank verschuldigd aan de inkter van Y the last man, Jose Marzan. Hij maakte mijn potloodtekeningen nog strakker en zorgde ervoor dat de tekeningen gedurende de hele serie op elkaar bleven lijken, ook als iemand anders mijn werk overnam.”

Heb je je stijl speciaal voor dit project aangepast?
„Ik had echt geen tijd om over mijn stijl na te denken terwijl ik aan dit project bezig was. (lacht) Ik moest gewoon mijn pagina’s inleveren, zo goed als ik kon. Dit is ongeveer zoals ik altijd teken. Na jaren oefenen past dit het best bij me. Ik wil me wel verder ontwikkelen en nieuwe dingen uitproberen. Daar moet ik nu de tijd voor nemen en kijken hoe het uitpakt. Ik hoop dat ik kan loskomen van het filmische van Y the last man, zodat ik ook minder serieuze projecten aankan.”

 
 

meer in ZozoLala 172