| |
Doorploeterende pensionado’s: Suske en Wiske worden 65
Al 65 jaar zijn Suske en Wiske het populairste stripduo van België en Nederland. Voorwaar een prestatie, wat sommigen ook over de kwaliteit van de reeks mogen zeggen. Een tijd raakte de reeks in de versukkeling. Ook huidig scenarist Peter van Gucht, tekenaar Luc Morjaeu en Willy Vandersteens dochter Leen lazen niet alles meer. Tot ze zich een paar jaar geleden voornamen de strip weer op te frissen. Aan het einde van dit jaar komt een speciaal jubileumalbum uit waarin Sus en Wis terugkeren naar hun roots.
door Suzanne Docter
Leen Vandersteen is 72, vijf jaar jonger dan toen haar vader Willy overleed. Toch is het niet moeilijk om in haar stripheldin Wiske te herkennen. Met haar halfkorte blonde haar, gulle lach en een voortdurende twinkeling in haar ogen. „Mijn vader heeft nooit expliciet verteld dat hij Suske en Wiske op mij en mijn broer Robert baseerde. Maar hij plaagde wel dat ik even ondeugend was.”
Als kind identificeerde ze zich graag met haar alter ego. „Ik ging verkleed als haar tijdens optochten van school. Mijn moeder smeerde mijn haar met zeep omhoog en stak er een strikje in. Mijn vader beschouwde zijn tekeningen als oud papier. Ook gaf hij zijn originele albums rustig weg. We hebben ze lang niet allemaal meer.”
Ze is nog altijd kind aan huis bij tekenstudio Vandersteen die op de bovenverdieping van haar voormalige ouderlijk huis in Kalmthout is gevestigd. Tekenaar Luc Morjaeu en scenarioschrijver Peter van Gucht begroeten haar met een dikke zoen. „Mijn vader tekende de eerste jaren in de woonkamer,” vertelt ze. „Als we uit school kwamen, keken we over zijn schouder wat de volgende dag in de krant zou komen.”
Veel gebeurtenissen uit de eerste Suske en Wiskes kwamen uit het dagelijks leven van de familie Vandersteen. „Het vliegtuig Gyronef sneed hij uit een enorme winterwortel waarmee mijn moeder thuiskwam. Dat kwam zomaar in hem op. Hij hoefde maar íets te horen en schetste dan op een bierviltje een heel verhaal.”
Voor Leen is het een sprookje dat de geesteskinderen van haar vader na 65 jaar nog springlevend zijn. „Voor zijn dood liet hij vastleggen dat Sus en Wis werd voortgezet. Hij wilde niet dat de strip stopte zoals Kuifje. Vooral niet omdat er veel mensen aan meewerkten, die anders werkloos zouden worden.”
Op school was de grondlegger van het Vlaamse stripimperium altijd al aan het tekenen. Omdat leerkrachten hem voorhielden dat hij daar nooit zijn brood met zou kunnen verdienen, werd hij etaleur. Leen: „Tijdens zijn werk zag hij in een Amerikaans blad opeens strips staan en zo is hij zelf begonnen met striptekenen.” Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel Amerikaanse strips verboden en rook haar vader zijn kans om hun plek in te nemen. Steeds meer tijdschriften plaatsten zijn tekeningen en aan het einde van de oorlog bedacht hij broer en zus Rikki en Wiske. Zij beleefden dit jaar precies 65 jaar geleden hun eerste avonturen in krant de Nieuwe Standaard. „Na één album verving mijn vader Rikki voor Suske. Hij vond Rikki te elitair en op Kuifje lijken. Ook vond hij Suske een mooiere naam. En met twee kinderen die geen familie zijn, kun je meer kanten op. Wis is vaak jaloers als Sus aandacht krijgt van meisjes. Dat zou als zijn zus niet kunnen.”
In de naoorlogse jaren sloten miljoenen Belgen en Nederlanders de helden, hun tante Sidonia en ‘ooms’ Lambik en Jerom in hun hart. Ook scenarioschrijver Peter van Gucht en tekenaar Luc Morjaeu, de huidige makers van de strip, lazen ze als kind stuk. „Laatst vond ik een brief terug die ik ooit schreef aan Willy Vandersteen, met een tekening van mij erbij. Als antwoord kreeg ik terug dat ik vooral moest doorgaan,’’ vertelt Morjaeu. „Terwijl noch ik, noch hij wisten dat ik het stokje ooit zou overnemen. Best spooky.”
Het succes van Suske en Wiske schrijven Van Gucht, Morjaeu en Vandersteen toe aan diverse factoren. „Het zijn doodgewone kinderen die niet kunnen toveren. Maar die met hulp van moederfiguur Sidonia, de ijdele, domme Lambik, de sterke Jerom en uitvindingen als de teletijdmachine avonturen beleven die jij ook wil meemaken,” denkt Leen. „Ook was via de strip in de krant vlak na de oorlog eindelijk wat te lachen voor mensen,” zegt Morjaeu. „Het was ook herkenbaar, het volkse, het alledaagse. Bij elkaar opgeteld hebben de hoofdpersonen alle eigenschappen die iedereen heeft.”
Peter van Gucht (‘Ik associeer mezelf het meest met Van Zwollem: speels en een tikkeltje dramatisch’) knikt. „Vandersteen was een meester in het schetsen van heftige situaties die dan opeens vanuit het niets werden doorbroken met een kwinkslag. In De apenkermis dreigen Sus en Wis met hun ruimteschip te pletter te slaan op een meteoriet. Vanuit het laboratorium van professor Barabas kijkt de rest mee. Tante Sidonia valt flauw en Jerom komt aanrennen met een vaatje vlugzout. Dan zie je dat vaatje flauwvallen en is die spanning door zoiets simpels meteen doorbroken.”
De strip beleefde hoogtijdagen in de jaren ‘70, toen van een nieuw album soms een half miljoen exemplaren over de toonbank gingen. Toen Vandersteen het stokje overgaf aan Paul Geerts, begon de oplage te zakken. Toen daarna Marc Verhaegen de serie overnam, daalden de verkoopcijfers verder. „Sinds mijn veertiende en tot die tijd heb ik eigenlijk geen Suske en Wiskes meer gelezen,” bekent Leen. ,,Ik was niet zo’n stripboekenkind en heb totaal geen tekentalent. Maar met het inzakken van de verkoop, zijn mijn familie en ik ze weer gaan lezen. We ontdekten dat de hoofdpersonen steeds zuurder waren geworden. De helderheid en de subtiele humor van mijn vader waren weg. Ook klaagden fans dat de verhalen te ingewikkeld waren geworden.”
De erven-Vandersteen zochten een nieuw team om de geest van Vandersteen terug te brengen. Morjaeu en Van Gucht – allebei al succesvol en afkomstig van Studio 100 – kregen de strip weer in de lift, volgens Leen. „We hebben de personages terug naar hun wortels gebracht,” zegt Morjaeu. „Jerom was de laatste jaren bijvoorbeeld een enorme moraalridder geworden die in volzinnen hele boodschappen bracht in plaats van de droge krachtpatser van weleer.” Hij vervolgt dat hij en Van Gucht verder hebben getracht om de magie van Vandersteen terug te brengen. „Zijn geheim was de helderheid die in de verhalen zit en de gelaagdheid die ze hebben aan de andere kant,” vindt Morjaeu. „Je kunt alleen plaatjes bekijken en zo het verhaal volgen. De volgende laag zijn de teksten en daarnaast is er de diepere laag van herkenbare, alledaagse, actuele situaties die je pas later ziet.”
Lol hebben ze er na vijf jaar samenwerken nog steeds in. Een goede graadmeter voor Peter van Gucht is zijn echtgenote. „Als die ’s ochtends de krant pakt om onze strip te lezen, kijk ik naar haar gezicht. Als zij lacht, ben ik blij.”
Bij een nieuw album bedenkt hij eerst de verhaallijn. „Vaak schetst hij die dan voor. Vervolgens ga ik ermee aan de slag,” legt Morjeau uit. „Meestal gewoon met hulp van onze creativiteit en het internet. Vroeger werden er wel eens exotische reizen gemaakt. Maar wij hebben de tijd niet. Voor De Nachtwachtbrigade ben ik wel een paar keer naar Amsterdam gegaan, maar voor De Elfstedenstunt ben ik alleen digitaal op vakantie geweest. Dat is het handige aan albums die in Nederland spelen. Jullie zijn zo trots op jullie steden: alles wordt gefotografeerd.”
Van de erven-Vandersteen krijgen de heren volledige vrijheid. „Het testament van Vandersteen waarin staat dat de verhalen niet over drugs, seks of politiek mogen gaan, heb ik nooit gelezen. Wat niet kan, voelen we vanzelf aan,” zegt Morjaeu. „Het gebeurt zelden dat een deel van een verhaallijn sneuvelt. Toevallig gebeurde dat pas bij De rillende rots. Daarin zat een dorp met een taalstrijd. Maar zo’n plot ligt in België enorm gevoelig en onze Nederlandse lezers zouden er niets van begrijpen.”
Voor hun fans maken ze zo veel mogelijk tijd vrij. Elke brief en tekening wordt beantwoord. Ook geven Morjaeu en Van Gucht regelmatig acte de présence tijdens verzamelbeurzen en fandagen. Keer op keer staan ze daar weer verbaasd over hoe hoog de liefde voor Suske en Wiske kan oplopen. „Wij zijn niet compleet verslaafd, fans soms wel,” grijnst Morjaeu. Hij en Van Gucht rakelen anekdotes op over verzamelgekte. „Eén jongen weet ieder plaatje uit elk album feilloos te herkennen. Ongelooflijk. Ik heb ze zelf lang niet allemaal gelezen. Wel alle Vandersteens als verplicht studiemateriaal. Maar de latere niet,” bekent Morjaeu, die bijval krijgt van Van Gucht. Morjaeu vervolgt hoe een collega een fan tegenkwam met het complete Eiland Amoras op zijn rug getatoeëerd. „Het is ook bizar wat je soms meemaakt tijdens signeersessies. Dat we in Almere kwamen en daar een rij stond van een paar honderd meter: te wachten op óns.”
Ook op verzamelbeurzen klapperen hun oren en ogen soms flink. „Pas liet een man een album signeren en verpakte hij dat ter plekke hermetisch in plastic,” vertelt Van Gucht. „Zo, zei hij. ‘Daar komt hij nooit meer uit’. Dat is toch zonde? Strips moet je stuklezen.’’
Morjaeu haalt een herinnering op aan een andere beurs. „Daar liep een man met wel zeventien tasjes. Het was aan het einde van de dag en hij wilde nog gauw een litho laten drukken. Helaas stopte de pers ermee. Je zag die armen met die tasjes naar de grond zakken en die man enorm teleurgesteld naar huis gaan. Terwijl hij al zo veel spullen had.”
Voor de superfans en alle normale exemplaren blijven Morjaeu en Van Gucht vier albums per jaar voltekenen en -schrijven. Of ze het net als Vandersteen en Geerts tot hun vijfenzestigste uitzingen, durft Luc Morjeau niet te beloven. „Ik blijf dit doen totdat ik het niet meer leuk vind. Voorlopig is daar geen sprake van. Ik ga ook niet allerlei nieuwe bijfiguren introduceren. Er zijn nog genoeg karakters zoals de Zwarte Madam of de Dulle Griet die ik nog nooit heb getekend. En als ik stop, zal ik het stokje doorgeven.” Ook Leen Vandersteen is duidelijk over de toekomst van haar vaders geesteskinderen. „Zie ze niet als 65 jaar oud, maar als 65 jaar jong.”
|
|