| |
Ivan Brun wil zijn lezers wakker schudden
Van de Fransman Ivan Brun (1971) verschenen kort na elkaar twee indrukwekkende, tekstloze verhalenbundels bij uitgeverij Drugstore: No comment en War songs. Brun woont en werkt in Lyon, waar hij al sinds begin jaren ’90 onderdeel uitmaakt van de plaatselijke underground scene. „Maar het Nederlandse publiek kent me misschien ook van mijn albums Zero en Otaku die enkele jaren terug in vertaling bij uitgeverij Xtra verschenen,” zegt hij hoopvol.
door Hans van Soest
Otaku was een album op scenario van Lionel Tran over een jong Japans stel dat symbool staat voor de huidige jeugd die zich verschuilt in een virtuele wereld op internet en games. Zero was een verzameling korte verhalen die Brun maakte tussen 1996 en 2004. Net als zijn latere verhalen in No comment en War songs, geven ze blijk van Bruns weinig optimistische kijk op de hedendaagse maatschappij. Elk verhaal draait om geweld, doorgeslagen individualisme, hyperconsumptie en uitbuiting.
Vanwaar dat telkens terugkerende thema geweld?
„Omdat het een goed onderwerp is voor verhalen! Drama is sowieso het beste fundament voor een verhaal. We leven hier in het Westen in een rustige en gepacificeerde samenleving, maar we zijn nog steeds gefascineerd door geweld. Maar niet alleen hier hoor, ook in de Derde Wereld zijn ze dol op kungfu-films en Amerikaanse blockbusters met veel ontploffingen en geknal. En kijk voor de grap eens naar de tabloidkranten in Mexico. Ik gebruik geweld in mijn verhalen om de aandacht van de lezer te krijgen voor het, laten we zeggen, meer symbolische geweld: de gewelddadige machtsstructuren in onze maatschappij.
Mijn meeste verhalen zijn gebaseerd op realistische situaties. Ik verheerlijk geweld niet en probeer het er ook niet gelikt, stoer of aantrekkelijk uit te laten zien. In elk land heeft een mensenleven een andere waarde, al naar gelang iemands sociale status. Hoe vreselijk ook, dat is helaas een feit. Als je dat gewelddadig vindt, wen er dan maar aan!”

Vanwaar je sombere wereldbeeld?
„Omdat ik extreem teleurgesteld ben in hoe de wereld zich ontwikkeld heeft sinds het begin van de 21ste eeuw. Als kind geloofde ik echt dat als we eenmaal het magische jaar 2000 hadden bereikt, de mensheid en de wetenschap zo zouden zijn geëvolueerd, dat wereldvrede binnen bereik lag. Dat er een medicijn tegen kanker zou zijn ontwikkeld, dat armoede en hongersnood zouden zijn uitgebannen in de wereld. En dat we ons zouden verplaatsen in vliegende auto’s! Vanuit dat perspectief ziet de huidige wereld er nog al somber en guur uit, vind je niet?”
Zou je in staat zijn om bijvoorbeeld een vrolijke kinderstrip te maken?
„Nee. Ik heb er ook absoluut geen behoefte aan. Een jaar of tien geleden heb ik wel geprobeerd om de scherpe kantjes van mijn verhalen te schaven en ze wat genietbaarder te maken. Maar dat liep echt op niets uit. In mijn scenario’s en in mijn tekeningen zit gewoon altijd een ongemakkelijk gevoel, dat ik niet kwijt kan raken. Daarom kan ik ook geen illustraties voor commerciële opdrachten maken. Voor mij als kunstenaar is oprechtheid het belangrijkste waar mijn werk aan moet voldoen. Ik kan niet liegen, iets maken dat ver van me af ligt, anders wordt het flutwerk zonder enige zeggingskracht. Trouwens, ook al maak ik mijn strips voor een ouder publiek, volgens mij zouden kinderen veel van de tekstloze verhalen ook prima kunnen lezen.”
Wat wil je je lezers meegeven?
„In mijn strips geef ik gewoon mijn visie op de wereld en de tijd waarin wij leven. Die visie is misschien niet aangenaam, maar hij is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Overal worden mensen vermoord en uitgebuit. Ik besteed aandacht aan het mechanisme van macht en de uitwassen daarvan. Dat is nu eenmaal een belangrijk onderwerp. Maar tegelijk houd ik altijd in mijn achterhoofd dat strip ook een vorm van entertainment is. Ik wil er dan ook geen onderliggende politieke boodschap in stoppen, ik wil dat de lezer zijn eigen conclusies trekt.”
Je hebt in Lyon veel muurschilderingen gemaakt. Wat heb je daarvan geleerd dat je nu toepast in je strips?
„En ook veel schilderijen. Het is een totaal verschillend medium wat betreft grootte en techniek. Als ik naar mijn oudere strippagina’s kijk, valt me op dat mijn tekenstijl nog vrij losjes is. Mijn huidige strips zijn veel strakker getekend, veel preciezer. Ik denk dat ik van mijn muurschilderingen en schilderijen vooral veel heb geleerd over compositie en kleurgebruik. Daar heb ik ook veel aan bij mijn werk als striptekenaar.”
Heb je een grafische opleiding gehad?
„Ik heb van ’89 tot ’94 op de kunstacademie gezeten. Daar hield ik me bezig met conceptuele kunst en video art, wat heel hip was in die periode, en installaties. Nou, je zult je er wel een beeld bij kunnen vormen. Ik heb tijdens mijn studententijd enorm de student uitgehangen. Helaas realiseerde ik me te laat dat mijn opleiding verre van perfect was en dat het diploma en de ervaring volkomen waardeloos waren in de echte wereld. Die kunstopleidingen zijn een perfect opleidingsinstituut voor werkloosheid, of voor bediende bij een tankstation als je geluk hebt.
„Ik ben al een fanatiek striplezer sinds mijn elfde. Ik ben door veel auteurs beïnvloed. Je kunt ze onderbrengen in drie categorieën: klassieke Europese en Argentijnse realistische strips, Amerikaanse underground en Japanse manga: Robert Crumb, Otomo, Moebius, Liberatore, Horacio Altuna, Daniel Clowes, Chris Ware, Jaime Hernandez, Yves Chaland, Alberto Breccia… Maar de grafische wereld ontwikkelt zich snel en er als altijd wel weer een nieuwe vormgever of illustrator die me inspireert. Daarnaast zie je in mijn werk ook veel invloeden terug uit de film en fotografie.”
Wat moeten we ons voorstellen bij de underground scene van Lyon? Lopen er meer stripmakers rond?
„De strip-scene in Lyon is sinds het begin van de eeuwwisseling vrij groot. Veel grafici verdienen hier hun brood met het maken van illustraties en strips. Er zit hier een vrij hoog aangeschreven privéschool, waar ze je de fijne kneepjes van het illustratievak, animatie en strip bijbrengen. De studenten komen echt overal vandaan om er het vak te leren. Lyon is een leuke stad en velen besluiten zich hier te vestigen. Daarom wonen er hier tegenwoordig zo veel stripmakers. Vroeger was echt alles geconcentreerd in Parijs. Daar moest je heen om de juiste contacten te leggen met uitgevers en bladen, daar ontmoette je de juiste mensen die je aan een contract konden helpen. De opkomst van internet heeft alles echt een heel stuk makkelijker gemaakt voor ‘provincialen’ zoals ik. Het leven in Parijs is echt shit, tenzij je minimaal 3000 euro per maand verdient. Ik heb hier in Lyon contact met enkele andere stripmakers, maar die bewegen zich vooral in het fanzine-wereldje, het meer bizarre en experimentele werk.”
Wat doe je naast je strips?
„Lekker koken en rode wijn drinken, met mate uiteraard (lacht). Ik speel in wat lokale punkbandjes en met punk bedoel ik de radicalere, snelle en lawaaierige soort. Samen met wat andere lokale kunstenaars werk ik hier ook in een werkplaats waar we zeefdrukken maken. Dat collectief bestaat al sinds 2001. Ik ben noch rijk noch succesvol, maar ik kan sinds 2005 rondkomen van mijn werk. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik nooit compromissen heb hoeven sluiten of er een ‘echte’ baan naast heb hoeven zoeken.”
Je personages ogen als grappige, Japanse speelgoedfiguurtjes met grote ogen en kleine lichaampjes. Die aaibaarheid staat in schril contrast met de wrede wereld waarin ze rondlopen.
„Ja. Ik ben in 2001 begonnen met het tekenen van die lieve poppetjes. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het werk van Japanse mangaka. Toen ontdekte ik de schilderijen van Yoshimoto Nara en de oude Blythe-modepoppen met buitenproportionele hoofdjes die werden gebruikt in moderne Sony-reclames. Ik werd er enorm door geïnspireerd. Ik wilde iets maken in een stijl die totaal verschilde van wat ik voorheen maakte. Ik koos voor deze stijl, omdat ik het serieuze drama in mijn verhalen wat wilde verluchtigen. Als ik mijn verhalen in een felrealistische stijl zou tekenen, zou je je er als lezer doorheen moeten worstelen. Nu zijn ze toegankelijker. Het contrast tussen de schattige tekeningen en de hardheid van de verhalen geeft het geheel ook meer impact.”
De tekenstijl in je twee jongste albums ziet er meer coherent uit. Heb je inmiddels je eigen handschrift gevonden?
„In Zero stonden verhalen die getekend waren in allerlei verschillende stijlen, van realistisch tot meer karikaturaal. Ik tekende gewoon in de stijl waar ik op dat moment zin in had en die ik het best bij de sfeer van het verhaal vond passen. Toen ik mijn werk liet zien aan mijn huidige, Franse uitgever Drugstore, waren ze vooral geïnteresseerd in de meer karikaturale, tekstloze verhalen. Dus besloot ik een heel album in die stijl voor ze te maken. Die formule heb ik verder geperfectioneerd, waarbij ik probeerde zo veel mogelijk te vertellen in plaatjes zonder tekst. Daarvoor gebruikte ik pictogrammen en varieerde ik qua vertelritme en kadrering. De grenzen van het mogelijke heb ik in deze stijl nu wel verkend. Voor toekomstige projecten wil ik weer iets nieuws proberen.”
Plannen?
„Ik werk nu aan iets wat in niets lijkt op No comment en War songs. Ik ben bang dat als ik nog zo’n album maak, de verrassing eraf is voor de lezer en ook dat ik mezelf ga vervelen door de formule uit te melken. Ik wil weer iets maken met tekst en een iets realistischer tekenstijl. Ik werk nu aan een album op scenario van een ander. Het wordt een striproman over schizofrenie, architectuur, hekserij, huurlingen en mensenhandel. Het wordt een dikke pil van tussen de 160 en 200 pagina’s. Dat is wel een uitdaging na al die korte verhalen!”
|
|