Milan Hulsing verovert het buitenland

Milan Hulsings Stad van klei kreeg lovende kritieken. Het album wordt nu vertaald in het Frans en Spaans en meerdere andere landen hebben interesse getoond. Het succes motiveert Hulsing om snel aan een nieuw project te beginnen.

door Hans van Soest

„Toen ik aan Stad van klei begon, wilde ik al niet alleen voor de Nederlandse markt werken,” vertelt Hulsing vanuit Caïro. „Ik zocht daarom een onderwerp dat interessant is over de grenzen heen. Ik zou nog graag een Arabische vertaling zien. Stad van klei is hier gemaakt, gebaseerd op een Egyptische novelle en speelt in Egypte. Je ziet in Egypte goede politieke cartoons, karikaturen en ook geïllustreerde jeugdtijdschriften hebben vaak prachtig en vreemd art work. Er is ook een jonge garde die probeert voet aan de grond te krijgen met strips. Onlangs verscheen er hier een veelbelovend nieuw striptijdschrift, Toktok. Dat was in een paar dagen uitverkocht. Mijn strip past daar misschien wel in. Ook doet Stad van Klei niet toevallig denken aan de klassieke Egyptische cinema.”

Hoe ben je in Egypte verzeild geraakt?
„Eerder ben ik mijn vriendin, Tessa, gevolgd naar Pakistan, waar ze vluchtelingenwerk deed. Daar heb ik meer dan de helft van Wat Fred niet wist getekend, mijn eerste boek. Ik heb me toen erg verdiept in de Pakistaanse film, pulp en muziek, maar mijn strips zijn er slechts indirect door beïnvloed. Nu kreeg Tessa de mogelijkheid in Egypte te werken. Ik wilde dit keer wél iets met mijn nieuwe omgeving doen in een strip. En omdat ik enthousiast verzamelaar ben, bulkte ons huis al snel uit van de Egyptische platen, magazines en filmposters. Referentiemateriaal had ik genoeg.”

Hoe kwam je op dit verhaal?
„Het oorspronkelijke boek Al-Khaldiya van de schrijver Mohamed el-Bisatie heeft veel gemeen met een van mijn lievelingsboeken: Dode zielen van Gogol, waar het ook qua plot op lijkt. Tessa raadde me aan het te lezen, een goede keus! Maar het verhaal omwerken tot strip viel niet mee. Het springt van hot naar her, zoals dat goed kan in tekst. Maar een strip heeft meer continuïteit nodig. Ik heb na een valse start eerst de meest sprekende scènes uitgewerkt en ben daarna gaan sleutelen aan de tijdlijn. Ik vond het belangrijker dat Stad van klei als strip goed zou werken, dan dat ik de tekst naar de letter zou volgen. Eerst heb ik het helemaal tekstloos gemaakt. Omdat Al-Khaldiya geen bekend boek is, was ik misschien wat vrijer in de bewerking. Het einde, daarvan wist ik vanaf het begin al dat ik het zou veranderen, simpelweg omdat ik het einde van het boek te abrupt vind. In de strip wilde ik het dramatischer afronden en de vermenging van Salems fantasie en de werkelijkheid beter uitwerken.”

Heb je lang gezocht naar de juiste tekenstijl die bij dit album paste?
„Ik heb moeten zoeken naar de juiste vaart en ritme. Mijn eerste pagina's waren verstild, trouw aan de sfeer van het boek. Maar dat werkte niet. Ik had meer interactie nodig tussen karakters en meer beweging. Ik heb uiteindelijk alles hertekend en de personages actievere poses gegeven. In een eerdere versie stond Salem bijvoorbeeld wat sip en statisch op de bus te wachten terwijl hij er nu achteraan rent. Hoewel het een heel ander soort strip is, ben ik voor Stad van Klei erg beïnvloed door Ibicus van Pascal Rabaté. Ik heb die strip bewust in Nederland achtergelaten, omdat ik het te gevaarlijk vond die in mijn buurt te hebben!”

Hoe lang heb je er aan gewerkt?
„Aanvankelijk dacht ik dat wanneer ik een bestaand boek als uitgangspunt zou nemen, het zichzelf zou vertellen. Maar doordat het oorspronkelijke boek een moeilijke structuur heeft, zag ik me gedwongen het bij de horens te vatten en het met veel energie en frustratie tegen de grond te worstelen. En dat was soms lastig met twee jonge kinderen om je heen. Ik teken veel met mijn zoon Benno, de oudste van 6. De onbevreesdheid waarmee hij een vel papier vol kalkt, is fantastisch om te zien. Bij een nieuwe, lege pagina heb ik wel gedacht: hoe zou Benno dit doen? Ik heb er zo'n tweeënhalf jaar aan gewerkt. Maar in het begin combineerde ik het nog met werk aan de animatiefilm Magic Show.”

Heb je reacties gehad van de schrijver?
„Hij heeft het nog niet gezien. Ik hoorde van iemand dat hij het erg leuk vindt dat zijn Franse uitgever Actes Sud nu ook mijn strip uitbrengt. Nu de storm van de volksopstand hier in Egypte wat is gaan liggen, is het tijd hem een exemplaar te overhandigen. De gebeurtenissen zijn zo heftig geweest, dat het raar voelde aandacht op mezelf te vestigen. De mensen hier hebben wel wat anders aan hun hoofd. Maar het leven begint nu weer wat normaler te worden dus ga ik hem opzoeken.”

Wat zegt zijn verhaal over het hedendaagse Egypte?
„Dat weet ik inmiddels niet meer. Ik was gefascineerd door de details over fraude en bruut politieoptreden in El-Bisaties boek. Maar het is fictie. Het politieke aspect van het verhaal sprak me aan, maar dat heeft deels ook esthetische redenen. Ik houd van (Franse) politieke thrillers uit de jaren ’70 en het exotische politieke gedoe dat je bij Corto Maltese ziet. Qua beeld en atmosfeer had ik eind jaren ’60, begin jaren ’70 in mijn achterhoofd, niet 2011.”

En nu?
„Nu Stad van Klei wat lijkt te doen, ook in het buitenland, wil ik een nieuwe lange strip maken. Financieel verwacht ik er trouwens niet veel van. Oplages blijven laag. Van royalty’s kun je niet leven. Maar het wordt in elk geval gelezen. Mijn alternatieve plan was weer een animatiefilm geproduceerd te krijgen, misschien samen met mijn broer Hisko. Maar mijn hart ligt uiteindelijk toch bij strip. Door de heftige recente gebeurtenissen hier in Egypte ben ik helaas amper aan tekenen toegekomen. Ook hoop ik dat Michiel de Jong en ik een volgend deel van Lana Planck kunnen maken. We hebben er al een goed, nieuw verhaal voor, dat zich afspeelt in Japan.”

 
 

meer in ZozoLala 177