| |
Bij Seb C. gaat het niet om ‘het mooie prentje’
Sébastien Conard (1982) is een jonge Gentenaar wiens grafische taal op zijn zachtst gezegd intrigeert. Met een paar vrienden begon hij een eigen uitgeverij: Imprimitiv. In januari verscheen zijn tweede boek, Dirk gaat op vakantie.
door Roel Daenen
Hoe is je debuut Iedereen op zoek ontvangen?
„Iedereen op zoek bleef nogal onder de radar hangen. Al kreeg het boek wel positieve reacties in onder meer De Standaard en FocusKnack. Er bestaat een Franstalige en een Engelstalige versie van. Dat zijn allebei ook uitgaven van Bries. Toen ik bij uitgever Ria Schulpen aanklopte om Iedereen op zoek te publiceren, stelde ik meteen voor om het te laten vertalen. Ria vond dat wel een goed idee, aangezien met een simpele ‘zwartwissel’ in dezelfde oplage de tekstlaag kan worden vervangen. Dus drukte ze een deel van de oplage in het Frans en in het Engels. Beiden zijn niet zozeer typische vertalingen dan wel eigen werken. De Franse teksten schreef ik zelf en wijken vaak af van het Nederlandstalige origineel. De Engelse teksten verzorgde een goede vriend van me. Jammer genoeg belemmerde die meertalige uitgave net een aparte publicatie in Frankrijk. Thierry Groensteen van Actes Sud - L'An 02, die ik vorig jaar in Angoulême ontmoette, had het graag uitgegeven. Maar aangezien het reeds op de Franstalige markt bestond, kon hij er niet meer als nouveauté mee uitpakken. En de titel vond hij – achteraf gezien wel terecht – de inhoud te veel in één richting duwen. Enfin, met zo'n debuut leer je veel bij en zo is dat ook met Iedereen op zoek.”
Je nieuwe album Dirk gaat op vakantie is conceptueel van aard. Waarom geen gewone rechttoe-rechtaan strip?
„Dirk gaat op vakantie is een hard verhaal met ruwe en kleurrijke beelden. Natuurlijk is die vorm in zekere mate ‘afwijkend’ van wat de meeste mensen kennen. Zij zoeken tevergeefs naar vakjes of omlijnde tekstballonnen. Maar gezien de hoeveelheid strips die sinds de jaren ‘70 al van de norm afwijken, vind ik het zeer onterecht om langer over een norm te spreken. En wat het concept betreft, een vorm-inhoudelijke opzet heeft élk werk, hoe weinig de auteur zich daar soms ook van bewust is. Het chaotische verhaalverloop en de grillige bladschikkingen van Dirk gaat op vakantie zijn een weerspiegeling van Dirks totale verwarring. Het wegvallen van de lichamen op vele platen ten voordele van quasi mechanisch herhaalde hoofdjes verbeeldt onze zeer cerebrale maatschappij. Het is pas gaandeweg dat Dirk, eerst niet veel meer dan zo'n archetypisch kopje, meer mimiek krijgt, wildere haren, een schetsmatig uitgetekend lichaam, enzovoort. Dat gebeurt naarmate hij door het contact met de asielzoeker en met de realiteit weer meer mens wordt en niet enkel een accountmanager. Dit vormenspel is ook deels een reflectie op mainstream strips die soms neigen naar stereotiepe vereenvoudiging van de personages – zowel inhoudelijk als in vormgeving. Welke mens is Jommeke of Kuifje, voorbij hun uiterlijke kenmerken, hun beroep en hun universele goedlachsheid? De manier waarop je vertelt, deelt al iets mee en beïnvloedt bijgevolg de mogelijke lezing. Kortom, the medium is the message. Dirk gaat op vakantie is dus experimenteel in die zin dat ik zaken uitprobeer – maar nooit gratuit.”
Je werkt lijkt op dat van niemand anders. Wie waren je invloeden?
„Ik ben grootgebracht met Franstalige strips van de Marcinelle-school: vooral het werk van Franquin sprak me erg aan. Ik kreeg jarenlang wekelijks Spirou (de Franstalige versie van Robbedoes, red.) in de bus. Tegen het einde van mijn puberjaren schakelde ik over op de sci-fi en fantasy van uitgevers als Delcourt en Dargaud. Daar zat enorm veel rommel bij waaraan ik een klein fortuin kwijtspeelde. Ik heb er maar een paar reeksen van gehouden zoals Aquablue, Op zoek naar de Tijdvogel en De lichten van Amalou. Ik heb ook een comic-periode gehad met X-Men, Wolverine en andere Americana met veel spieren en gigantische borsten. Tijdens mijn studies Geschiedenis en Cultuurwetenschappen ben ik een tijdje afgehaakt en deed ik veel bredere invloeden op: films van Tarkovski, de boeken van Camus en Beckett. Toen ik een jaartje voor Pinceel Stripverspreiding het Franstalige fonds mocht verspreiden, kwam ik in aanraking met kunstzinnige strips uit de fondsen van FRMK, L'Association en Atrabile.”
Dirk gaat op vakantie levert impliciet commentaar op onze maatschappij: eenzaamheid, onbegrip, het onvermogen tot communicatie, vooroordelen en migratie. Waarom wilde je dit verhaal vertellen?
„Ik heb met mijn werk voor het tijdschrift Plots veel ervaring opgedaan met het maken van korte verhalen. Mijn langere werk benader ik op dezelfde manier: van onderuit, vanuit losse indrukken, gags en resten. Het epische is niet aan mij besteed. Zo werd Iedereen op zoek een mozaïekstrip. Het verbindt op een losse manier een reeks korte verhalen in één album, in de oorspronkelijke zin van het woord. Dat wil zeggen: een blanco boek waarin divers materiaal is verzameld. Dirk gaat op vakantie is dat nog meer. Ik bracht alles wel narratief meer samen: een verhaal rond twee personages, vooral rond Dirk, die al in Iedereen op zoek meermaals opduikt. Dirk is een goed containerfiguur: hij is voldoende archetypisch om hem in allerlei situaties te gebruiken. Dirk gaat op vakantie is dus evenzeer een combinatie van brokstukken en korte verhalen. Dat zijn voornamelijk nog dingen die ik kwijt moest, waaronder dus een flinke portie maatschappijkritiek. Maar ik wilde geen somber werk. Ik heb al dat materiaal bijgevolg met een glimlach behandeld naar goede striptraditie. Die lach is ironisch maar niet cynisch; de personages maken heel wat mee en evolueren van flat characters naar meer gestoffeerde personen. En op de valreep zorg ik voor een ambigue twist op een jolig gele pagina.” |
|