Lode Devroe: Roswell-incident niet te snel afdoen als onzin

Op zijn 47ste debuteerde Vlaming Lode Devroe met zijn eerste echte boek: Hangar 84. Wie zijn werk al kende uit het small press-circuit en van internet, herkent direct zijn eigentijdse Atoomstijl en zijn voorliefde voor snelle auto’s, gleufhoeden en pseudowetenschap. Zijn fans kunnen zich schrap zetten, Hangar 84 is nog maar het begin.

door Hans van Soest

„Ik debuteer inderdaad op latere leeftijd,” vertelt Devroe. „Misschien zou je het boekje Dr. Dia, dat tien jaar geleden verscheen in de Incognito-reeks, ook al een debuut kunnen noemen, maar dat beschouw ik eerder als een jeugdzonde. Hangar 84 stamt alweer uit 2007. Destijds is een kortere versie verschenen in Zone 5300. Een jaar later heb ik een langere versie gemaakt voor de website Pulpdeluxe.be. Al met al was dat allemaal een aanzet voor het grotere verhaal dat ik al veel langer in mijn hoofd heb en waar ik nu aan werk: Painted Desert!”
Painted Desert zal in vier delen verschijnen, in het zelfde grote oblongformaat als Hangar 84 en eveneens bij uitgeverij Sherpa. In oktober moet het eerste deel in de winkels liggen. „Ik werk er al met tussenpozen aan sinds 2008. Van de 160 pagina’s heb ik er inmiddels 120 af.”
Hangar 84 gaat over het fameuze Roswell-incident in 1947 in de woestijn van New Mexico, waar een ufo zou zijn neergestort. In het verhaal op scenario van Pieter van Oudheusden blijkt een van de gecrashte aliens zwanger. De foetus wordt geïmplanteerd bij een medewerkster van de Amerikaanse legerbasis ter plaatse. De alien-baby wordt geboren en ontsnapt, wat de opmaat is voor een groter avontuur. „Painted Desert speelt zich tien jaar later af, in 1957. Een ufoloog gaat op zoek naar de zorgvuldig weggewerkte sporen van het incident. Hij krijgt een brief van een getuige die telkens de zelfde droom heeft over een vreemde Japanner. Dat is Max, de alien uit Hangar 84. Wat volgt is een ware road movie op papier. Dit keer schrijf ik het scenario zelf.”
Zonder Hangar 84 had Devroe nooit aan zijn grote project kunnen beginnen. „Ik heb altijd willen leven van mijn strips. Hoewel ik dat nog niet kan, heb ik nu wel een beurs gekregen. Voorwaarde was evenwel dat je al een album op je naam hebt staan. Die heb ik nu dankzij Sherpa. Vijftien jaar lang heb ik gewerkt in een bedrijf dat textieletiketten maakte: vignetten om op jeans en overhemden te stikken. In 2001 ben ik voor mezelf begonnen als illustrator en tekende vooral voor schoolboeken. Ondertussen hield ik mijn droom levend met publicaties op Pulpdeluxe.be.”
De liefde voor de Atoomstijl ontwikkelde Devroe bij zijn eerste baan. „Die vignetten waren eind jaren ’80 echt een rage. Ik moest veel oldtimers tekenen, pin-ups, piloten, tankstations, motels en jukeboxen. Alles moest rock-’n-roll zijn, in een jaren ’50-stijltje. Ik kon voor die ontwerpen geen rasters gebruiken en moest in een vette, klare lijn-stijl tekenen. In de jaren ’80 was de Atoomstijl met tekenaars als Serge Clerc ook erg populair: zij grepen terug op de vormgeving uit de jaren ’50. Hun stijl paste perfect bij wat ik nodig had voor mijn werk. Zo heb ik me het werken met penseel eigen gemaakt en ben ik verknocht geraakt aan het retro-stijltje. In België is de Atoomstijl sinds het vijftigjarig jubileum van de Wereldexpo van 1958 weer aan een ware revival bezig.”
De Atoomstijl heeft Devroe altijd gecombineerd met zijn andere passie: pseudowetenschap. „Ik lees alles wat los en vast zit over ufo’s en graancirkels en zo. Toen Pieter van Oudheusden in 2007 met het idee kwam om zestig jaar na het Roswell-incident daar een strip over te maken, hoefde ik niet lang na te denken. Toen het eenmaal af was, vond ik wel dat er meer in zat. Het is destijds verschenen als verhaal van tien staande pagina’s, dat zijn twintig liggende. Hangar 84 is uiteindelijk 38 liggende pagina’s geworden: bijna twee keer zo lang. Ik heb sommige scènes meer uitgewerkt en Pieter heeft een alternatief einde verzonnen. Om het geheel wat authentieker te doen lijken hebben we een dossier in het album opgenomen.”
Voor Devroe bestaat er geen twijfel dat Roswell meer is dan een verzinsel van complotdenkers. „Ik weet niet of er echt een ufo is geweest, of dat het Amerikaanse leger er een mislukt experiment uitvoerde. Feit is wel dat daar in 1947 iets vreemds is gebeurd. Er zijn te veel getuigenverslagen en bekentenissen van oud-generaals op hun sterfbed die vertelden dat ze inzittenden van de crash hebben gezien en dat er in Corona nog een tweede crash zou zijn geweest. De luchtmacht heeft opvallend genoeg eerst ook erkend dat er iets is neergestort om dat later weer in te trekken en te verklaren dat het om een weerballon ging. Dat is verdacht. Niet alles wat erover gepubliceerd is, kun je zomaar weglachen. Als je erover nadenkt, is het ook nogal pretentieus te beweren dat hele heelal voor ons alleen is. Ook al is er geen bewijs, het kan geen kwaad er gewoon eens over na te denken. En er verhalen over te verzinnen uiteraard!”

Zie ook: www.Lodedevroe.be

 
 

meer in ZozoLala 178