| |
Het Frank Miller-concept:
Regenjassen, knallende pistolen en een enkele maillot
In korte tijd verschenen er vertalingen van twee comic-klassiekers van Frank Miller: Daredevil: Wedergeboorte en De terugkeer van de Dark Knight. Met zijn interpretaties van de belegen stripseries Daredevil en Batman veranderde Miller het aanzien van de Amerikaanse strip en zette hij zich internationaal op de kaart als vernieuwend auteur.
door Hans van Soest
Bij de release van de verfilming van Will Eisners stripklassieker The Spirit in 2008, had Film Journal International een interview met regisseur Frank Miller. Nadat Hollywood al menig strip van Miller had omgewerkt tot kaskraker op het witte doek, mocht hij nu zelf eens in de regisseursstoel plaatsnemen en wel voor een adaptatie van het werk van Eisner, dat grote invloed had op Miller als stripmaker. „Toen ik als jonge stripmaker in New York aankwam, had ik een stapel strips en vingeroefeningen onder mijn arm waarmee ik bij uitgevers van superheldencomics langs ging,” vertelt Miller in dat interview. „Het waren tekeningen van kerels in lange regenjassen en oude wagens. De uitgevers zeiden: ‘Waar zijn de mannen in maillot?’ En ik moest mezelf leren hoe ik die moest tekenen. Zodra ik de kans kreeg om me met een comicreeks bezig te houden, nadat Gene Colan stopte met Daredevil, wist ik: dit is mijn kans om misdaadstrips te tekenen maar dan met een superheld erin. Dus lobbyde ik om de strips te mogen maken en ik kreeg de kans.”
Dat is de essentie waarop vrijwel al Millers strips zijn terug te voeren: misdaadstrips in de vorm van een superhelden-comic. Die kunst heeft hij naar eigen zeggen afgekeken van Will Eisner. Al gaat de vergelijking slechts gedeeltelijk op. Eisner maakte tussen 1940 en 1952 zo’n zeshonderd korte verhalen van The Spirit. Voor wie de strip niet kent: die draait om detective Denny Colt die in de eerste aflevering schijnbaar sterft, maar die vervolgens met een simpel maskertje voor zijn ogen en in zijn blauwe pak met dito gleufhoed de misdaad bestrijdt vanuit zijn geheime schuilplaats. De strip is een originele mengeling van de cynische detectiveverhalen a là Raymond Chandler, pulpachtige B-films vol mooie vrouwen en exotische locaties en Tex Avery-achtige grappen. De jonge Miller vrat de verhalen van Eisner. „Ik was 14 en ging op de fiets in Vermont de winkels af om strips te kopen. In Barre vond ik in een winkel een tijdschrift op groter formaat, met zwart-wit tekeningen. Ik geloofde mijn ogen niet: deze nieuwe tekenaar is het beste wat de strip ooit is overkomen, dacht ik. Totdat ik zag dat het om een heruitgave ging van oude strips: copyright 1948. Dus járen voordat ik geboren was, maakte die kerel dit al! Het liep ver voor op alles wat er destijds werd gemaakt.”
Veel van wat Miller (1957) later zelf zal tekenen en schrijven, is indirect een rauwere, moderne versie van wat Eisner destijds maakte: detectivestrips met een bijzondere misdaadbestrijder. Maar de humor blijft in Millers werk achterwege en de onweerstaanbare vrouwen uit Eisners oude strips zijn vervangen door verlopen heroïnehoeren. De sombere beginjaren ’80, jaren van economische crisis waarin het Westen twijfelde of het politieke en economische systeem inderdaad wel zo zaligmakend was als het lang had gedacht, klinken door in alle verhalen die Miller in die jaren maakt.

Daredevil
Miller trekt als beginnend striptekenaar van Montpelier, Vermont naar New York en vestigt zich in de wijk Hell’s Kitchen, die een prominente rol zal spelen in zijn latere Daredevil-strips. Hij vindt emplooi bij uitgeverij Marvel en vanaf 1979 neemt hij als tekenaar de serie Daredevil over, de strip (door Stan Lee gestart in 1964) over de blinde advocaat Matt Murdock die door radioactieve straling een bovenmenselijk goed gehoor en gevoel heeft ontwikkeld en zo als Daredevil springend over de daken de misdaad kan bestrijden. De verhalen zijn dan nog op scenario van Roger McKenzie. Millers hoekige tekenstijl wijkt af van veel traditionele superheldenseries en hij geeft de pulpreeks een heel eigen sfeer door de achterbuurten van Daredevils werkgebied meer op de voorgrond te plaatsen. De serie krijgt zo een film noir-accent. Dat slaat aan. De verkopen stijgen en Marvel besluit van Daredevil een maandelijkse comic te maken in plaats van een tweemaandelijkse.
In 1981 mag Miller ook zelf de scenario’s schrijven. Vanaf dat moment transformeert hij de superheldenreeks definitief in een misdaadstrip: Daredevils tegenstanders zijn niet langer andere gekostumeerde schurken, maar de georganiseerde misdaad onder leiding van de onaantastbare godfather The Kingpin. Die superschurk acteerde eerder al als slechterik in de Spiderman-strips en verschilde daarin weinig van andere tegenstanders met superkrachten. Miller transformeert hem echter tot een crimineel brein met weliswaar enorme fysieke krachten, maar die heeft hij nu te danken aan het eindeloze trainen in de fitnessruimte van zijn hoofdkwartier.
De toon van de strip wordt veel realistischer. De eerste delen die hij helemaal zelf maakt, worden meteen klassiekers. Hij introduceert de ninja-strijdster Elektra, een oude vlam van Daredevil, en de huurmoordenaar Bullseye. Uiteindelijk sterft Elektra door Bullseye’s toedoen in Daredevils armen. De verhaallijn zal later aan de basis liggen voor de succesvolle Daredevil-verfilming uit 2003.
In 1983 houdt Miller de serie voor gezien en stapt later over naar concurrent DC Comics waar hij (na de door hem zelf gecreëerde strip Ronin) het zelfde trucje als bij Daredevil zal toepassen bij Batman, waarover later meer. Na een paar jaar begint hij toch weer Daredevil-verhalen te maken, waaronder de succesvolle verhaallijn Wedergeboorte uit 1986, die nu in het Nederlands is vertaald door Nona Arte. Voor het tekenwerk zoekt hij David Mazzucchelli aan.
Wedergeboorte doet in weinig meer denken aan een superheldenstrip. Matt Murdock heeft in het grootste deel van het verhaal zijn kostuum niet eens aan. Karen Page, een ex-geliefde van Murdock die zijn geheime identiteit kent (ze komt al voor in het allereerste Daredevil-verhaal uit 1964), is een aan lager wal geraakte junk geworden. Om aan haar volgende shot te komen, verkoopt ze Murdocks geheim aan de organisatie van The Kingpin. Die maakt Murdock kapot door hem via een ingenieus complot alles te ontnemen: zijn baan, zijn huis en zijn vrienden. Volkomen aan lager wal geraakt en paranoïde geworden, zwerft Murdock door de straten van Hell’s Kitchen. Slechts één ding houdt hem op de been: wraak.
Wedergeboorte wordt wederom een succes, de bundel is in herdruk nog steeds in alle Amerikaanse boekhandels verkrijgbaar. Miller keert daarna nog met enige regelmaat terug naar het Daredevil-universum. Onder andere met de graphic novel Daredevil: Love and War uit 1986, die hij samen illustrator-schilder Bill Sienkiewicz maakt. Hierin staat misdaadkoning The Kingpin centraal en wordt een brug geslagen tussen de eerdere Miller-verhalen en Wedergeboorte. Een andere succesvol project is de veel geprezen mini-serie Elektra Assasin uit 1987, eveneens met Sienkiewicz, waarin de ninja-strijdster toch minder dood blijkt dan gedacht. En in 1993 zal Miller weer een serie Daredevil-comics maken onder de titel The Man without Fear.
Zoals in al Millers verhalen is de protagonist geen kleurloze held, maar een cynische wreker die à la Philip Marlowe de grenzen van de wet opzoekt om het kwaad te bestrijden. Daredevil wordt onder Millers regie minder een superheld en meer een uiterst bekwame beoefenaar van oosterse vechtsporten, waardoor hij geloofwaardiger wordt als personage. Zo heeft Daredevil in Millers verhalen geen telepathische radar meer, maar wel een verfijnder gehoor waarmee hij dingen van afstand hoort aankomen. Zelf zegt Miller daarover dat hij geen interesse heeft in een zoveelste ‘Superman-spin-off’.
Batman
Op het hoogtepunt van zijn carrière, in 1986, nog voor hij aan Wedergeboorte begint, stort Miller zich op een andere superheld wiens avonturen in de loop der jaren steeds minder goed zijn gaan verkopen: Batman. Wat volgt, is genoegzaam bekend. De vierdelige miniserie The Dark Knight Returns slaat in als een bom. Miller maakt een sprong in de tijd, waarin hij de al lang gepensioneerde Bruce Wayne nog een keer zijn Batman-pak uit de mottenballen laat halen, omdat hij niet langer kan aanzien hoe Gotham City ten onder gaat aan geweld en zwakke leiders die de steeds decadentere vormen van criminaliteit niet de kop in weten te drukken. In het Nederlands was De terugkeer van de Dark Knight jarenlang uitverkocht, maar is nu als bundel heruitgegeven door De Vliegende Hollander.
Batman is nooit een personage geweest met bovennatuurlijke krachten, zoals andere superhelden, maar altijd een gewone man met een pak en veel foefjes. De Batman van Frank Miller wordt echter meer dan dat. Hij wordt een man wiens keuzes niet alleen worden ingegeven door nobele bedoelingen, maar ook door wraakzucht, bloeddorst en een reactionaire kijk op de samenleving. Millers Batman krijgt rake klappen, heeft spierpijn en kan zijn tegenstanders nauwelijks bijbenen. Die tegenstanders zijn – net als in Daredevil – vooral gewone misdadigers en straatbendes. Waar in de oude Batman-verhalen zijn vijanden een soort beschilderde meesterschurken waren, zijn figuren als Two-Face en The Joker nu ‘gewone’ psychopaten en een stuk echter – en dus griezeliger.
Ook in Millers Batman-verhalen komt de omgeving vol omgevallen vuilnisbakken en criminelen in trenchcoats meer op de voorgrond, waardoor alles een film noir op papier wordt, iets wat Eisner ooit al zo goed kon, maar dan als een pastiche op het genre. Grappig detail is dat snoevende straatrover Turk zowel in Millers Daredevil- als Batman-verhalen opduikt en altijd de hardste klappen krijgt.
Millers interpretatie van Batman leidde tot een ware revival van het personage. Zelf zou hij samen met wederom Mazzucchelli in 1987 nog Batman: Year one maken en vele prijswinnende strips voor een meer volwassen publiek zouden volgen (zoals The Killing Joke van Alan Moore en Brian Bolland en Arkham Asylum van Grant Morrison en Dave McKean) en een hele trits verfilmingen waarvan er tot dusver twee zijn gebaseerd op de Miller-strips. In 2002 maakt Miller nog een vervolg op De terugkeer van de Dark Knigt: The Dark Knight Strikes Again, ook wel afgekort als DK2, maar die is aanzienlijk minder succesvol. Het trucje is dan wel uitgewerkt. Ronduit slechte kritiek krijgt hij op All Star Batman and Robin the Boy Wonder, een mini-serie hij samen met tekenaar Jim Lee maakt en die na jarenlang stil te hebben gelegen in 2011 alsnog wordt afgerond. Het is meer van hetzelfde. De verhalen verrassen niet meer. Bovenal ligt de wansmakelijke geweldverheerlijking er te dik bovenop, vinden critici.
Wat meespeelt, is dat Miller zijn eigen methode al enkele jaren daarvoor heeft vervolmaakt met Sin City, dat hij begon in 1991. In die serie zonder een vast hoofdpersonage draait alles om de film noir-wereld waar Miller zo van houdt. Vierkante mannen in lange jassen beuken op elkaar in, schieten hun pistolen op elkaar leeg en draaien mee in en perverse orgie van geweld en seks, door Miller in subliem clair-obscur op papier gezet. In Sin City zet Miller de koers die hij inzette in Daredevil door in maximum overdrive. Het is allemaal een stuk minder onschuldig dan Eisners The Spirit, maar het levert evenzeer tijdloos leesgenot op.
|
|