Peter de Wit: Nog steeds pielen op dat ene plaatje

Met de bundel Het Peter de Wit redactiestripje uit ZozoLala sluit Peter de Wit een periode van 31 jaar af. Een jaar voordat ZozoLala ontstond, begon hij met zijn redactiestripje voor het toenmalige weekblad Eppo. Sinds 1999 voor ons blad. „Daarmee is het mijn langstlopende project.”

door Hans van Soest

„Nu ZozoLala ermee stopt, is het mijn plan om ook met Het redactiestripje te stoppen,” vertelt hij. „Ik heb het altijd met enorm veel plezier gedaan, maar ik vind het ook wel lekker om er een punt achter te zetten. Hoewel je nooit weet wat de toekomst brengt. Het redactiestripje heeft wel vaker onderbrekingen gehad en is al eerder van tijdschrift gewisseld. Maar ik heb genoeg andere dingen die mijn aandacht vragen.”
Licht satirisch, zo omschrijft De Wit zijn nu gebundelde pennenvrucht. In Het redactiestripje neemt hij graag het stripwereldje op de hak. „Maar boze reacties heeft dat in al die jaren nauwelijks opgeleverd. Dat viel mee, of tegen misschien. Soms was het best lastig een onderwerp te vinden. Het Nederlandse stripwereldje is een heel fijn wereldje, in die zin dat er nooit echt iets gebeurt. Ik grap wel eens: de grootste ontwikkeling die de Nederlandse strip heeft doorgemaakt, is toen Frans Piët Sjors en Sjimmie overdroeg aan Jan Kruis. Haha. Journalisten constateren vaak enorme nieuwe ontwikkelingen. Maar laten we eerlijk zijn: die zijn nooit groot. Maar ik ben al blij met de introductie van het woord graphic novel of een stripsubsidie.”
Ondanks die 31 jaar was elke aflevering van Het redactiestripje toch weer een uitdaging, vertelt hij. „Hoe klein en compact het ook is, ik zit er telkens op te pielen. Het gaat om het juiste ritme. Ik kan er enorm van genieten als voor mijn gevoel alle plaatjes en woorden op de juiste plaats staan. Dat geploeter went nooit.”
Maar enorm bedreven in het maken van korte grappen is De Wit natuurlijk wel na al die jaren. Dat merkt hij nu hij heeft besloten zijn grenzen te verleggen. Dit najaar verschijnt bij uitgeverij De Harmonie Het lege nest, zijn eerste albumvullende verhaal. „Een heuse grafische novelle,” lacht hij. „Ik heb al meer dan dertig boeken voor De Harmonie gemaakt, maar voor het eerst was ik echt nerveus toen ik met dit idee op ze afstapte. Het wordt 96 pagina’s dik, een voor mijn doen uitputtend verhaal dus. Ik voel me net een beginneling. Het is een heel andere discipline na al die korte strips en gags. Ik zit nu al weer de hele ochtend met zweet in mijn handen om dat ene plaatje dat maar niet op zijn plek valt.”
Het idee voor Het lege nest stamt uit begin 2008. De Wits zoon en dochter verlieten het ouderlijk huis. Iets waar hij meer moeite mee had dan verwacht. „Je weet twintig jaar dat het moment komt, maar als het eenmaal gebeurt, is het toch een schok. Ik moest het echt even verwerken. Ineens ga je weer alleen met je vrouw verder leven.”
Aanvankelijk schreef hij die ervaring van zich af in zijn dagstrip Sigmund. In het voorjaar van 2008 was er een korte reeks afleveringen waarin een man en een vrouw bij de eenogige psychiater langsgaan, omdat ze het zo moeilijk hebben met het uitvliegen van hun kinderen. „Ik wilde er meer mee, maar het was nog te vers. Pas twee jaar later, toen ik genoeg afstand had genomen, vond ik de goede vorm. Nu leg ik er de laatste hand aan.”
Hanco Kolk nam het scenario door, net als de redactie van De Harmonie. „Zij keken kritisch naar het verhaal, vroegen me het uit te breiden, te veranderen en weer te comprimeren. Ook de jarenlange samenwerking met vormgever Rudy Vrooman werpt bij dit project zijn vruchten af. Rudy scant de pagina’s in en zet ze op hun plek zodat ik kan zien of het ritme goed is. Bij een gagstrip voel ik me als een vis in het water; maar het ritme vinden van een langer verhaal is ineens heel lastig. Het kan meer kanten op, waardoor ik me langer moet concentreren. En ik wil voorkomen dat het de zoveelste graphic novel wordt die vooral voor de stripmaker zelf is gemaakt. Ik wil communiceren, het moet helder zijn en goed lezen. Het lijkt een open deur, maar helaas is dat lastig zat.”
Helemaal autobiografisch wordt Het lege nest niet. „In het verhaal wordt de man door zijn vrouw naar een psycholoog gestuurd. Dat is Sigmund, want dat figuurtje had ik toch al. Maar zelf heb ik nooit hulp gezocht. Het lege-nestsyndroom bestaat volgens mij ook helemaal niet als aandoening waar je voor behandeld moet worden. Het is gewoon een levensfase waar je soms veel last van kunt hebben, zoals ik. Het album wordt drama, stichtelijk, licht vrolijk, kortom: in niets te vergelijken met mijn eerdere werk.”

 
 

meer in ZozoLala 179