Over de Vlaamse dodenakkers
In Vlaanderen zijn de voorbereidingen van de honderdste herdenking van het begin van de Eerste Wereldoorlog geruisloos van start gegaan. In augustus 2014 wordt uitgebreid stilgestaan bij het conflict dat de wereld voorgoed en ingrijpend zou veranderen. Niet voor niets liet de invloedrijke Britse historicus Eric Hobsbawm de 20ste eeuw pas beginnen in 1914. Tekenaar-scenarist-alleskunner Ivan Adriaenssens publiceerde eind september Afspraak in Nieuwpoort, waarin de lezer drie doodgewone soldaten (een Belg, een Brit en een Fransman) volgt in de loop van deze Grote Geschiedenis.
door Roel Daenen
Vanwaar je interesse in de Eerste Wereldoorlog?
Ik interesseer me voor geschiedenis in het algemeen. Elk jaar heb ik wel een andere fascinatie. De prehistorie, Egypte, de Middeleeuwen, gotische kathedralen, de Slag bij Oudenaarde van 1708… Toen ik in op school mijn leraar geschiedenis hoorde praten over Karel Cogge en de onderwaterzetting, dacht ik: ik moet me eens verdiepen in die Eerste Wereldoorlog die zich in de Westhoek heeft afgespeeld. Toen ik het oorlogsdagboek van Odon van Pevenaege ontdekte, ging die hele periode voor mij open. En ze zal zich niet meer sluiten. Die Eerste Wereldoorlog heeft zoveel facetten, dat ik er altijd nieuwe dingen in zal vinden. Momenteel sluit ik zelfs af voor alle info over de Eerste Wereldoorlog, of ik raak daar ook nog door geïnspireerd. En een dag duurt maar 24 uur.”
Je maakte een eigen bewerking van dat boek: Odon, oorlogsdagboek van een IJzerfrontsoldaat.
„Ja en ik bleef na Odon zin houden om strips over de Eerste Wereldoorlog te maken.  Odon had ik gepland als een stip van 120 pagina’s, maar er zijn uiteindelijk maar 50 prenten in het boek opgenomen. En intussen had ik dus nieuwe verhalen gevonden. Het oorlogsdagboek van onderluitenant Raoul Snoeck – een van de drie hoofdpersonen in Afspraak in Nieuwpoort – was ook een verstripping waard. Ik heb er dus fragmenten uit gehaald. Hij was in tegenstelling tot Odon van Pevenaege in Nieuwpoort geweest, en ik moest niet ver zoeken naar andere verhalen van soldaten die in Nieuwpoort hadden gevochten. De gemeente Nieuwpoort heeft me volledig gesteund in het project. Het archief beschikt over een schat aan authentieke foto’s uit die periode. Dat resulteerde in de opvolger van Odon: het fotoboek van Maurice Braet, een geniesoldaat die een fotoverslag van zijn leven aan het front bijhield. Dat boek heb ik tegelijkertijd gemaakt met Afspraak In Nieuwpoort .  Dat was even druk, maar de twee projecten vulden elkaar natuurlijk aan.”

Wie als striptekenaar iets met dit thema doet, wordt altijd vergeleken met Tardi en diens Loopgravenoorlog en De Grote Slachting.
„Tardi heeft met zijn  Loopgravenoorlog natuurlijk één van de belangrijkste strips ooit getekend. De Grote Slachting vind ik meer een appendix aan het monument dat Loopgravenoorlog is. Ik heb de indruk dat hij evenmin kan stoppen met de Eerste Wereldoorlog. (lacht) Iedereen die een strip maakt over de Eerste Wereldoorlog zal vergeleken worden met Tardi, zoals elke stripmaker die iets doet met de Holocaust, zal worden vergeleken met Maus van Art Spiegelman. Om die ijkpunten kun je niet heen. Ik heb gelukkig een compleet andere tekenstijl dan Tardi. Maar de brede prenten, die heb ik toch niet kunnen vermijden. Die geven je als lezer een beeld van het slachtveld, dat je met vierkante hokjes nooit kan krijgen. Dus gebruik ik, net als Tardi eigenlijk, veel paginabrede kaders met veel decor, om de sfeer en de verwoestingen te kunnen tonen.” 
De herinnering aan de Eerste Wereldoorlog is een speeltuin voor historici. Eigen aan de historiografie is dat feiten en fictie strikt gescheiden worden. Hoe heb je je voorbereid?
„Aan de ene kant kan en mag je de oorlogshandelingen niet verzinnen, dus moet je je aan foto’s en historische feiten houden. Aan de andere kant liggen de verhalen niet voor het oprapen. Deze oorlog is immers bijna honderd jaar geleden van start gegaan en levende getuigen zijn er niet meer. Dus is het interessant om een verhaal te verzinnen met historische feiten als basis. De lezer gaat daar wel in mee, zeker als achterin het boek verduidelijkt wordt wat echt is en wat verzonnen.  Afspraak in Nieuwpoort bestaat uit drie verhalen van drie soldaten, een Belg, een Fransman en een Brit. Die hebben elkaar nooit ontmoet, maar hebben wel op een paar meter afstand van elkaar gevochten. Dus begin ik met de vraag: wat als ze elkaar wel zouden ontmoeten? En wat als ze afspreken om elkaar tien jaar later weer te zien? Dan ontstaat meteen een spanningsboog – om een lelijk woord te gebruiken – waarbij je je als lezer afvraagt: wie van de drie zal het overleven? Ondanks mijn fictieverhaal heb ik ervoor gezorgd dat alle data, alle decors, alle feiten kloppen. Zo had ik Ieper op een bepaald moment té verwoest getekend, in december 1914. Terwijl ik begin november wou tonen. Gelukkig zijn er specialisten in het In Flanders Fields Museum van Ieper die daar alles van weten, en bij wie ik te rade kon gaan. Dat was trouwens een deel van de aantrekkingskracht van dit project. Als je het er niet voor over hebt om zo diep te graven en zo perfectionistisch te werk te gaan, moet je sciencefiction gaan tekenen. (lacht)”
Hoe realistisch was het dat drie doodgewone soldaten elkaar zouden tegenkomen en begrijpen?
„Behoorlijk realistisch, al waren er eind oktober 1914 niet veel Britten in Ramskapelle. Er waren wel Belgen (2e Linie) en Fransen (Fusiliers Marins).  Maar ik wilde een verhaal maken over de broederschap onder de soldaten, over de nationaliteiten heen. Het taalprobleem hoeft in het echt geen probleem te zijn geweest tussen mijn drie soldaten. Hulme heeft voor de oorlog les gegeven in Brussel, en in Gent werd er bij Raoul Snoeck op school Frans gesproken. Dus ze elkaar echt hadden ontmoet, dan was Frans de voertaal geweest.” 
In je verhaal komt nauwelijks kleur voor. Vanwaar die keuze?
„De Eerste Wereldoorlog staat in ons collectief geheugen gebrand in zwart-wit, omdat het de eerste gefotografeerde en gefilmde oorlog was, in een tijd dat er nog bijna geen kleurfotografie bestond. Dus koos ik voor zwart-wit tekeningen, met grijswaarden. En eerlijk gezegd ook omdat het kleuren van alle uniformen en hun details een hel zou zijn geweest. (grijnst) Maar ik wou net iets meer sfeer in het zwart-wit, en dus heb ik er blauwgrijs van gemaakt voor de historische scènes en lichtblauw in de latere scènes anno 1974. En voor het shockeffect: rood voor het bloed en orangjegeel voor het (al dan niet geweer-) vuur en de ontploffingen. Ondanks het spaarzame kleurgebruik moest het boek daardoor toch in dure vierkleurendruk verschijnen. Gelukkig heb ik een erg meedenkende uitgever.”
Vanwaar de uitgave in drie talen?
„Dat lag voor de hand, omdat de hoofdpersonen een Belg, een Fransman en een Brit zijn. De Fransen en de Britten zijn overigens nog meer dan de Belgen begaan met de Eerste wereldoorlog, zodat een vertaling een goeie zet leek. Opnieuw, met dank aan mijn uitgever voor het vertrouwen, die met  Afspraak in Nieuwpoort  zijn eerste stripboek uitgeeft.”
Je geeft ook (veel) lezingen. Waarom?
Als je lezingen geeft, kom je in contact met je lezers en komen na afloop de verhalen gewoon op je af.  Mensen komen vragen stellen, verhalen vertellen, en soms zelfs hele dagboeken aanbrengen.  Het stopt dus nooit. Tot nu toe waren dat lezingen over Odon, maar nu kan ik dus ook vertellen over Maurice Braet en Nieuwpoort, of over hoe ik die historische strip heb aangepakt. Regelmatig sta ik in scholen om over de Eerste Wereldoorlog te praten, met een bijna eindeloos archief aan foto‘s en tekeningen die ik achter mij projecteer.”  
Ben je niet eerder een scenarist die ook tekent?
„Ik heb 45 stripscenario’s geschreven. Een dozijn ervan heb ik ook voorzien van kleur en decor. Maar Afspraak in Nieuwpoort  is pas mijn tweede als tekenaar-scenarist. En het was best vermoeiend. Door steeds meer informatie en inspiratie te zoeken en te vinden, ging het scenario van 60 naar 120 bladzijden. Ik ga eerst enkele commerciële opdrachten doen, voordat ik weer aan zoiets groots begin. Ik heb aan de ene kant de smaak te pakken om alles zelf te doen, aan de andere kant blijft het leuk om met andere tekenaars nieuwe dingen op te starten. In feite schrijf ik filmscenario‘s, die strips worden omdat ze als film te duur uitvallen. Maar gelukkig lukken de filmplannen momenteel aardig. Ik schrijf en regisseer momenteel een animatiereeks en werk aan een documentaire over de Eerste Wereldoorlog.
Ik hoop dat ik met deze historische strip een breed publiek aanspreekt. Striplezers en militariafans, maar ook mensen die nog niet zoveel weten over de Eerste Wereldoorlog en zich dankzij deze strip toch bewust worden van de storm van zwavel en metaal die over de Westhoek en het hele Westfront natuurlijk heeft geraasd tussen 1914 en 1918.  Wie in België, Engeland, Duitsland en Frankrijk even gaat graven in zijn familiegeschiedenis, zal merken dat hij minstens één oud-strijder in zijn familie heeft.  Die zoektocht is de moeite waard en er zijn genoeg instanties als musea, heemkundige kringen en goeie boeken om je daarbij te helpen. Verrassingen en kippenvel verzekerd.”

 Afspraak in Nieuwpoort  is uitgegeven bij Lannoo en kost 19,95 euro. Meer info over Ivan Adriaenssens werk vind je op www.ivanpetrus.com.

 
 

meer in ZozoLala 180