Taniguchi, de wandelende stripmaker

Jiro Taniguchi is een van de belangrijkste Japanse stripmakers van het moment. Zijn beste werk vindt weerklank tot ver buiten de Japanse grenzen en sinds 2007 verschijnt het ook in Nederlandse vertaling, waarbij geheel nieuw werk wordt afgewisseld met oudere strips. Ze lijken in niets op de gemiddelde manga die uit Japan komt. Hoogste tijd voor een nadere kennismaking met ‘zen-tekenaar’ Taniguchi.

door Hans Pols

Jiro Taniguchi (1947) is een van de eerste Japanse stripmakers waarvan, lang voordat de mangagolf Europa overspoelt, regelmatig werk wordt vertaald in het Frans. Als Casterman eind jaren ’90 een serie manga op de Franse markt brengt is één van de eerste titels L’homme qui marche, een prachtig, bijna tekstloos verhaal. Taniguchi’s werk slaat vrijwel meteen aan en er verschijnen meer titels: Le journal de mon père (Het dagboek van mijn vader), L’orme du Caucase en Quartier lointain. Voor deze laatste titel, in het Nederlands verschenen als Herinneringen ontvangt hij, uitzonderlijk voor een Japanner, in 2003 op het festival van Angoulême de Alph’art voor het beste scenario. In 2011 komt de Franse verfilming van Quartier lointain in de bioscopen. De stripromans van Taniguchi staan aan de basis van een collectie graphic novels (Ecritures) die Casterman sinds een jaar of acht uitbrengt. In de zelfde uitvoering verschijnt het mooiste werk van Taniguchi tegenwoordig ook in Nederlandse vertaling.
Een verklaring voor het Europese succes van Taniguchi is dat zijn strips veel meer gemeen hebben met Europese dan met Japanse strips. Veel elementen die wij associëren met manga, zoals grote ogen, actielijntjes en kreten in Japanse tekens, ontbreken in zijn werk of zijn minder nadrukkelijk aanwezig. Zijn Europese invloeden heeft Taniguchi in interviews zelf regelmatig aangehaald: „In de jaren ’70 ontdekte ik in een importzaak Les dossiers du fantastique, een album van de Spanjaard Florenci Clavé (1936-1998, red.). Ik voelde mij meteen aangetrokken door Clavés tekenstijl, realisme, manier van weergeven van de personages en de rijkdom aan details in de achtergronden, iets wat in Japanse strips uit die tijd onvoorstelbaar was. Ik was onder de indruk van zijn tekentalent. Later ontdekte ik nog talloze andere Franse stripmakers, van wie vooral Jean Giraud met Blueberry een grote indruk op mij maakte. Nog weer later ontdekte ik tijdschriften als Pilote, Métal hurlant en (A suivre). In Japanse strips staat de actie centraal, terwijl in Europese strips het grafische element bepalend is voor de manier van vertellen.”
Later verklaart hij in het voorwoord van De magische berg: „Ik ontdekte gevarieerde stijlen, erg persoonlijk voor elke auteur, die een grote kracht gaven aan het verhaal en de beschrijving van intieme gevoelens, wat me bijzonder inspireerde. Ik begreep de dialogen niet, maar alleen al door de beelden schepte ik een enorm genot in het ‘lezen’ van deze strips.” Die ontdekking heeft Taniguchi’s werk blijvend beïnvloed. Het is onmiskenbaar Japans, maar onderscheidt zich door het ontbreken van typische manga-clichés en de nadruk die ligt op het vertellen van een verhaal in beelden.

Alledaagse gebeurtenissen
Maar er is ook een andere verklaring voor Taniguchi’s succes. De meeste boeken die van hem vertaald zijn, zijn heel persoonlijke verhalen die uitgaan van alledaagse gebeurtenissen. Voor veel lezers zijn die heel herkenbaar. Er zijn maar weinig stripmakers die met hun werk zo dicht bij het leven van hun lezers blijven. 
Jiro Taniguchi begint zijn carrière als striptekenaar halverwege de jaren ’60 als assistent van Kyuta Ishikawa. Hier leert hij onder andere het tekenen van wilde dieren. Hij debuteert als zelfstandige stripmaker in 1971 in het tijdschrift Young comics. Een bijzonder vruchtbare periode vangt aan als hij tekstschrijver Sekikawa ontmoet, met wie hij een serie hard-boiled detectives maakt en The times of Botchan. De verhalen uit die tijd hebben nog weinig weg van de intieme en persoonlijke verhalen, waarmee Taniguchi later in Europa en de Verenigde Staten naam zal maken. Daarmee begint hij in de jaren ’90. Maar hij blijft ook het meer avontuurlijke genre trouw met bijvoorbeeld de thriller The quest for the missing girl en het bergbeklimmersepos The summit of the gods. De stripbundel The ice wanderer geeft een mooi beeld van de breedte van Taniguchi’s oeuvre, met enerzijds het tedere Kaiyose-jima en anderzijds natuurdrama’s zoals The ice wanderer en White wilderness.

In 1992 verschijnt bij Kodansha Aruku hito (L’homme qui marche). Dit is nog altijd het hoogtepunt in het toch al indrukwekkende oeuvre van Jiro Taniguchi. L’homme qui marche is een boek met weinig tekst en een minimum aan plot, waarin we een man volgen op zijn wandelingen. De alledaagse gebeurtenissen die hij op zijn weg tegenkomt, worden ware belevenissen in de gedetailleerde tekeningen van Taniguchi die daarmee eer bewijst aan de schoonheid van het leven. Het boek betekent een keerpunt in de carrière van Jiro Taniguchi: vanaf dat moment zal hij vaker zelf zijn verhalen schrijven en ontwikkelt hij voor zijn stripromans een soberder stijl met minder arceringen en meer gebaseerd op de klare lijn. In L’homme qui marche voert Taniguchi voor het eerst zijn alter ego op: een doorsnee man van middelbare leeftijd die in dit geval dagelijks een wandeling maakt waarbij we door zijn ogen kijken en ons met hem verwonderen over de alledaagse dingen die hij ziet. De korte hoofdstukken zijn stuk voor stuk kleine meditaties, waarin hij ons leert om op een andere manier te kijken naar de omgeving en de kleine dingen die dagelijks om ons heen gebeuren.
„Ik heb de indruk dat van al de dagelijkse bezigheden van menselijke wezens, rondstappen het meest natuurlijke is,” aldus Taniguchi. „Ik denk dat de snelheid van het wandelen overeenstemt met de meest natuurlijke verplaatsing van de mens. Maar wandelen vereist een zekere ontvankelijkheid. En het is ook belangrijk af en toe te stoppen. Door traag te wandelen, kun je zaken ontdekken die je tot dan toe ontgingen. Het zijn allicht details of kleine gebeurtenissen, maar je voelt je er rijker door. En als ik me laat meeslepen door mijn enthousiasme, zou ik zelfs zeggen dat je soms voor zaken komt te staan die je het plezier om te leven laten voelen. Je kunt nieuwe gevoelens ervaren bij het zien van gras of stenen langs een pad. Wandelen biedt toegang tot nieuwe sensaties en gevoelens.” Het poëtische boek zonder grote gebeurtenissen waarin hij zijn kijk op het leven reflecteert, bezorgt Taniguchi de reputatie van zen-tekenaar.

Bij zijn actieverhalen werkt Taniguchi meestal op scenario van anderen. Wanneer hij zelf een verhaal schrijft, is actie daarin zo goed als afwezig. „Je kunt manga maken zonder per se slechteriken ten tonele te voeren of tegen vijanden te vechten. Als ik zin heb verhalen te vertellen op basis van kleine dingen in het dagelijks leven, is dat omdat ik belang hecht aan evenwicht, de onzekerheden die mensen dagelijks beleven, onze diepere gevoelens in relatie tot anderen. Bovendien boeit het me die gevoelens zo natuurlijk mogelijk weer te geven. Als je er dieper op ingaat, kan een verhaal opduiken uit de kleinste, meest banale gebeurtenissen van elke dag. Op basis van die kleine ogenblikken creëer dat ik mijn manga.”

Herinneringen
L’homme qui marche wordt gevolgd door Het dagboek van mijn vader. Daarin reist de hoofdpersoon naar het stadje Tottori om er de begrafenis van zijn vader bij te wonen. Yoichi Yamashita heeft de band met zijn vader jaren geleden verbroken. Tot zijn verrassing wordt hij met warmte ontvangen door zijn familie, die zich heeft verzameld voor de dodenwake. Er worden herinneringen opgehaald en in de twaalf hoofdstukken die het boek telt, schetsen de aanwezigen een beeld van Yoichi’s vader. Yoichi ziet zich hierdoor gedwongen om zijn beeld van zijn vader bij te stellen en begint te twijfelen of de breuk met zijn vader wel een juiste beslissing is geweest. Het dagboek van mijn vader is stevige kost. Een intens en sober verteld verhaal dat zich moeilijk in een keer laat uitlezen. Taniguchi dwingt je als lezer bijna om na elk hoofdstuk stil te staan bij de relatie die je zelf hebt met je ouders. Taniguchi schetst in dit boek een mooi beeld van het naoorlogse Japan, maar hij roert ook een tijdloos thema aan. Zoals blijkt uit het nawoord uit 1994 is Taniguchi dan nog niet zo zeker van zijn kwaliteiten als maker van grafische romans. „Door de jaren heen leert men zijn wortels waarderen. Pas toen ik de leeftijd bereikte die mijn ouders destijds hadden, werd ik voor het eerst ontroerd door hun manier van leven. Ik ben echter niet zeker dat het middel dat ik gekozen heb om dit uit te drukken, de strip, in staat is om het buitengewoon abstracte, innerlijke drama, namelijk de wrok van een zoon tegenover zijn vader die al sinds zijn jeugd duurt, perfect weer te geven.” Taniguchi onderschat zichzelf.

Taniguchi’s verhalen bevatten autobiografische elementen, maar beschrijven lang niet altijd echt een episode uit zijn leven. Het dagboek van mijn vader is, ondanks de suggestie die de titel wekt, minder autobiografisch dan Herinneringen uit 1997. Taniguchi’s populairste boek gaat over een zakenman die aan het einde van een werkdag en met een kater per abuis de verkeerde trein neemt. Hij komt niet thuis bij vrouw en kinderen terecht in Tokio, maar in zijn geboorteplaats. Hij besluit er het graf van zijn moeder te bezoeken. Op het kerkhof gebeurt er iets vreemds. De man verandert in een veertienjarige jongen en is weer terug in 1963. Voor zijn familie ziet hij er ook zo uit, maar innerlijk is hij niet veranderd. Hij kent de toekomst, hij weet dat zijn vader zal weglopen en langzaamaan vraagt hij zich af of hij misschien die toekomst kan veranderen. In een aantal opzichten is hij anders dan hij oorspronkelijk was in 1963: hij is een kei in sport, de beste leerling van de klas en razend populair bij de meisjes. Herinneringen is een prachtige strip. Vanaf de eerste pagina weet Taniguchi je mee te slepen in dit op zijn eigen leven gebaseerde verhaal. Hij slaagt er steeds beter in om zijn doel – het vertellen van een boeiend verhaal – uitgaande van kleine, alledaagse gebeurtenissen te realiseren. „Als ik verhalen teken over Japanse families, zoals in Het dagboek van mijn vader, houd ik de structuur van het verhaal heel eenvoudig. Dan probeer ik, bijvoorbeeld bij de weergave van de emoties van de personages, elke vorm van overdrijving te vermijden. Ik kies bewust voor een ingehouden weergave van emoties. Ik probeer het alledaagse leven zo realistisch mogelijk weer te geven en de verhalen zo naturel mogelijk te vertellen. Als je minder uitbundige emoties overtuigend wilt vertolken, zul je ze ook ingetogen moeten tekenen. Dan moet je vertrouwen op subtiele gezichtsuitdrukkingen om die emoties over te brengen.”

Terwijl Taniguchi verder werkt aan zijn serie grafische romans, werkt hij van 1987 tot 1997 ook samen met Sekikawa aan The times of Botchan. Daarin beschrijft hij een periode uit de Japanse geschiedenis, de Meijiperiode van 1868 tot 1912. Taniguchi en Sekikawa baseerden zich voor deze lange strip op de roman Botchan van Natsume Soseki (1867-1916). Het is echter geen rechttoe rechtaan verstripping van de roman. De stripmakers kruipen in de huid van de schrijver en proberen te reconstrueren hoe hij tot het schrijven van zijn roman kwam. Ze schilderen Soseki af als een wat neurotische, drankzuchtige man die behoort tot de elite van een traditioneel land dat veranderde in een modern industrieland. Taniguchi’s weergave van dagelijkse handelingen en emoties is perfect, zoals we inmiddels van hem gewend zijn. Helder en met veel oog voor detail brengt hij de Meijiperiode tot leven. Hij heeft zich uitermate goed gedocumenteerd, maar had dat best iets minder mogen laten blijken. Schrijver Soseki wordt op de voet gevolgd, maar andere personages komen nauwelijks tot leven. Regelmatig laten de stripmakers de verhaallijn los voor wéér een uitgebreide beschrijving van het leven in die tijd, of een ontmoeting met een historisch personage. Niet dat The times of Botchan hierdoor saai is, maar door deze overvloed aan historische details komt de strip nooit echt tot leven.

Berglandschappen
The times of Botcham is niet de enige strip die Taniguchi baseert op een roman. Hij werkt al jaren aan The summit of the gods, gebaseerd op een roman van Yumemakura Baku. Hoofdpersoon is Habu, een kreupele man die zichzelf wil bewijzen dat hij ondanks zijn handicap alles aankan. Hij dwingt zichzelf te gaan bergbeklimmen. Hij gaat op zoek naar steeds grotere uitdagingen. Zijn doorzettingsvermogen maakt van hem een geliefde en beroemde man. Maar Japan is hem niet groot genoeg. Hij droomt ervan om als eerste Japanner tot de groten uit de geschiedenis van het bergbeklimmen te gaan horen.
Habu is geen sympathiek personage. Hij heeft nauwelijks oog voor zijn medemensen behalve als zij hem kunnen helpen bij het bereiken van zijn doel. De verteller van zijn verhaal, Fukamachi, kan gelukkig op meer sympathie rekenen van de lezer. Taniguchi’s tekeningen van berglandschappen zijn adembenemend. Ze zijn duidelijk met veel liefde voor deze ruige natuur getekend. Je kunt bijna stellen dat niet Habu en Fukamachi de ware hoofdpersonen zijn van The summit of the gods, maar de bergen zelf.
Berglandschappen spelen overigens opvallend vaak een rol in de boeken van Taniguchi, bijvoorbeeld in The quest for the missing girl en De magische berg. Deze liefde voor berglandschappen en hun wilde natuur is een erfenis uit Taniguchi’s jeugd, die hij doorbracht in Tottori.

The quest for the missing girl is een detectiveverhaal waarin bergbeklimmen een belangrijke rol speelt. Een paar dagen nadat Takesho Shiga het aanbod van een vriend heeft afgeslagen om mee te gaan op een klimtocht, krijgt hij te horen dat deze vriend de tocht niet heeft overleefd. Hij voelt zich schuldig en belooft plechtig om voor de weduwe en de dochter van zijn vriend te zorgen. Het verhaal begint als Shiga een telefoontje krijgt van de weduwe die hem vertelt dat haar dochter Megumi zoek is. Op zoek naar het meisje belandt hij in een schimmige wereld van bars en nachtclubs met weggelopen kinderen en volwassenen die op zoek zijn naar jong gezelschap. Beetje bij beetje ontdekt hij meer over het lot van Megumi en aan het einde van zijn speurtocht heeft hij al zijn vaardigheden als bergbeklimmer nodig om Megumi te bevrijden. The quest for the missing girl is opgebouwd als een thriller, waarbij de lezer samen met de hoofdpersoon de stukjes bij elkaar puzzelt. Taniguchi vertelt het verhaal niet lineair. In flashbacks komen we meer te weten over de hoofdpersonen. Maar The quest for the missing girl is niet alleen spannend, het is ook een verhaal over schuldgevoel en boetedoening en het overbruggen van afstanden, letterlijk zoals bij het bergbeklimmen, dat in feite symbolisch is voor het wegnemen van de obstakels die iemands ware gevoelens voor een ander onthullen.

De meest recente vertaling van een van Taniguchi’s strips is Een stralende hemel uit 2005. Het verhaal heeft net als Herinneringen een beetje een vreemd uitgangspunt. In dit geval begint het verhaal met een ongeluk, waarbij  de bestuurder van een truck, Kubota, de jonge motorrijder Takuya aanrijdt. Beiden belanden zwaar gewond in het ziekenhuis en alleen de jongen overleeft het. Maar als hij uit zijn coma ontwaakt, blijkt dat de geest van de man die hem heeft aangereden nog in zijn lichaam voort bestaat. Veel te laat, pas na zijn dood, beseft Kubota dat hij altijd veel te hard heeft gewerkt en daarbij zijn gezin verwaarloosde. Pas als hij zijn vrouw en kinderen om vergiffenis daarvoor heeft gevraagd, kan zijn geest rust vinden. En daarvoor gebruikt hij het lichaam van de jongen. Takuya komt in een moeilijke situatie terecht. Langzaam krijgt Takuya zijn eigen geheugen terug, maar de geest van Kubota wil naar zijn gezin toe om te vertellen dat hij van hen houdt. Takuya gaat op zoek naar het gezin van Kubota om die boodschap over te brengen.
Taniguchi’s tekeningen zijn op het eerste gezicht wat stijfjes, maar bij nadere beschouwing zitten ze heel knap in elkaar. Een van zijn sterke kanten, het weergeven van emoties in gezichtsuitdrukkingen komt in dit emotionele verhaal goed naar voren. Ook het verhaal is complexer en rijker dan het oppervlakkig beschouwd lijkt. Takuya wordt zich er in dit boek dankzij zijn eigen herinneringen en die van Kubota van bewust, wat er echt toe doet in het leven.

Europees avontuur
Nadat er al verschillende strips van hem zijn vertaald in het Frans, gaat een wens van Taniguchi in vervulling. Hij krijgt de kans om voor Casterman twee stripalbums te maken op de Europese manier, dus op groot formaat en met een harde kaft. Hij reageert enthousiast.
De magische berg speelt zich af in het jaar 1967. Als decor kiest Taniguchi opnieuw voor Tottori, waar hij opgroeide. Hoofdpersoon Ken-Ichi is elf jaar oud. Hij woont samen met zijn zusje Sakiko bij zijn grootouders. Zijn vader leeft niet meer en zijn moeder moet vanwege een ernstige ziekte worden opgenomen in het ziekenhuis. Het gezinnetje leeft in een dorp dicht bij een enorme rots. Voor Ken-Ichi en zijn vriendjes is het een magische berg, een kasteel met mysterieuze tunnels en een wonderlijke bron. De jongetjes spelen er vaak, maar ze durven nooit meer dan een paar passen in de tunnels te zetten uit angst voor kinderetende heksen en andere gruwelen. Op een dag, als al zijn vriendjes met hun familie op vakantie zijn, wandelt Ken-Ichi alleen door de straten van het dorp en belandt hij in het folkloremuseum. Hier maakt een reuzensalamander contact met hem. Als Ken-Ichi hem helpt te ontsnappen en het beest terugbrengt naar de magische berg, zal de salamander zijn grootste wens vervullen. Ken-Ichi’s grootste wens is natuurlijk dat zijn moeder blijft leven. Hij bevrijdt de salamander en ondanks zijn angst voor wat zich daar bevindt, gaat hij met de salamander en zijn zusje de tunnels in van de magische berg.
De magische berg is een compact verhaal van ruim zeventig pagina’s, waarin de belangrijkste thema’s uit bijna al Taniguchi’s sterk naar voren komen: de liefde voor de natuur, voor het leven en het koesteren van het kind in jezelf: een kind dat zich nog kan verwonderen en leeft met een zuiver hart.

Na De magische berg verschijnt De wandelaar. De wandelaar heeft opnieuw alles wat Taniguchi’s strips zo de moeite waard maakt: gedetailleerd weergegeven decors, sterk getroffen gelaatsuitdrukkingen, liefde voor de natuur, warme menselijkheid… Hoofdpersoon is Uenohara, een veertiger die zijn marketingbedrijfje redelijk succesvol draaiende weet te houden. Als hij op een dag een bus mist, besluit hij om naar huis te gaan lopen. Zo ontdekt hij de vreugde van het wandelen en het wordt bijna een verslaving voor hem. Al wandelend leert hij de wereld om hem heen op een andere manier te zien en te waarderen. Maar hij vindt ook de rust om te reflecteren op zijn eigen leven, zijn jeugd, zijn vroegere idealen en wat daarvan is geworden. Dit boek beschrijft acht wandelingen, de dingen die Uenohara daarbij ziet, de mensen die hij ontmoet en de herinneringen die een plaats krijgen in zijn leven. Daardoor is het gelukkig geen herhalingsoefening geworden, maar eerder een verdieping van de thematiek die Taniguchi eerder in L’homme qui marche heeft uitgewerkt.

In 2006 maakt Taniguchi zijn meest autobiografische verhaal: Een dierentuin in de winter gebaseerd op zijn eerste jaren als striptekenaar en de mangawereld in de jaren ’60. Het is 1966 en Hamaguchi werkt bij een textielhandelaar. Hij hoopt ooit ontwerper te worden, maar mag zich vooral bezighouden met het chaperonneren van de dochter van zijn baas. Hij zegt zijn baan op en vertrekt naar Tokio om daar te gaan werken als assistent van de beroemde mangaka Shiro Kondo. Het is aardig om Een dierentuin in de winter te vergelijken met A drifting life van Yoshihiro Tatsumi. Ook Tatsumi maakte een strip over zijn beginjaren als striptekenaar. Daar zit wel twintig jaar tussen. Terwijl Tatsumi zichzelf neerzet als een jonge idealist die de Japanse strip wil vernieuwen, is Taniguchi’s alter ego Hamaguchi meer een levensgenieter die geniet van zijn jeugd in het artistieke milieu en het uitgaansleven van Tokio in die jaren.
De wijsheid kwam bij Taniguchi met de jaren, zullen we maar zeggen. In zijn grafische romans wil Taniguchi met zijn lezers delen wat hij heeft geleerd door terug te kijken op zijn eigen jeugd. Hij gelooft dat voor wie bewust leeft, geen dag het zelfde is. Er gebeurt elke dag iets waarover je je kunt verwonderen. Maar hij is ook een levensgenieter gebleven, die met veel liefde voor de mens en de natuur zijn beroep uitoefent. Als je ervoor open staat, weet Taniguchi je er steeds opnieuw van te doordringen hoe mooi de wereld is en dat het leven de moeite waard is om te leven. Zijn werk zet je aan het denken, soms lopen de emoties hoog op, maar steeds opnieuw ben je na het lezen van zijn boeken net iets gelukkiger dan daarvoor.

Selectieve bibliografie:
The Walking Man        -          Fanfare / Ponent mon 2004
The Times of Botchan              -          Fanfare/ Ponent mon (4 delen sinds 2005, serie nog niet compleet)
De magische berg        -          Casterman 2007
The Ice Wanderer and Other Stories   -          Fanfare Ponent mon 2007
The Quest for the Missing Girl  -          Fanfare Ponent mon 2008
De wandelaar   -          Casterman 2008
Herinneringen 1 en 2    -          Casterman 2009
Een dierentuin in de winter       -          Casterman 2009
The Summit of the Gods          -          Fanfare/ Ponent mon (3 delen sinds 2009, serie nog niet compleet)
De tedere jaren 1         -          Casterman 2010
Mijn jaar 1: Lente        -          Dargaud 2010
De tedere jaren 2         -          Casterman 2011
Het dagboek van mijn vader    -          Casterman 2011
Een stralende hemel     -          Casterman 2011

 
 

meer in ZozoLala 180