|
Franz: "Ik inktte ondersteboven en dat leverde me een slechte reputatie op" Franz Drappier is de tekenaar van Jugurtha, Lester Cockney, Thomas
Noland en Colt 38. Verder kennen we van hem series als Korrigan en Mandrin
(in Kuifje), een album van Hyperion en verschillende over de paardensport,
zijn grote passie. Dit alles en nog meer komt in onderstaand interview
aan de orde. Wat voor opleiding heb je gevolgd? Ik heb Saint-Luc gedaan, en Schone Kunsten in Mons, maar dat heeft
nergens toe gediend. De leraren waren helemaal aan het raaskallen omdat
abstraktie de mode was. Toen ik in het tweede jaar zat, vroeg een leraar
mij om college te geven in portrettekenen en anatomie, omdat hij vond
dat ik beter was dan zij. Je vraagt je af waarom iemand die de grondbeginselen
van het tekenen zo kent, zich de moeite zou nemen een cursus te lopen.
Hij wint er veel meer bij om in de reclame te werken of strips te tekenen...
Ben je beïnvloed door bepaalde tekenaars? Volgens mij ben ik door niemand in het bijzonder beïnvloed, al
heb ik wel altijd Fred Harman, de tekenaar van Red Ryder erg bewonderd.
Over die invloeden heb ik nog wel iets anders te zeggen. Vroeger begon
een tekenaar te kopiëren van één of meer meesters,
om vervolgens, terwijl hij zich steeds meer ontdeed van deze invloeden,
zijn eigen stijl te vinden. Tegenwoordig zie ik zeer talentvolle jongens
die zich snel doen gelden zonder aan iemand iets te danken te hebben,
en dan beginnen met het kopiëren van anderen terwijl ze dat helemaal
niet meer nodig hebben. Meestal is dat ook het moment waarop ze niet
meer vooruitgaan, en stagneren. Ik vind dat heel triest. Wellicht missen de uitgevers het inzicht hoe ze jonge tekenaars goed
moeten begeleiden? Dat is zeker. Uitzonderingen daargelaten, vind je in een redaktie niemand
uit het vak of met talent, alleen maar burokraten. In het ideale geval
zouden scenaristen en tekenaars een dag per week vrij moeten houden
om debutanten te ontvangen en hen uit te leggen wat er niet goed is
aan hun werk. Greg bij voorbeeld was een echte hoofdredakteur (van Kuifje;
RS). Hij heeft mij alle essentiële regels van het realistisch tekenen
bijgebracht, hoewel hij dat zelf niet beoefende. Hoe is Korrigan, je eerste belangrijke personage, ontstaan? Greg vroeg Vicq om voor mij een serie te schrijven. Daarvoor had hij
aan mij gevraagd om in zijn studio te komen -waar toen Herman, Dany,
Dupa en Brouyère werkten- maar dat had ik geweigerd. Ik heb niet
graag iemand achter me die zegt wat ik moet doen. Met Korrigan heb ik
me best geamuseerd. Vicq was een grappige man, met een passie voor elektrische
treinen. Ik heb pas gehoord dat hij gestorven is. Maar wat ik maakte
was natuurlijk wel slecht! Ik had de kans om het vak te leren terwijl
ik gepubliceerd werd en mijn brood verdiende. Dat is iets dat men tegenwoordig
niet meer toelaat, omdat het benodigde nivo is gestegen. De San Antonio-albums vormen een van de minder glorieuze episodes uit
die leertijd... En met recht! Henri Desclez maakte het scenario, en het hele album
werd gerealiseerd in acht of tien dagen. De platen waren voorgebakken,
met de teksten al geletterd. Ik begon met het tekenen van de personen,
daarna werden de decors gedaan. Het is meerdere malen voorgekomen dat
ik de decors die de assistent van Desclez, een zekere Héric,
aan de andere kant van de tafel schetste, ondersteboven inktte. Dat
heeft me wel een zekere handigheid gegeven. Voor zover ik weet is het
laatste album, waaraan ik niet heb meegewerkt, door Desclez samengesteld
met tekeningen uit de vorige albums, terwijl hij hier en daar wat bijwerkte.
In ieder geval is hij naar Canada vertrokken met geld dat mij toekwam,
wat toch een aardig sommetje was. En ik ben niet alleen niet betaald,
het leverde me ook de reputatie van afraffelaar op, en die onterechte
reputatie heeft me tien jaar lang achtervolgd. Met de overname van Jugurtha in 1976 ben je ineens overgegaan van humoristisch
naar realistisch tekenen. Hoe kwam dat zo? Jean-Luc Vernal had twee albums gemaakt met Herman. Enige jaren na
de verdwijning van de strip uit Kuifje vroeg hij mij de strip weer voort
te zetten. In eerste instantie weigerde ik, maar Desclez, die toen hoofdredakteur
was, verbood Vicq om nog nieuwe scenario's voor Korrigan te maken. Zodoende
nam ik Jugurtha over. Ze lieten me geen keus. Hoe krijg je het scenario van Vernal? Ik krijg alleen de pagina-indeling, plaat voor plaat, zonder synopsis.
Als ik een plaat teken weet ik vaak niet wat er op de volgende plaat
gaat gebeuren. Hij stuurt me ook geen dokumentatie. Alleen over de stad
van Makoenda en over het volk van de Peul heeft hij me wat toegestopt.
Hij dokumenteert zich echter wel voor de scenario's. Toen ik inlichtingen
inwon over de Burundi merkte ik dat de legende over de Grote Zebra echt
bestond. Ik heb wel eens geprobeerd om ideeën te leveren voor de
scenario's, maar dat leverde niets op. Sindsdien zie ik er dus van af
om in te grijpen in de scenario's van anderen, maar ik vind het wel
spijtig als ik een scène teken waarvan ik denk dat er meer uit
te halen was geweest. Vania is een steeds belangrijker rol gaan spelen in de avonturen van
Jugurtha. Leveren de naaktscènes geen problemen op in een jeugdblad
als Kuifje? Ik beperk die scènes zoveel mogelijk en laat er veel minder
zien dan het scenario voorschrijft. Jugurtha gaat binnenkort over naar
het nieuwe maandblad voor volwassenen van Lombard. Vernal staat al te
springen bij het idee dat hij het daarin kan zetten, en ik geloof echt
dat Jugurtha ronduit overgaat op het sado-masochisme. In 1979 maakte je een episode van Hyperion. Ik stelde de toenmalige hoofdredakteur van Kuifje, Duchateau, het grondidee
voor van Hyperion, dat ik zelf wilde schrijven. Hij zei toen: "Dat
is een leuk idee, ik zal het scenario wel voor je schrijven." Ik
was dus overgeleverd aan zijn wil, maar ik heb toch enkele veranderingen
in het scenario aangebracht, waardoor er toch nog veel van mezelf in
zit. De strip is overigens genoemd naar een beroemd paard uit 1930,
en niet naar het boek van Hölderin, want dat heb ik nooit gelezen.
Bij Lester Cockney is het scenario wel van jou. Ja. Eerst wilde ik het situeren in Londen. Guy Leblanc, de uitgever,
accepteerde meteen dat ik het zelf schreef maar hij stelde voor om,
met behoud van dat tijdperk, de plaats te veranderen. Hij zag me nog
niet bezig met huurrijtuigen, hoge hoeden, mist en vochtige straten.
Ik vond toen een boek over de Anglo-Afghaanse oorlogen, en zo kreeg
Lester Cockney zijn definitieve vorm. Fysiek lijkt hij een beetje op
Jim Cutlass van Giraud, waarvan de allure me erg goed beviel. Zijn voornaam
komt van de jockey Lester Pigott, een geweldige vent die nu vijftig
jaar oud is en nog steeds een paard bestijgt als een god. Na Lester Cockney kwam Thomas Noland. Kende je Pecquer, de scenarist?
Nee. Mandryka, de hoofdredakteur van Charlie, dacht aan mij toen hij
het scenario gelezen had. Ik vind het een goed scenario, maar ik betwijfel
of ik de beste tekenaar ervoor ben. Ik moet prairies en bergen tekenen,
en Pecquer sluit me vaak op in interieuren. Daniel Pecquer heb ik maar
een enkele keer gezien. Alles wat ik weet is dat hij Formule 3 doet
en zijn leven doorbrengt op circuits. En omdat ik auto's meer verafschuw
dan wat ook ter wereld, zou je kunnen zeggen dat we totaal niet op elkaar
lijken. Ik heb inmiddels geconstateerd dat dat geldt voor alle mensen
waar ik mee samen werk. Ik schrijf momenteel een serie voor Denayer,
en die is ook zo gek op machines, van het soort dat een hoes over z'n
auto doet en z'n bumper afpoetst voordat hij Brussel inrijdt. Maar dat
verhindert hem niet een aardige jongen te zijn. En Vernal verschilt
ook heel erg van mij: ik heb sinds mijn militaire dienst geen dokter
meer gezien terwijl hij bij elke kleinigheid naar een specialist loopt.
Kun je iets meer vertellen over het verhaal waar je nu met Christian
Denayer aan bezig bent? Het heet Gord en is bedoeld voor het nieuwe maandblad van Lombard, waarvoor ook materiaal van Pratt, Cosey, Auclair en Blanc-Dumont klaarligt, en een heleboel nieuwe series (Het maandblad van Lombard is intussen zowat legendarisch omdat het al jaren stellig wordt aangekondigd maar nooit verschijnt; RS). Met Denayer zijn we uitgegaan van vijf verhalen, en de eerste episode is af. Het speelt zich af over 100 tot 150 jaar. De mensen leven in steden in de ruimte. De aarde is verlaten en erg gevaarlijk. Men gebruikt hem als een grote gevangenis. De held, Gord, wordt daar naar toe gebracht als een crimineel. Het begin speelt zich af in Brussel, of beter in wat daar nog van over is. Het 1ijkt niet zo op Jeremiah of Simon van de rivier, het staat dichter bij de romans van Pelot. Je houdt van paarden en grote ruimtes. Het verbaast me dat je nooit
een western hebt getekend. Ik zie niet hoe je nog een western kunt tekenen als er al Blueberry, Comanche, MacCoy en Durango zijn. Het zou me zeker plezier doen maar ik geloof niet dat het mogelijk is. Bij Lombard zochten ze iemand voor Comanche, omdat Greg weer een scenario heeft gemaakt. Maar ik wil niet weer in de voetsporen van Hermann te treden. Ik heb ze gesuggereerd de serie aan Magda Seron (de tekenares van Maria en Giel; RS) toe te vertrouwen. Ze wordt erg slecht gebruikt en ze heeft geweldig veel talent. Het zou me echter verbazen als ze mijn raad zouden volgen... Schrijf je nog meer saenario's? Ik denk dat ik in de toekomst steeds meer ga schrijven en steeds minder
tekenen. Op het moment werk ik aan een serie fantastische verhalen voor
Eric, de tekenaar van Dwaaskop. Ze spelen in de tijd van Napoleon, maar
ik ben geïnteresseerd in de resten van het keizerrijk, de Fransen
die zo'n beetje overal in Europa achterblijven. Ik neem soldaten en
laat ze een fantastisch universum induiken dat niet het hunne is. Ik
denk dat een verhaal altijd werkt op basis van dit soort kontrast. De
historische kontekst geeft het verhaal geloofwaardigheid: de lezer heeft
houvast. Vandaaruit breng ik door irrationele elementen de verrassing
in het verhaal. We hebben het nog niet gehad over Colt 38, op scenario van Fromental
en Bocquet. Deze geschiedenis van een wapen dat van hand naar hand gaat
heeft grote gelijkenis met The Big Gun, een roman van Stuart Lake, waarnaar
Anthony Mann de film Winchester 73 heeft gemaakt. Dat is het eerste dat ik daar over hoor. Ik weet niet of Fromental
en Bocquet zich daarop hebben geïnspireerd. Hun idee sprak me meteen
aan omdat ik zelf Duitse geweren heb gevonden die waren gemaakt in China
en een Mexicaans stempel droegen. Het duizelt je als je bedenkt hoeveel
mensen die hebben kunnen doden in de meest verschillende omstandigheden.
Hoe organiseer je het om aan zoveel verschillende series te werken?
Ik werk aan minstens drie series tegelijk. Als ik een probleem heb,
als een plaat niet loopt, ga ik op iets anders over. Per dag werk ik
tussen de 8 en 15 uur. Ik begin 's morgens om 5 uur. In de namiddag
teken ik met één oog op de Engelse tv, die paardenkoersen
uitzendt. Hoe kom je aan je passie voor paarden? Die passie heb ik altijd gehad. Tot nu toe heb ik zo'n dertig verschillende
paarden gehad, op een moment had ik er twaalf tegelijk, koerspaarden
maar ook fokmerries en hun veulens. Ik houd me sinds 1970 met paarden
bezig. Ik ben gedurende drie jaar 'gentleman rider' (amateur jockey)
geweest. Dat kostte ontzettend veel geld (je moet rekenen op minstens
300.000 Bfr -zo'n 17.000 gulden- per jaar voor onderhoud en training
van een koerspaard, dus exclusief de aanschaf), maar ik had er nog meer
plezier van. Nu heb ik niet meer dan twee paarden, die ik alleen voor
rondritten berijd. Sinds ik ben gestopt met het strikte regiem waartoe
ik me had verplicht om aan koersen deel te kunnen nemen, ben ik 20 kilo
aangekomen. Interview afgenomen en uitgewerkt door Thierry Groensteen voor Les Cahiers de la Bande Dessinée nr.64 (juli/augustus 1985). Vertaald en bewerkt door René Smulders. |
||