Henk Kuijpers: "Ik gebruik elke lijn die ik teken"

Al meer dan tien jaar behoort Henk Kuijpers tot de meest populaire striptekenaars van Nederland. Zonder een tekenopleiding te hebben gevolgd begon het voor Henk Kuijpers allemaal in het begin van de jaren zeventig. Een tekenwedstrijd van het weekblad Kuifje. En meer nog een tentoonstelling van origineel stripwerk stimuleerden hem om het "ook eens te proberen".

Hij debuteerde in 1973 met een drietal korte verhalen in het weekblad 'Pep'. Daarna zou het pas goed beginnen. Zijn eerste lange stripverhaal, 'Het misdaadmuseum' was nog geen echt Franka-verhaal. maar Franka zou snel het populairste figuurtje blijken te zijn. Vanaf het tweede verhaal zou de reeks dan ook haar naam gaan dragen. Franka werd al spoedig heel geliefd. Niet alleen door de met veel zorg geschreven verhalen. ook de mooie heldere tekenstijl met veel oog voor het detail droeg daaraan bij. Met Franka heeft Henk Kuijpers een heel levensechte stripfiguur geschapen, die weliswaar spannende, exotische avonturen beleeft. Maar wel binnen de grenzen van de realiteit blijft.

In week 24 (11 juni) zal het zopas beëindigde tweede deel van De tanden van de draak in boekvorm verschijnen. Tevens zal dan een luxe-album uitkomen. waarin de beide delen gebundeld zijn én waarin een zestien pagina's tellend dossier vol met tekeningen. schetsen en wetenswaardigheden over Franka en haar schepper zal worden opgenomen. Bovendien zal Henk Kuijpers op verschillende plaatsen in Nederland zijn albums komen signeren. Voor ZozoLala reden genoeg om het Drentse platteland op te trekken om eens met Henk Kuijpers te gaan praten. Maar wat kun je zo'n man die in het Stripjaarboek ('83-'84) en in Stripschrift (109/110) al uitgebreid aan het woord is geweest en die nota bene geëerd wordt in een eigen fanclub nou in hemelsnaam nog vragen? Oja, natuurlijk: Henk, hoe ben je begonnen?

Begonnen ben ik met het verzamelen van strips. dat vond ik gewoon leuk. Daarnaast tekende ik veel in mijn vrije tijd, maar zonder de bedoeling dat ooit professioneel te gaan doen. In 1970 was er in Brussel een tentoonstelling van het weekblad Kuifje, een striptentoonstelling. In die dagen was dat vrij uniek, want je kon toen eigenlijk voor het eerst authentiek stripmateriaal zien. En niet zo'n beetje ook, want vrijwel alle Europese tekenaars die je kende waren vertegenwoordigd. Daar zag ik dan originele pagina's hangen en kon ik ook zien hoe zij werkten. Toen realiseerde ik mij dat je op groter formaat kon werken. Je mocht best gummen of met witte verf fouten weghalen en zo. Dat te zien was voor mij heel stimulerend om het zelf te gaan doen.
In 1973 ben ik met mijn eerste pagina's naar Pep gegaan. Daar ben ik aangenomen. Met mijn proefverhaal kon ik niet verder gaan. Het verhaal beviel hen niet zo. In zes weken heb ik toen een nieuw scenario geschreven en nieuwe figuren ontworpen. Dat was Het misdaadmuseum. Een groep mensen waarvan ik dacht dat de jongen de hoofdrol zou gaan spelen. Aanvankelijk zag het daar ook wel naar uit. Er was ook wel een meisje, maar zonder veel nadenken had ik haar secretaresse gemaakt. Veel achtergrond had ik haar ook niet gegeven, dat zou pas in het tweede verhaal gebeuren. In het eerste verhaal komt zij nog niet zo veel voor, zij mist enkele sleutelscènes, terwijl Jarko wel een belangrijke rol speelt. Maar ondanks dat Franka maar beperkt aanwezig was, had iedereen het idee dat zij de hoofdfiguur was. Ik had de strip ook Het misdaadmuseum genoemd met als subtitel: De staatsgreep. Aangezien Franka echter de belangrijkste figuur zou worden in de volgende delen, is het album later herdoopt in Franka: Het misdaadmuseum.

Voor de Franse uitgave heb je deel 1 gedeeltelijk hertekend.

Het boek is met anderhalve pagina uitgebreid. Er is nu een betere overgang gemaakt naar de ondergang van dat slagschip. In de oorspronkelijke versie ging dat allemaal erg snel. Het doseren van actie is erg moeilijk. Je begint ergens aan en er moet een eind aan komen. Het is niet hetzelfde als het maken van een film. Een striptekenaar monteert direkt. Later heb ik het einde van dat verhaal wat beter laten verlopen. Ook wat al te gedateerde gezichten heb ik veranderd.

In het tweede verhaal begon Franka pas echt gestalte te krijgen.

Nu Franka de hoofdfiguur was gebleken, moest ze dat ook maar worden. Hiermee werd het verhaal simpeler, duidelijker dus. Ik had echter wel het gevoel dat ik na mijn eerste album een tweede debuut moest maken: Franka moest 'ingevuld' worden. Ik vond haar veel te braaf, te gewoon. Daarom bedacht ik Furora, iemand met een wat leukere achtergrond, die wat meer op haar qui-vive leeft. Als ik er meteen aan had gedacht, had ik Franka de herkomst van Furora gegeven. Daarmee had ik eigenlijk twee hoofdfiguren, maar dat heb ik weer gekapt. Furora komt wel steeds weer terug.

Hoe maak je eigenlijk je verhalen en waar haal je je ideeën vandaan ?

Bij De Noorderzon liep het als volgt. In 1956 vond er buiten de haven van New York een aanvaring plaats tussen de 'Stockholm' en de 'Andrea Doria', waarbij deze laatste zonk. Nu las ik een aantal jaren geleden in de krant een artikel, waarin stond dat men probeerde de 'Andrea Doria' te lichten door haar vol met pingpong-balletjes te pompen. Dat is een heel aantrekkelijk gegeven dat je vervolgens gaat dramatiseren. Het is natuurlijk veel leuker als dat schip zichzelf vol laat lopen met pingpong-balletjes en naar boven komt als niemand het weet en dan gaat rondvaren. Maar het pingpong-balletjes-plan werkte niet, dus had ik wat anders nodig. In plaats van de balletjes kwamen er ballonnen, die ook weer een speciale vorm hadden. Dat schip kan dus naar boven komen en wordt zo een spookschip. Een nieuw element is vervolgens dat het schip niet is gezonken, maar tot zinken is gebracht. Je laat het schip wraak nemen op wie haar tot zinken heeft gebracht. Nu, wie doet dat? De kapitein of de reder. Hiermee kom je in de rederswereld terecht. Zo kom je dan bij Onassis en via hem bij Jacky Kennedy en daar komt Lina van. Op deze manier kun je een verhaal steeds verder uitbouwen. Nu was dit verhaal toen ik het maakte nog redelijk origineel, maar tegenwoordig wordt met Dallas en Dynasty elke avond een dergelijk wereldje geboden. Lina was natuurlijk veel leuker voordat Joan Collins op tv was.

Na het 88 pagina's lange verhaal van De Noorderzon maakte je wat korte verhalen. Had je daar zin in of had Eppo dat gevraagd?

Nee, hoor. Ik maak veel liever lange verhalen. Ik had voor Circus Santekraam nog een aantal pagina's liggen die ik voor Baberiba had gemaakt. En aangezien ik heel zuinig ben op wat ik maak wilde ik die pagina's opnieuw gebruiken. Elke lijn die ik getekend heb gebruik ik weer voor wat anders. Dat is ook wel nodig als je zo weinig produceert als ik. Het gegeven van die kledingwisseltruc vond ik wel leuk, maar gaandeweg het verhaal ontdekte ik dat de echte humorkant niet goed bij Franka past. De andere korte verhalen had ik voor verschillende opdrachtgevers gemaakt, o.a. de Staatsuitgeverij.

Het werk dat je voor de Staatsuitgeverij, Philips Magazine e.d. doet betaalt veel beter dan het maken van strips. Zijn strips dan nog belangrijk voor jou?

Ja zeker. Ik zou het het liefst alleen maar strips maken en dan een album per jaar, maar dat haal ik niet. Maar toch: acht albums in elf jaar is redelijk. Strips geven mij het meeste plezier. Ook de dingen om strips heen vind ik erg leuk. Posters, zeefdrukken, het is heel fijn om zo groot te tekenen.

Je hebt ook meegewerkt aan een LOI-cursus?

Daar ben ik voor gevraagd, ja. Het was weer eens wat anders om te doen. Er zijn mensen die schriftelijk willen studeren. Weliswaar heb je enige aanleg nodig, maar aan striptekenen zitten ook veel ambachtelijke kanten. Die kun je wel leren. De cursus leidt in ieder geval niet op tot striptekenaar.

Heb je er zelf ook wel eens wat aan gehad?

Een les had ik gewijd aan het schrijven van een plot. Als voorbeeld van een langer stripverhaal analyseerde ik De zonnetempel van Hergé. Dat was erg interessant om te doen. De echte plot van het verhaal, mensen op de brandstapel met die zonsverduistering, kun je al terugvinden in verhalen over Columbus en De mijnen van Koning Salomon. Je moet alleen weten dat die zonsverduistering er is. Die voorkennis heb je nodig. Kuifje vindt dan een krantepapiertje in de cel. Dat papiertje kan daar niet binnen komen waaien, dus moest hij het bij zich hebben. Als je dat papiertje terug gaat volgen, blijkt dat de munitie erin verpakt is geweest. Na een lawine zegt Kuifje: "Bewaar die krant maar, we kunnen er altijd nog een vuurtje mee aanmaken." Zo wordt de aanwezigheid van dat stukje krant verklaard. De kapitein wordt echter niet ingelicht. Zo wordt de spanning van de lezer door de kapitein in beeld gebracht. Trapsgewijs wordt zo de zonsverduistering in het verhaal gebracht. Iets dergelijks heb ik zelf in het laatste verhaal gehad.
De videocamera speelt daarin een belangrijke rol. Op de eerste bladzijde zie je Franka verlekkerd naar die camera kijken in de uitdragerij. Later in het verhaal wordt hij gekocht. Wat zie je nu? Steeds als er wat te pletter valt, blijkt de videocamera nog heel te zijn. Heel af en toe speelt die camera zo mee totdat hij ineens echt nodig blijkt te zijn. Met het licht van de camera weten zij immers uit de grot te ontsnappen Het allerlaatste plaatje toont wat met de opnamebanden gebeurt. De inlanders knopen er vis mee op...

Vormde de videocamera het basisidee voor De tanden van de draak?

Nee, dat was een tekening van een sauriërkaak en één van een berg met een gat in de zijkant. Ik had ook net een boek gekocht over de film King Kong. De makers van die film situeerden hun verhaal op een eiland ten oosten van de Filippijnen. Dat was toen de laatste witte plek op de kaart. Het basisidee van die film was trouwens een artikel in National Geographic over de Komodovaraan. Nou, de plek heb je dan.
Dan ga je zitten denken: negentig pagina's, hoe krijg ik het boek vol? Je begint met een schema; het gegeven is: ergens op aarde leven nog saurussen. In deel I gaan Franka en Ava op zoek naar de clou, naar aanwijzingen. Dit zoeken speelt zich af in Amsterdam, Londen, Venetië en Zuid-Oost Azië. Dat zouden ongeveer vier gelijke stukken worden. Maar wat gebeurt er dan? Op pagina 23 zitten we nog steeds in Amsterdam en toen werd het de hoogste tijd dat ze naar Londen gingen. Daardoor is Venetië heel kort geworden. Oorspronkelijk leek het mij wel wat om Marco Polo erbij te betrekken en zo het element China hierheen te halen. Je gaat moeizaam op zoek naar documentatie over Marco Polo, verschijnt er ineens een tv-serie over hem! Allerlei boeken liggen dan ineens bij de dump! Daar zoek je je eerst rot naar! Later heb ik dat allemaal moeten schrappen.

In deel 11 zou dan de race tussen de beide expedities plaats hebben. De helft zou zich in de jungle afspelen en de andere helft in de krater. Dat is wel aardig gelukt.

Ook hier heb ik moeten schrappen. Franka zou eerst nog sporen vinden van een 12e eeuwse Chinese expeditie en in een Chinese tempelstad terecht komen in die krater. Dat zou echt teveel geworden zijn; dan waren er drie delen nodig geweest. Trouwens daar wordt het niet beter van. Je moet niet teveel aan één lijn willen ophangen.

Wat opviel aan het laatste verhaal was dat je van een erg onwaarschijnijk gegeven uitging - ergens leven nog saurussen - maar dat je met hetgeen je eromheen vertelt dit gegeven zo ondersteunt dat het heel echt overkomt.

Mijn verhalen zijn echt verzonnen. Ik teken echter in een realistische stijl en daarom wil ik ook mijn verhalen realistisch houden. Een spookverhaal zou op het eind toch op een diaprojectie of iets dergelijks moeten neerkomen. Een echt spook, een metafysisch gegeven, dat past niet bij Franka. Bovendien, ik houd meer van het grote avontuur.

En de Xanadu-connectie, heeft die bestaan?

Ja en nee. Xanadu heeft echt bestaan. Dat was een prachtig paleis dat de Mongoolse overheersers van China hadden gebouwd. Mongolen waren hartstochtelijke jagers en om de keizer te plezieren heeft men in de uitgestrekte paleistuinen allerlei dieren uitgezet, waar hij dan op kon jagen. Uiteraard zal hij wel een grote collectie jachttrofeeën gehad hebben.

Dit verhaal speelt zich af op de Filippijnen. Hebben de aktuele ontwikkelingen daar jou nog problemen opgeleverd?

Vijf jaar geleden had ik het einde al gepland: een opstand, waarbij politiechef Macos door de rebellen wordt doodgeschoten en zijn vriendin Emelda naar Zürich vertrekt, haar ticket betaald via een Zwitserse rekening. Toen ik die pagina's uiteindelijk zat te tekenen, moesten president Marcos en zijn vrouw Imelda uitwijken naar Hawaï. En elke dag kon ik uitgebreide dokumentatie vinden, waar ik vijf jaar geleden nog overal naar moest zoeken. Het enige wat ik in de strip veranderd heb is dat Emelda niet naar Zürich vliegt, maar naar Hawaï.
Dit alles gebeurt op de laatste pagina's. Er zijn geen draken meer. Franka is het zat en gaat terug naar de stad. Franka zou oorspronkelijk twee stroken door de jungle reizen, maar dat is één strook geworden. Op het laatste moment viel me in dat het laatste bewijsstuk, de kaak die nog steeds in het huis van Ava ligt, moest verdwijnen. Ik heb dus vijf plaatjes ingevoegd op de voorlaatste pagina, waarin Jarko de kaak voor Franka gaat halen en per ongeluk vernietigt.

Wat kunnen we na De tanden van de draak verwachten?

Voor de Staatsuitgeverij heb ik ooit een achtpaginaverhaal gemaakt, Het halssnoer. Dat verhaal speelt zich af in de modewereld. Het nieuwe Franka-verhaal wordt daarop gebaseerd. Een tiental pagina's is nu af.

Komen er ook er oude bekenden in voor?

De tweede hoofdrol is weggelegd voor Laura Lava. Die kennen we van De saboteur.

Wanneer zien we dat in album?

Nou, dat duurt nog wel even. Laten we stellen, als het boek in september 1987 in Breda ligt, ben ik heel tevreden.

En wij ook. Want als typerend voorbeeld van de werkwijze van Henk Kuijpers kunnen we nog vermelden. dat toen wij (precies volgens afspraak) om 2 uur bij hem aanbelden, er een koerier van Oberon voor de deur in z 'n auto zat te wachten. Henk was nog bezig aan de inkleuring van een plaatje uit de Donderdraak, dat hij op het allerlaatste moment nog hertekend had, omdat er een konstruktiefout in bleek te zitten (pagina 27, plaatje rechtsboven).
Fred Wald en Peter Kuipers m.m.v. Willem Ebben