| |
François
Bourgeon: Het magisch-realisme van een dromer
De zoveelste voorjaarsstorm beukt tegen mijn slaapkamerraam. Regendruppels
spatten hard uiteen op de dakpannen. De wind huilt om het huis. De anders
zo normale geluiden van voorbij rijdende auto's en gepraat op straat
ontbreken. Het is alsof de natuur deze nacht voor zichzelf opeist. Heel
vaag hoor ik het luiden van een kerkklok, die een straat verderop boven
het woeste gehuil tracht uit te komen. Alsof het christendom wanhopig
probeert de ontketende natuurkrachten het zwijgen op te leggen. Tevergeefs!
Ik trek het dekbed nog eens stevig over mijn schouder en verdiep me
weer in mijn boek. Veel moeite hoef ik er niet voor te doen. Het Nevelwoud
zuigt me in haar op en opnieuw ben ik de speelbal van François
Bourgeon.
Ach, wat moet ik nog vertellen over de nu veertigjarige die in 1979
als volstrekt onbekende begon aan De kinderen van de wind? Tien jaar
voor het begin van die monumentale reeks stapt hij voor het eerst het
portaal van de kunstnijverheidsschool binnen. Daar zal hij zich in drie
jaar het glas-in-lood-zetten eigen maken om vervolgens een eigen bedrijfje
te beginnen. Eerst alleen, later met een vriend. Maar de mogelijkheden
in het vak zijn beperkt en het restaureren van glas-in-lood-ramen wordt
slechts aan de gevestigde namen toevertrouwd. Bourgeon ziet zich dan
ook gedwongen om op een andere manier de kost te verdienen. In latere
interviews zal hij wel naar deze tijd verwijzen als het om zijn kleurgebruik
gaat. Bij glas-in-lood-ramen zijn de kleuren immers net zo belangrijk
als de tekening zelf.
Min of meer toevallig rolt hij dan de stripwereld binnen. Hij werkt
achtereenvolgens voor Lisette, J2-Magazine, Pif, Djinn en Friponnet.
Zijn series beginnen echter pas te lopen met Beatrijs en Coen dat hij
op scenario van Robert Génin voor Djinn maakte. Op dat moment
stelt Circus hem voor om De kinderen van de wind te gaan maken. Bourgeon
twijfelt. Hij loopt niet erg warm voor het idee om zijn eigen scenario's
te moeten schrijven, maar zijn grote liefde voor het zeezeilen doet
hem de sprong wagen. Het resultaat is Het meisje in het want, later
nog gevolgd door Het gevangenisschip, Handelspost Juda, Het uur van
de slang en Ebbehout. In die tijd is zijn naam dan al gevestigd en heeft
hij in 1980 in Angoulême de Prix Alfred gekregen, waarmee hij
tot beste tekenaar van dat jaar werd uitgeroepen.
Documentatie
Maar de alom bejubelde delen van De kinderen van de wind zijn meer dan
een prachtig verteld, getekend en ingekleurd avonturenepos. Bourgeon
schotelt ons een degelijk gedocumenteerd tijdsbeeld voor, waarin hij
zelfs zover ging dat hij belangrijke decors (zoals het zeilschip uit
Het meisje in het want en de Handelspost Juda) op schaal nabouwde om
te zien of alles wel klopte. Geen wonder dus dat het geheel zo authentiek
overkomt.
Bourgeon, die zijn pacifistische ideeën nooit onder stoelen of
banken heeft gestoken, heeft de haat-liefde thema's die het raamwerk
voor Isa's avonturen vormen knap vervlochten met talrijke politieke
thema's. Keer op keer moet de onderdrukker het ontgelden. Of het nu
de blanke is die boven de zwarte meent te staan, of de man die boven
de vrouw meent te staan, de slavendrijver, de geestelijke, de militair
of de bourgeois; allemaal worden zij door Bourgeons pen vlijmscherp
neergehaald. Maar Isa en haar lotgenoten zijn verleden tijd. Ondanks
het enorme succes van de reeks kondigde Bourgeon verleden jaar aan te
stoppen met De kinderen van de wind. Een besluit dat eigenlijk alleen
maar te respecteren valt; temeer daar zijn nieuwe reeks (De gezellen
van de schemering) even fascinerend belooft te worden. Zo niet nog fascinerender,
afhankelijk van ieders smaak natuurlijk.
Keltische mythologie
De gezellen van de schemering speelt zich af in Zuid-Bretagne. De streek
waar Bourgeon sinds enige jaren woont. Maar ook de streek waar de Keltische
mythologie nog steeds in de stormige luchten lijkt te zweven en uit
dampende moerassen lijkt te borrelen. In een interview met (A Suivre)
zegt Bourgeon zich verwant te voelen met de mentaliteit van de Kelten
en sterk beïnvloed te worden door de streek. En dat is in De gezellen
van de schemering wel te merken. Woeste zeeën, donkere bossen,
grote vlaktes en klamme moerassen bepalen samen met mist en sterk wisselende
luchten en lichten de setting. Voor een belangrijk deel bepaalt die
setting ook het voornaamste verschil met De kinderen van de wind. Waar
Bourgeon daar nog veelvuldig naar pasteltinten greep, gebruikt hij hier
diepere en fellere kleuren die een dramatische sfeer oproepen. Daarnaast
tekent hij de plaatjes nog veel voller en gedetailleerder dan in De
kinderen van de wind. Wat je met name in de bossen en moerassen het
gevoel geeft écht aanwezig te zijn. De klamme takken te kunnen
voelen, de de stank te ruiken en vooral niet te kunnen zien wat zich
vijf meter verderop bevindt. Waar Auclair in Bran Ruz de Kelthische
Mythologie gebruikte om het links-politiek nationalisme van de Bretagners
een steuntjes in de rug te geven, gebruikt Bourgeon die mythologie vooral
om ons een droomwereld voor te toveren.
To dream, or not to dream?
"De oorlog duurde naar men zegt 100 jaar. Hij onderscheidt zich
niet wezenlijk van de vorige of de volgende. Zoals de hagel of de pest,
slaat hij daar toe, waar men er het minst op bedacht is. Bij voorkeur
wanneer de korenhalmen zwaar en de meisjes mooi zijn." Zo begint
het eerste deel van De gezellen (De betovering van het Nevelwoud) en
zo begint ook het tweede deel (De vale ogen van de Moerasstad) , dat
naar verwachting tegen het einde van dit jaar zal verschijnen.
In De betovering van het Nevelwoud maken wij kennis met de onstuimige,
zelfbewuste en hartverwarmende Mariotte, de laffe opschepper Anicet
en de door haat en schuldgevoelens verteerde anonieme ridder. Door het
lot samengebracht binden zij de strijd aan met de Zwarte Kracht; de
laatste der drie grote Krachten die deze wereld schiepen. De (goede)
Rode en Witte Krachten zijn verpulverd, maar nog niet vernietigd. "Zolang
er op deze wereld nog een moederschoot of een korenaar over is, zal
de Heer Des Doods zijn zege niet beleven." Voor die zege heeft
de Zwarte Kracht de hulp van de mensen nodig en daartegen wil de ridder-zonder-gezicht
vechten. Waardoor hij tegelijkertijd zijn eigen verleden bevecht, hij
was immers ook een werktuig in dienst van de Zwarte Kracht.
Hun reis "naar het einde van deze wereld" brengt hen allereerst
naar het Nevelwoud dat bevolkt wordt door een gemeenschap van kleine
kobolds. Deze enge (maar ook vertederende) sprookjeswezens worden zo
overtuigend door Bourgeon neergezet dat je er nog in zou gaan geloven
ook! Droom of realiteit? De hoofdpersonen weten het ook niet meer. Ze
houden het maar op een enge droom, maar helemaal zeker zijn ze er ook
niet van.
Magisch-realisme
De kracht van Bourgeons magisch-realisme zit hem in de verwarring die
hij bij de lezeres sticht. Alles is zo overtuigend en ingenieus met
elkaar vervlochten dat je niet meer weet wat nu werkelijkheid en wat
nu droom is. Bourgeons realistische beeld van de honderdjarige oorlog
met al haar gruwelijkheden, zijn overtuigende karakterschetsen van de
hoofdpersonen en zijn landschapstekeningen worden zo vermengd met elementen
uit de Keltische mythologie en Bourgeons eigen fantasie dat je haast
niet anders kunt dan je logica aan de wilgen te hangen. Hebben Mariotte,
Anicet en de ridder de kobolds nou wel écht gezien, of hebben
ze het toch maar gedroomd? Telkens als je het denkt te weten gebeurt
er weer iets waardoor je toch weer gaat twijfelen. Dáááág
logica! Wat er dan overblijft is een sfeer die diep in je verworteld
raakt en die je niet meer loslaat.
In De vale ogen van de Moerasstad gaat Bourgeon hierin nog veel verder.
Hij citeert veelvuldig en bijna letterlijk uit Le Barzaz Breiz, het
druidenhandboek van Delavillemarqué. Bourgeon doet dit door de
monden van een oude grijze druïde en zijn jonge helper, maar ook
door de monden van de jager Briseé en zijn vrouwelijke metgezel
en door een dromende (?) Mariotte en de kleine heks Yuna. De tekst loopt
door, maar degene die spreekt wisselt constant. Verwarrend? Om het nog
boeiender te maken: de druïde en zijn leerling zijn wel op dezelfde
tijd en plaats als Mariotte aanwezig en grijpen ook in de handeling
in, maar zijn onzichtbaar voor de anderen.
De Dhuards
In De vale ogen van de Moerasstad binden Mariotte, Anicet en de ridder
de strijd aan met de monsterlijke Dhuards, bondgenoten van de Zwarte
Kracht. Zij worden hierin bijgestaan door Yuna (een verjongde uitvoering
van Isa, zoals ook Mariotte in niets verschilt van Mary uit De Kinderen
Van De Wind), de troubadour Favennec en de beide kobolds uit het eerste
deel.
In het begin van de oorlog der drie Krachten ontvingen de wijsten der
wijzen een Blauwe Eclips die een wonderbaarlijke geneeskracht bevatte.
De Zwarte Kracht doodde echter alle dragers en draagsters (en daarmee
alle Eclipsen); op één na. De laatste Eclips is nu in
handen gekomen van de Gezellen en om de moordende en verkrachtende Dhuards
te vernietigen zullen zij die Blauwe Eclips moeten verenigen met de
Witte Dame die gevangen wordt gehouden door diezelfde Dhuards. Daarbij
moeten zij drie grote gevaren overwinnen: de Dhuards met hun monster1ijke
kaken en hun giftige sperma, de bewakers van hun Moerasstad (De vale
ogen) en tenslotte de koningin van de Dhuards. Ingrediënten genoeg
dus voor een uiterst spannend en vooral sfeervol verhaal.
Dromer
Want François Bourgeon is niet alleen een uitstekend tekenaar,
hij is ook een meesterlijk verteller. De man die eens beefde bij de
gedachte zijn eigen scenario's te moeten schrijven kan nu concurreren
met de beste full-time vertellers. Neem daarbij zijn grandioze tekenstijl
en kleurgebruik (let met name op de platen 43 en 44 uit De vale ogen!)
en ieder boek van Bourgeon is dan een boek om naar uit te kijken. Hij
geeft je de mogelijkheid even te ontsnappen aan de auto's, parkeergarages,
kantoorgebouwen en andere zaken die inherent lijken te zijn aan "ons
moderne leven". In eerdergenoemd interview zegt hij dan ook: "Ik
droom graag en ik hecht graag geloof aan mijn dromen, maar ik heb daarnaast
ook een degelijke Cartesiaanse instelling. Ik weet die twee kanten te
vermengen en dat gaat met heel wat tegenstrijdig heden gepaard. Mijn
dromen omzetten in beeldverhalen, is een manier om ze concreet, om ze
waar te maken."
Mike Leenders
|
|