Biebel was meteen een schot in de roos (en dat voor een Vlaming!)

Marc Legendre, je geniet nu als Ikke een flinke populariteit met de strip Biebel in Robbedoes, maar een van de eerste stripjes die ik van je zag was Patté van de Vlaamse Automobilistenbond (VAB)?

Ja, dat kwam nadat er in de Autotoerist (te vergelijken met de Autokampioen van de ANWB) een artikel had gestaan over jong talent onder de Vlaamse striptekenaars. Daar had ik ook een tekening voor ingestuurd en omdat ik in de buurt woonde leek het hun wel leuk als ik een strip voor de Autotoerist zou gaan maken.
Ik dacht: "Allé, waarom niet, dat is plezant." Maar dat pakte anders uit. Het mocht ntet zomaar iets zijn, het moest met de VAB te maken hebben. Reizen dus. Maar het mocht niet te ver weg zijn, omdat de Autotoerist een Vlaams blad is. Daarna zeiden ze weer dat hij veel in de auto moest zitten. Iedere keer werd de strip gewijzigd.

En ondertussen werd er niets gepubliceerd?

Nee, maar veel werk had ik er ook niet aan. Ik teken altijd direkt in het net, zonder potloodschetsen of zo. Maar uiteindelijk hadden ze het gevonden; het moest een van hun mannen zijn die in een VAB-auto (een soort wegenwacht) rondrijdt. Zij zeiden dat ik daar wel alle kanten mee op zou kunnen.
Nou, dat vond ik dus niet, want ik heb alleen maar een fiets. Weet ik veel wat er allemaal met een auto mis kan gaan! Maar goed. Ik maakte die strip, maar iedere keer moest er weer iets aan de tekst worden veranderd. Dan was het weer te ver gezocht, dan weer te absurd. Uiteindelijk was er niets leuks meer aan en had het niets meer met mezelf te maken. Bovendien moest je er ontzettend alert op zijn dat de Autotoerist Vlaams is en dat er dus niets Waals in die strip zou mogen komen. Uiteindelijk ben ik er dan ook mee gestopt, ook omdat zij niet meer tevreden waren over de strips die ik afleverde.

Ben je toen met Biebel begonnen?

Ja, in het begin tekende ik Biebel als illustratie in zo'n KSA-blaadje... euh ?

Robbedoes?

Ja, de eerste keer dat Biebel daarin stond sloeg hij iemand met een vredesboek op z'n kop. En dat kon natuurlijk niet. Dan was het "imago van het vredesboek aangetast". Maar juist door dat rebelse vond ik het leuk om hem te tekenen.

Frankrijk - Nederland
Toen kwam Marc Meul (scenarist van Bakelandt, Robert en Bertrand en de nieuwe Bessy-reeks) naar mij toe met de vraag of ik niets wou tekenen, of ik geen stripfiguur had. Ik kende hem nog van de tijd dat wij samen op school zaten. Ik zei dat ik niets had en toen vroeg hij naar Biebel. We hebben daar een tijd over gepraat en tenslotte heeft hij een aantal tekeningen meegenomen naar Robbedoes. Daar begonnen ze net met het Vlaamse katern, zodat er plaats kwam voor Vlaamse en Hollandse tekenaars. Mensen als Vandersteen en Sleen waren te duur en dus kwamen ze naar ons, kleuters van het stripverhaal. Wij sprongen natuurlijk een gat in de lucht, maar van hun uit was het meer een soort ongeïnteresseerde bladvulling. Zo van: "Och, gij tekent Biebel. Zet hem er maar in, hè". Maar raar genoeg kwamen er vanaf de eerste week heel veel brieven binnen over Biebel.
Niemand had dat verwacht en ik werd meteen heel erg opgehemeld. "Ah, sinds Guust Flater hebben wij niet meer zoveel post gekregen over een stripfiguur." (Ik begin te lachen) Ja, dat is natuurlijk overdreven, maar het is wel zo dat de lezers niet aan een tekenaar of zo dachten, maar dat Biebel zélf heel erg aansloeg. Ze vroegen bijvoorbeeld hoe vaak hlij naar de kapper ging. Hij is voor hun een echt levend figuur.

Maar waarom is je album bij Standaard uitgegeven, als Robbedoes er zo positief over is?

De redaktie van Robbedoes wilde wel. Voor hen was het een soort hart onder de riem. Zij hadden een onbekende een kans gegeven en het sloeg nog aan ook. Zij hadden er ook veel werk van gemaakt. Ik mocht bijvoorbeeld de cover van het kerstnummer tekenen.
Maar er is ook nog een Franse redaktie: Spirou. Precies zoals ik dat twee jaar als hoofdredacteur bij Kuifje heb meegemaakt. Spirou is nogal protectionistisch: "Waarom zouden wij een Vlaming een kans geven als er twee Franstaligen zijn?" Dat is vooral uit gemakzucht gegroeid, niet uit moedwil. Op beide redakties zijn vertalers aanwezig van het Frans naar het Nederlands, maar niet omgekeerd. Als er een strip in het Frans binnenkomt kan iedereen die lezen, maar van een Nederlandse strip snappen die Franse redakteuren de ballen. Als je gaat solliciteren moet je elk plaatje uitleggen en vertalen en dat komt natuurlijk heel stom over. Bij Robbedoes kwam daar nog eens bij dat Charles Dupuis, die nu alles verkocht heeft, Biebel niet uit kon staan. Die vond hem geen leuk figuurtje, maar een kloot.
Hij verbaasde zich erover dat ik de onderlijven goed tekende, maar dat ik "geen deftige kopjes" maakte. Om hem te pesten heb ik dat eens gedaan, maar dan wordt Biebel natuurlijk heel gewoon, dat past helemaal niet. Met die Franse redakteur ben ik ook al geen goede vrienden. Die probeert alles om het Vlamingen zo moeilijk mogelijk te maken. Het laatste dat ze gevonden hebben is dat Biebel een typisch Vlaams koppie heeft en dat dat dus wel bij de Vlamingen aanslaat, maar niet bij de Franstaligen. We weten nu dus dat Vlamingen een grote kop hebben met lelijke stoppels. Maar aan de andere kant staan er natuurlijk wel een paar Vlamingen en Nederlanders in Spirou, het is dus niet zo dat zij echt systematisch alles verwijderen.
Ontwikkelingen

Maar het Vlaamse katern van Robbedoes bestaat niet meer?

Nee, dat is er op een heel vervelende manier uitgegooid. Robbedoes had dus een aantal pagina's voor Vlaamse en Nederlandse tekenaars en ook voor sommige Franstaligen die ze bij Spirou niet wilden hebben, zoals Chaland. Maar dan moesten die pagina's bij Spirou wel opgevuld worden met hun eigen tekenaars. En toen de direktie besloot dat er niet voldoende geld was voor twee katerns zei de Franse redaktie: "Robbedoes wordt weer gewoon Spirou." In plaats van rond de tafel te gaan zitten en tekenaars van beide kanten te gebruiken. Nee, zomaar pats boem van tafel! Biebel wordt nu wel in het Frans vertaald, maar niet door Robbedoes, dat doet Standaard.

Biebel heeft inmiddels een hele ontwikkeling doorgemaakt. Met name ook tekentechnisch?

De eerste Biebel die ik tekende was eigenlijk een Egyptische strip. Ik kon hem niet van voren tekenen en perspectief oei, oei, oei! Maar dat wilde ik ook eigenlijk niet. Mijn grote voorbeelden, Binet en Gotlib, tekenen ook heel statisch. Ik teken Biebel meestal uit dezelfde invalshoek. In het begin was dat vooral gemakkelijk omdat ik niets anders k6n tekenen. Maar door veel te oefenen leerde ik uit vogelperspectief tekenen, enz. Eigenlijk heb ik veel geluk gehad. Er zijn genoeg mensen die beter kunnen tekenen dan ik, ik was eigenlijk geen striptekenaar.

Was of ben?

Als ik me vergelijk met anderen ben ik dat eigenlijk nog niet zo. Maar ik amuseer me er prima mee. Bij Biebel passen uitgewerkte tekeningen ook niet zo. Daarom ben ik ook bezig met een andere strip, vooral voor mezelf.

Een realistisch verhaal?

Nee, niet echt. Het gaat over een groot stoomschip in de jaren '30. De decors zijn wel realistisch, maar de figuren zweven zo tussen beide stijlen in. Ik ben trouwens veel te ongeduldig om echt realistisch te tekenen. Ik zou gek worden als ik langer dan één dag aan een plaat zou moeten werken.

Dan werk je wel érg snel!

Ja, maar daar ben ik geen unicum in. Gerrit de Jager bijvoorbeeld maakt drie platen per dag. Mijn stijl leent zich ook voor sneltekenen. Ik teken geen decors, want die passen niet bij Biebel, hij moet alleen maar onnozel doen en een ander kind zijn dan de ouders zich wensen. Maar ook niet te overdreven. Hij heeft geen rotkarakter, hij zou bijvoorbeeld nooit dieren mishandelen.

Schrijf jij je verhaaltjes zelf?

Eigenlijk schrijf ik niet echt. Ik begin aan het eerste vakje en ik teken maar. Voor het feestboek van Standaard heb ik ooit eens een scenario van 12 pagina's geschreven. Daar was ik heel trots op, maar uiteindelijk klopte het vanaf de tweede pagina al niet meer. Biebel heeft een vast karakter en hij bepaalt zelf wat er wel en wat er niet in de strip komt. Alles op voorhand in potlood zetten doe ik ook niet. Dan moet ik eigenlijk twee keer hetzelfde doen en dat vind ik zo'n gepruts. De strip groeit als ik aan het tekenen ben. Daarom is het verhaal ook zo persoonlijk. Ik teken wat ik voel. Daar heb ik plezier in. Ik kan nooit zeggen: "Amaai, een zware werkdag gehad".

Sta je nooit onder druk om je platen op tijd af te leveren?

Nu bij Standaard wel ja. Daar is het kwantiteit in plaats van kwaliteit. Eigenlijk mag ik dat niet zeggen, maar zij vragen wel heel veel platen. Ik heb het geluk dat ik een figuurtje heb dat geen decors nodig heeft en blijkbaar ben ik altijd snel genoeg met tekenen. Dat gebrek aan decors is waarschijnlijk ook gegroeid uit onbewuste lamzakkerij.

Het onbewuste van je ziel uit zich in de strip.

Ja, dat is mooi. Zet dat er maar in.


Peter Leysen. Bewerkt door Mike Leenders.