Meccano, de LIEFDESBABY van HANCO KOLK?

Hanco Kolk: "Pff, weer een bevalling!"

"Het is voornamelijk de seks die problemen geeft!"

Juichend waren een klein jaar geleden de reacties op het verschi nen van Beauregard, het eerste deel van Meccano. De beelden van de jet-settende medemens in het subtropisch gelegen Meccano vonden een gewillig publiek in de zoveel minder subtropische Hollandse polders. De belevenissen van de onophoudelijk sensationele primeurs producerende sterjournalist Beauregard onthulden wat er al die tijd voor de kijkers van Glamourland verborgen was gebleven. Ook op grafisch vlak was Beauregard een succes en wist Hanco Kolk met een nieuwe tekenstijl te overtuigen. Het tweede deel van Meccano komt eraan en vormt de aanleiding om eens wat dieper in te gaan op de nieuwe liefdesbaby van Hanco. Deel mee in het prille geluk en lees wat onze medewerker Hans van Soest op discrete wijze te weten kwam over het hoe, het wat en het waarom. "Mijn vriendin was degene die steeds met die pagina aan kwam zetten: 'Dit is leuk, daar moet je mee verder gaan'." Maar laten we de meest brandende vragen nog even rusten en vooraan beginnen.

Ik heb nooit een grafische opleiding gevolgd. Aloys (Oosterwijk, deelt tegenwoordig met Hanco Kolk een tekenstudio in Amsterdam, red.) is tekenleraar en van hem heb ik dan ook veel geleerd, zoals het werken met penseel en effectarceringen. Zeker in mijn begintijd heeft hij me vaak geholpen als ik ergens niet meer uitkwam. Tien jaar geleden gold Tex Avery voor mij nog als de standaard: alles moest swingen! Nu heb ik dat allang niet meer.

Wie geldt dan nu als je grote voorbeeld?

(grinnikt) Elvis en Picasso! Harvey Kurtzman vind ik ook geweldig; op het gebied van scenario's heb ik veel van zijn verhalen geleerd.

Aloys zei in een interview in dit blad, dat jij niet met modellen werkt. Toch weet je in een paar lijnen een figuur neer te zetten. Heb je dat allemaal in je hoofd zitten?

In de schetsfase denk ik nog niet aan lijnen; ik teken gewoon het figuur. In de inktfase simplificeer ik alles in lijnen. Ik werk dus in twee etappes. Het heeft voor ons als cartoontekenaars ook weinig zin om modellen te gebruiken, zoals een realist als Aloys dat doet. Hoezeer wij dat ook betreuren, want als je die modellen binnen ziet komen, dan denk je soms: 'Shit! Ik had realistisch moeten gaan tekenen!'.

Je schrijft erg veel, ook voor anderen. Heb je daar misschien iets van een speciale opleiding voor gevolgd?
Nee, de Donald Duck (waar Kolk vroeger scenario's voor heeft geschreven, red.) is voor mij gewoon een goede leerschool geweest. Ik heb er een bepaalde wetmatigheid geleerd, die voor mijn latere werk ook geldt. Verder moet je veel naar Hitchcock kijken, die heeft fantastische scenario's geschreven. Ik maak mijn scenario's soms veel te moeilijk voor de tekenaars. Destijds schreef ik Falco en Donjon voor Uco Egmond, dan zat ik soms giechelend achter de tafel: 'Dit wordt zweten voor hem'.

Aloys' laatste verhaal speelt zich, net als het jouwe, in Monaco af.

We hebben elkaar wel geïnspireerd, maar niet in de zin van: 'Goh, dat ga ik ook eens doen'. Zijn basisidee voor het verhaal is totaal anders dan het mijne en het feit dat beide ideeën elkaar kruisen in Monaco is wel leuk.
Hij is pro-Stef.
Ja, ik ben echt anti-Stef. Ik ben echter wel weer pro-Caroline. Zij is, samen met Sylvia Marx, de enige stevige vrouw in het verhaal; de anderen zijn hypocriete meewaaiers. Ze is wel decadent, maar dat is binnen het wereldje van Meccano normaal.

Heb je een hekel aan de high society?

Ach. het fascineert me ook wel. Ik heb een hekel aan mensen die doen alsof en dat zie je het meeste in die kringen. Daar wordt alles immers tien keer uitvergroot door de media. Het oorspronkelijke idee voor Meccano, was een idee van Peter de Wit en mij voor de Donaid Duck. We hadden Chlorophyl van Macherot als beginpunt, Die sfeer wilden we hebben, met een klein koninkje en een klein koninkrijkje. De gein ging er voor mij echter af toen bleek dat het weer zo'n gewone strip zou worden. Het zou niets toevoegen aan dat wat ik al deed. In diezelfde tijd maakte ik de eerste pagina van Beauregard, Het was een stijloefening, wat je nog steeds kunt zien: het is een afgeronde scène, waarmee ik nog alle kanten op kon. Ik heb hem gewoon gemaakt om me te amuseren, waarna hij gewoon ergens op een stapel belandde. Mijn vriendin was degene die steeds met die pagina aan kwam zetten: 'Dit is leuk, daar moet je mee verder gaan,' Een jaar later, nadat we De Revue afgerond hadden, hadden we een conflict met Oberon, Toen dacht ik: 'Stik, ik ga dat verhaal afmaken!'.

Waarom is Oberon destijds gestopt met de albumuitgave van Gilles de Geus? Het was toch een populaire serie?

Er is een groot verschil tussen een populaire serie in het blad en een populaire serie in album. Neem nu De Familie Fortuin. Die is in het blad erg populair, maar dat vertaalt zich niet in albumverkoop. Het is wel een redelijk lopende serie, maar het is geen commerciële topper, Met Gilles was dat hetzelfde. Daar komt nog bij dat Oberon heel veel mensen in dienst had om ons album uit te geven, wat de kosten erg opvoert. Terwijl wij nu hetzelfde doen met zijn tweeën. Met 3.000 exemplaren zijn we uit de kosten. We kunnen er niet van leven, maar we kunnen wel steeds een volgend album uitbrengen, van de opbrengst van het vorige. Dat is wel lekker.

Hoe sta je tegenover roddelpersjournalisten als Beauregard?

Aan de ene kant zijn ze verwerpelijk, aan de andere kant erg charmant. Ik lees hun werk graag, lach me er soms dood om. Toch denk ik wel eens: 'wat doet iedereen elkaar aan?'. Ik denk dat het hele boze mensen zijn, die alleen maar boze dingen willen doen. Ze hebben het in hun macht mensen te breken, waarvoor ze geen enkel middel schuwen. Volgens mij zijn ze ook wel een beetje gefrustreerd.

Voel je je niet geroepen om zelf weer een stripblad uit te gaan geven, nu die markt in Nederland zo stil wordt? Kuifje verdwijnt nu ook definitief.

Nee, die tijd heb ik gehad. Een blaadje maken is heel erg leuk, maar het is de vraag waar je het voor doet, Ja, je doet het voor jezelf, dat is het. Ik heb al zoveel blaadjes uitgebracht. Niet alleen De Omelet hoor, ik heb ook een roddelblad gehad...

Nu komt de aap uit de mouw!

Ja, Achterklap heette het. Het ging zo'n beetje over de Arnhemse incrowd en het had groot succes: mensen belden als ze er in stonden, maar ook als ze er niet in stonden.

Heb je je ervaringen uit die periode gebruikt bij het schrijven van Beauregard?

Ja! (lacht) Ik hanteerde toen de stelling: 'Alles wat men zegt, kan tegen hen gebruikt worden'. Dit had echter tot gevolg dat als ik een café binnen kwam, iedereen plotseling zijn mond hield. Ik heb dat toen opgelost door voortaan een button te dragen wanneer ik in functie was. Alleen als ik die droeg, moest men oppassen met wat men zei. Dat gevoel heb ik in Beauregard gebruikt. Er waren ook mensen, die plotseling de meest intieme details over hun leven gingen vertellen. Dit met wel degelijk in hun achterhoofd, dat het in het blad zou komen. Ik vond dat verbazingwekkend, maar het amuseert me nog steeds.

Was je zelf ook een boze jongen, zoals je die journalisten net omschreef?

Ik was een kwade jongen, hoor. Ik had echt dat idee van: 'Ik zal ze wel eens even pakken!'.

Waarom?

Ik weet het niet. Je kan dingen die eigenlijk heel normaal zijn op zo'n manier beschrijven, dat het 'Iarger than life' wordt.

Je hebt Meccano oorspronkelijk voor het Franse blad L 'Echo des Savanes geschreven. Hoe ben je daar terecht gekomen?

Ik had een contract met uitgeverij Albin Michel voor dit album. Daarin stond dat er drie verhalen in L 'Echo voorgepubliceerd zouden worden, wat er uiteindelijk maar één is geworden. Ze hebben vervolgens de zaak afgehouden vanwege hun reorganisatie; ze waren eigenlijk allang niet meer van plan het album uit te brengen. We zaten echter wel contractueel aan elkaar vast. Ze hebben het toen een beetje laten doodbloeden, wat voor mij heel voordelig was.
Daardoor heb ik tenslotte het album nog afgemaakt, wat ik anders niet gedaan zou hebben. Toen ik het klaar had, ben ik nog een jaar lang -het is eigenlijk al een heel oud album- aan dat contract blijven trekken, totdat ze me vrij lieten om een andere uitgever te zoeken. Twee weken na de ontbinding van het contract, ben ik met het album naar de beurs van Frankfurt gegaan. Ik hoopte daar iemand te vinden die het wel wilde uitgeven. Daar trof ik toen Hans van den Boom van uitgeverij Arboris. Hij doet zowel de Nederlandse als de Franse en de Duitse editie zelf.

Het album zit boordevol Franse woordgrappen.

Ik had het ook echt voor L 'Echo geschreven, dus dingetjes als 'à bas Abas', dat schrijf je erin. Er zitten ook authentieke, Franse gebeurtenissen in, zoals die oorlogsmisdadiger die ondergedoken zat bij de monniken. Dat is echt gebeurd, veertig jaar lang. Het rare is, dat ik over dat gedeelte de meeste reacties krijg in Nederland. Men vindt dat ik daar te ver ga.

Verder dan een meisje dat verkracht wordt door een junkiehond?

Ja, dat was toch wel het meest smerige dat ik kon bedenken. (lacht) Ik zocht datgene, wat het meest vernederend zou zijn voor iemand om te ondergaan. Dit vond ik wel sterk in de buurt komen. Je moet daarbij bedenken, dat ik toen jonger en minder ervaren was dan nu. Nu zou ik nog veel verder kunnen gaan.

Ben je zelf tevreden over het boek?

Ja, ik ben er heel tevreden over. Het kent een beetje hetzelfde effect als De Batavia. Dat begin je te lezen als de nieuwe Gilles: een klassieke strip, waarin geen mensen sterven of doorboord worden. Juist op die doorbreking van het verwachtingspatroon zaten wij steeds te hameren; we mikten echt op het shock-effect.

Gaf dat geen problemen bij Sjors en Sjimmie Stripblad?

Nou, het is voornamelijk de seks die problemen geeft. Eh, (lacht) maak van die zin maar de kop van je artikel! In Meccano gaat dat shock-effect in ieder geval verder. Ik ben benieuwd of het volgende album ook nog dat effect heeft. Het gaat wel een stuk verder dan het eerste.

Waar ga je in je nieuwe album op afgeven?

Afgeven? Ik ga behandelen! Benetton, siliconenborsten, de kerk, sloppenwijken, de kunst in het algemeen...

Hoe kijk je aan tegen de strip als kunstvorm?

Als literatuur kunst is, is strip ook kunst. Literatuur kan de Bouquette-reeks, maar ook de nieuwe Mulisch zijn. Chaland vind ik echt kunst, daar neem ik mijn petje diep voor af.

Beschouw je je eigen werk als kunst?

Ja! We hebben inmiddels al de originelen van Meccano verkocht. Toen zag ik de pagina's los van het verhaal, zonder tekst. Toen dacht ik: 'ja, dat zou ik wel aan de muur willen hebben'.

Wanneer krijg je de Stripschapprijs?

Ik zou hem graag willen hebben. Wel samen met Peter, dus als duo. Ik wil niet voor Peter spreken, maar daar waar ik op het ogenblik ben, daar had ik niet zonder hem kunnen zijn.

Niet ook dankzij je andere Studio Arnhem-vrienden?

Aloys wel, maar de rest niet echt. Ik ben daar meer een soort slavendrijver geweest. Toen we die studio oprichtten, had ik een droom: 'IEDEREEN IN DE EPPO' Daarvoor joeg ik iedereen achter zijn broek aan. Ik ben echter te ver gegaan in dat stimuleren. Het ging echt van: 'En jij gaat dat tekenen en jij doet dat...'. Sommigen namen me dat kwalijk, anderen sloegen helemaal dicht. Er kwam niets meer uit hun handen.

Waar heb je Peter leren kennen?

Op de redactie van Eppo. Dat is heel natuurlijk gegaan. Ik werkte destijds nog bij Donald Duck. Bij Eppo was het toen een grote, swingende zooi, waar de tekenaars de baas waren. De hele redactie zat vol tekenaars: Peter, Uco Egmond, Wilbert Plijnaar, Robert van der Kroft, Jan van Die. Affijn, die zaten daar allemaal gein te trappen en een beetje te tekenen. Aangezien het daar dus een stuk gezelliger was dan bij Donald Duck, kwam ik altijd bij hen zitten. In het begin zat ik er met ogen als theeschoteltjes: de grappen vlogen over tafel in een steeds hoger tempo. Iedereen probeerde nog grappiger te zijn dan de ander. Dan dacht ik: 'Hoe kan dat? Hoe kan iemand zo snel een grap bedenken?'. Het fascineerde me mateloos. Peter is daar erg goed in, je geeft hem een woord en hij heeft een grap! Toen ik nog in mijn eentje aan Gilles werkte, bracht hij wel eens ideetjes voor de opzet aan. Toen ik eenmaal aan lange verhalen wilde beginnen heb ik hem gebeld, omdat ik er niet meer uit kwam. We voelen elkaar perfect aan.

Hebben Peter en Aloys je nog geholpen bij je nieuwe album?

Ze hebben me de hele tijd op mijn schouder geslagen en dat vond ik erg leuk.

Ligt het in het verlengde van N.V. Moord, dat je destijds voor Titanic deed?

Ja, zeker die eerste pagina. Toen wist ik nog niet waar ik naar toe wilde, maar had ik N. V. Moord wel in mijn achterhoofd zitten. In wezen is Meccano een Europese variant op N. V. Moord, wat veel dichter bij Pink Panther-films lag. Zodra ik Monaco als setting gekozen had, dicteerde dat ook meteen een andere stijl. In N. V. Moord wilde ik een film-noirsfeertje, met expressionistische zwart-wit-kleuring. De film-noir hoort voor mij bij het Amerika van de jaren dertig. Deze stijl associeer ik meer met Zuid-Europa, iets sub- tropisch.

Nog meer verschillen?

Toen was ik meer de artiest, die per se, van buiten uit, een strip voor volwassenen wilde tekenen: 'Ik wil iets voor volwassenen maken, hoe gaat dat er uit zien?'. Bij Meccano ging dat van binnenuit: 'Kom, ik ga eens iets leuks tekenen'.

En dat is uitgegroeid tot een volwassenenstrip.

Ja, er zitten bepaalde lagen in die niet door een jonger publiek opgepakt worden. Aan de andere kant zitten er dingen in Gilles en in Cor Daad, die ik in Meccano niet kwijt zou kunnen. In Meccano is bijvoorbeeld geen ruimte voor sentimentaliteit. Dat is echt voorbehouden aan Cor Daad en Gilles, waar ik heel tragische figuren van kan maken.

Je geeft aan Meccano dus niet de voorkeur boven Gilles?

Nee, het een kan niet zonder het ander. Dat is juist het leuke er van.

Heb je dan nu het gevoel een afgerond oeuvre te hebben, of heb je nog meer dingen in je achterhoofd die eruit moeten?

Ik zou nog graag iets engs willen doen. Ik ben op het ogenblik bezig met een t.v.-serie die absoluut niet leuk is, maar hopelijk wel eng. Vorig jaar heb ik daar een eerste versie voor geschreven. Die is afgekeurd, maar het idee niet. Ik werk nu dan ook aan een tweede versie. Het idee is echter nog erg oorspronkelijk, dus ik wil het liever nog niet in ZozoLala hebben.

Vind je het leuker om met t. v. te werken, dan met strips?

Ik zie mezelf vooral als verhalenverteller. Of ik dat nu doe via strips, via televisie, of met reclamevliegtuigjes boven de stad, dat maakt me niet uit. Ik wil wel dat het geconsumeerd wordt.

Hoe ver ben je met je nieuwe Meccano-album?

Het eerste verhaal is bijna afgetekend; de rest heb ik al geschreven. Ik neem een vrouw als hoofdpersoon, die ik door alle rolmodellen van de vrouw in de Westerse cultuur heen laat leven. Een daarvan is natuurlijk de Heilige Maagd. Ik wil in ieder album een ander hoofdpersoon nemen, gerelateerd aan een ander thema. Het album moet weer in november uit komen. Het moeten er vijf worden. Gewoon eens per jaar. Arboris wil graag. Ik vind het trouwens heel dapper dat ze de gok nemen het ook in Frankrijk en Duitsland uit te brengen; dat is voor Arboris de eerste keer dat ze zoiets doen. Het is dan ook hun eerste, echt eigen produktie.

(Toen we na ons interview nog even gezellig zaten na te praten, ging de telefoon: Het was Aloys die dolenthousiast -waarom kun je nalezen in Zozo Lala 64- vertelde, dat hij zojuist een contract had getekend bij ... Arboris. Deze gaat de nieuwste Cor Morelli, Prinses Olga, uitgeven in weer zowel Nederland, Duitsland als Frankrijk!)

Welk verhaal uit Beauregard vind je zelf het leukst?

Het tweede, omdat dat zo agressief getekend is. Ik heb dat echt met het gevoel van 'the devil may care' zitten tekenen.

De kwade jongen van vroeger is dus nog steeds agressief.

Ja, die woede zit er nog steeds in en die koester ik ook een beetje. Ik heb nu een manier gevonden om die woede er uit te krijgen; ik kan zo verschrikkelijk chagrijnig worden over bepaalde dingen.

Hoe ben je op het idee van de inkleuring gekomen?

Ik heb aanvankelijk een heleboel geëxperimenteerd met ecoline, plakkaatverf, en dergelijke. Toen kwam Wilma Leenders, de inkleurster van Gilles, met het idee van vloeipapier. Het idee daarachter is dat je, als je de figuren invult met kleur, de tekenstijl totaal zou vernietigen. Sommige figuren zijn nu eenmaal heel open, zonder outline. Daarom hebben we gekozen voor een in kleuring van de compositie van het geheel, door bepaalde zwaartepunten te leggen. Ik denk dat het de enige goede manier is. Je kan het wel inkleuren, maar dan wordt het weer zo'n gewone strip.

De stijl is moeilijk te plaatsen. Denk je een Kolk-school teweeg te brengen?

Het is een stijl die zichzelf niet dicteert. Het is eerder een stijl, die zodra er een gevoel van wetmatigheid in komt, niet interessant meer is. Ik wil verder! Er zijn wel mensen, die de stijl van Gilles als basis nemen. Het feit dat Meccano trouwens zo goed ontvangen is, heeft me wel doen schrikken: Bij die tekenstijl moet ik dat bepaalde gevoel blijven houden en juist al die reacties leiden me daarin veel teveel af.

Maar die reacties vleien je toch ook wel?

Jawel, maar tegelijkertijd ben ik met het tweede album bezig. Ik moet dus erg oppassen om geen dingen te gaan doen, omdat ze in het eerste boek ook werkten. Het mag geen Beauregard deel twee worden.

Marlijn Daalder zei, dat je je belofte met dit album hebt ingelost.

Ja, godverdomme, ik heb hem kennelijk iets beloofd. (lacht) Ik vind Gilles even waardevol als Meccano! Als er een nieuw album uit is, denk ik: 'Ptt, dat is eruit, weer een bevalling'. Andere mensen denken daar blijkbaar anders over en zeggen dan dat ik een belofte heb ingelost. Voor mezelf heb ik hem allang ingelost.

Wanneer?

Toen De Batavia uitkwam. Qua tekeningen (in Gilles-stijl) vind ik dat mijn hoogtepunt. Daar ben ik echt tot aan de bodem gegaan. De Revue vond ik ook erg bevredigend, omdat ik er nog steeds om moet lachen als ik hem terug lees en omdat het ons eerste eigen album was '

Wat vind je zelf het meest geslaagd aan Meccano?

Het mooiste vind ik, dat het mij het gevoel geeft, dat ik heb gezegd wat ik wilde zeggen.

Had je dat bij De Batavia ook?

Nee, het zouden oorspronkelijk twee albums worden en daar hadden we het ook op geschreven. Ik vind het dan ook nog steeds jammer. dat dat niet is doorgegaan. Het einde is nu behoorlijk snel en dat gaat ten koste van de humor. In De Re vue vind ik het verhaal perfect, maar ben ik niet helemaal tevreden over de tekeningen. Meccano is daarentegen precies wat ik wilde. Ik hoop dat nog meer te doen, want het is een fantastisch gevoel.

Zoals?

Ik vind het vreselijk als hogere idealen worden gebruikt ter meerdere eer en glorie van iemand, of om geld mee te verdienen. Benetton ligt daar dan ook in het verlengde van.

En het verhaal over Abas.

Ja en dat is waar het verhaal naar mijn mening een beetje topzwaar van wordt. Daarom heb ik er ook meteen dat slapstick-verhaal over die moeder die in de incrowd van Meccano wil worden opgenomen, na geschreven.

Maar je wilt me toch niet vertellen, dat je in dat verhaal geen boodschap wilt brengen?

Jawel, maar dat is een heel simpele boodschap: 'Hoever gaan mensen om ergens bij te willen horen?'. Daar kun je een lekkere sketch omheen bouwen.

Welke boodschappen, naast die hypocrisie, zitten er nog meer in?

Er zit de stelling in dat iedereen een geheim heeft. Iedereen heeft zo een geheim in zijn eigen kluis zitten, waarvan ik niet weet wat er gebeurt als die wordt losgelaten.

Wat is jouw geheim?

Ja, kom! (lacht) Een heleboel mensen hebben hun eigen kenneltje met hellehonden achter slot en grendel zitten. Dit boek is voor mij één hellehondje en de andere gaan je geen fuck aan.

Denk je die nog wel te verwerken in je volgende albums? Zodra ik er een manier voor vind, dan graag! Is het een therapie voor je?

Dat kun je wel zeggen. Ik voelde me beter na het verschijnen van Beauregard, dan ervoor.

Komt dat dan vooral omdat je die boosheid kwijt wilde, of omdat je die artistieke drang kwijt wilde?

Het gaat vooral om de verhalen. Die tekeningen waren altijd wel een keer gekomen. Voor mezelf is het fijn dat die er uit zijn.

Hans van Soest