|
De verstilde beelden van Moesashi In 1985 verschijnt in het Nederlandse taalgebied een vertaling van
de roman Miyamoto Moesashi. De schrijver Eiji Josjikawa heeft zijn boek
gebaseerd op het leven van de Japanse Middeleeuwse volksheld Moesashi.
Deze historische figuur vervult in Japan eenzelfde rol als Robin Hood,
Tijl Uilenspiegel en Wilhelm Teil binnen de diverse Europese kulturen
vervullen: hij is het symbool van de waarden die binnen zijn kultuur
hoog worden aangeslagen. Josjikawa's zwaarlijvige roman verkoopt matig
en beleeft een roemloos einde in een opeenvolging van uitverkopen. In 1991 komt het stripalbum Moesashi uit, het eerste deel van wat een serie van drie delen zou worden. De tekenaar is Bert van der Meij, die bij de vers tripping van de roman bepaald niet zachtzinnig met de stof is omgesprongen. Het resultaat is verwarrend, raadselachtig, soms ondoorzichtig maar altijd intrigerend. Vorig jaar is het laatste deel uitgekomen. De afronding van de trilogie lijkt het juiste moment om de stripauteur om opheldering en toelichting te vragen. Wat trekt je zo aan in het boek Moesashi? Jaren geleden heb ik het boek geleend van een vriend. Ik vond het toen
een fantastisch verhaal. Kort geleden heb ik het weer gelezen, maar
nu vind ik het, eerlijk gezegd, een bizar boek. Het is nooit een bestseller
geworden in Nederland en dat kan ik me best voorstellen. Het is zo'n
soapstory. Je moet steeds terug lezen om te weten wie bij welke naam
hoort. Wat is er dan zo mooi aan die scènes? Dat is moeilijk uit te leggen. Je hebt op een gegeven moment een zwaardgevecht
in de sneeuw. Moesashi en zijn tegenstander staan tegenover elkaar,
klaar om toe te slaan. Daarbij blijven ze zo bewegingloos dat de sneeuw
op het zwaard blijft liggen. Dat verstilde vind ik prachtig. Het karakter van Kodjiro lijkt in jouw strip helemaal niet op het personage
uit het boek. In het boek komt zijn karakter niet duidelijk naar voren. Hij heult
en slijmt met iedereen, maar hij en Moesasji zijn geen echte vijanden.
Het is niet wit en zwart. Telkens komen ze elkaar tegen. Soms neemt
Kodjiro het voor Moesashi op, beschermt hem of eist hem voor zichzelf
op. Kodjiro is niet echt een slechterik. Nee, maar ook niet de geheimzinnige achtergrondfiguur zoals in jouw
strip. In het boek is het nogal een blaaskaak. Ja, dat heb ik eruit gehaald. Ik heb Kodjiro zo vereenvoudigd omdat
het, naar mijn idee, anders veel te ingewikkeld werd voor een strip.
In een strip moet je veel schematischer vertellen. Je hebt veel minder
pagina's. Ik heb driekwart van de figuren uit het boek weggelaten, gecombineerd
of vereenvoudigd. Het is triest, maar zelfs in drie albums kon ik niet
de diepgang of de nuancering aanbrengen die in het boek zit. In het boek is ook een belangrijke rol weggelegd voor een oude vrouw,
Osoegi, die zich ontpopt tot Moesashi's persoonlijke kwelduivel. Waarom
is zij voor de strip geschrapt? Ik had haar niet nodig. Zij is een van de vele personages uit het boek die in de strip niet voorkomen. Ze speelt in het boek toch een vrij cruciale rol. Haar zoon Matahatsi komt evenmin in mijn albums voor. Zijn verloofde
is Otsoe die met Moesashi mee gaat, wat ma Osoegi niet zint. Dat is
al een roman op zich. Daarnaast is er Moesashi's persoonlijke ontwikkeling.
Ik heb voor die laatste verhaallijn gekozen, al neem ik wel enkele subplots
mee. De roman zit vol subplots en dubbele verhalen. Die liet ik voor
een groot deel weg om het zo helder mogelijk te houden. Ik denk dat
er in het oorspronkelijke boek bij elkaar wel tien verhalen door elkaar
heen lopen. Zijn twee leerlingen komen bij mij ook niet aan bod. Op een gegeven moment treft Moesashi in een kloostertuin een oude monnik aan, die staat te schoffelen. Als hij hem nadert, voelt hij plotseling een grote dreiging die, vreemd genoeg, van de oude man lijkt te komen. Zo'n scène is toch eigenlijk niet in stripvorm te gieten zonder veel tekst en uitleg? Het dilemma is welke scènes ik aantrekkelijk vind en welke belangrijk
zijn voor het verhaal. In het boek is dat fragment belangrijk omdat
die monnik Moesashi later onderricht geeft en hem vertelt dat hij zijn
kracht teveel gebruikt. In mijn strip komt hij niet meer terug, dus
ik had dat fragment eigenlijk niet nodig. Maar die scène vind
ik zo mooi. Moesashi is altijd op zijn hoede. Die tuinierende monnik
lijkt volstrekt ongevaarlijk. Toch voelt Moesashi het anders. Hij is
op weg naar monniken in dat klooster, die zich hebben bekwaamd in het
lansvechten. Terwijl de kampioen daarbinnen iedereen door midden snijdt
en hakt, is hij bang voor die oude monnik. Het blijkt dat hij uiterlijk
vertoon kan onderscheiden van het werkelijke gevaar. Dat vind ik mooi
aan dat fragment, al weet ik niet of dat er in mijn album ook uit komt.
Dat weet je zelf natuurlijk nooit. En tekstblokken zoals in de strips van Toonder, Kresse en Foster? Nee, daarmee splits je het medium. Die strips vond ik vroeger ook nooit
leuk. Het was te illustratief. Ik ging altijd het verhaal lezen en keek
dan ook een beetje naar de plaatjes. Maar die lopen dan niet meer. In
eerdere albums gebruikte ik weleens een summier tekststrookje boven
de tekening, zoals in de strips van Hal Foster. Maar het moet tot een
minimum beperkt blijven. Met twee regels heb ik al moeite. Dan ga je
teveel lezen. Er moet een balans zijn tussen tekst en tekening. Als
ik een tekststrook gebruik, mag er in de tekening niet teveel gebeuren.
Als de lezer het niet snapt, heeft het ook geen effect. Dat is waar. daar moet ik dus altijd voor oppassen. Maar die ingewikkelde
manier van vertellen is de reden waarom ik mijn albums maak. Als ik
mijn verhalen zou moeten vereenvoudigen of alles zou moeten voorkauwen,
zou ik stoppen met strips maken. Die indirekte manier van vertellen
is voor mij de kick van het strips maken. Als jij mijn huis binnenkwam
terwijl ik er niet was dan zou je je toch een aardig beeld van mij kunnen
vormen, door de inrichting van mijn kamer. Dat doe ik in een verhaal
ook; het huis beschrijven om een beeld van de bewoner te geven. Vergeleken met het vervolg op Hooglied, waar ik nu aan werk, is Moesashi
conventioneel verteld. Tussen het tweede en derde deel werkte ik ook
aan die andere verhalen en die vond ik eigenlijk leuker. Moesashi werd
toen meer een vingeroefening in het goed vertellen van een verhaal.
Die drie albums vind ik vrij vloeiend verteld: chronologisch en niet
van de hak op de tak. Is dat een bewuste keuze? Ja, bij Moesashi heb ik gekozen voor een enigszins toegankelijke vorm
van vertellen. Dat betekende dat ik het niet te ingewikkeld mocht maken.
Vanaf het eerste deel is het kader voor alle delen van de serie bepaald.
Ik had voor een meer bizarre manier van vertellen kunnen kiezen. Ik
had het over zwaardvechten kunnen hebben met alleen toepasselijke scènes
en alles wat daar omheen gebeurt kunnen weglaten. Dan was het veel ontoegankelijker
geworden. Ik stel me voor dat meer mensen het nu kunnen volgen, ook
al snappen ze het gedeelte over het zwaardvechten, waar het mij om gaat,
niet. Is je houding ten aanzien van Moesashi in de loop van de tijd veranderd?
Nu ik er op terug kijk, is Moesashi een stuk minder extreem, en minder
eigen ook. Het is verder van me af gaan staan. Maar ik vertel het verhaal
niet alleen voor mezelf. Er moet een balans zijn tussen toegankelijkheid
en mijn persoonlijke voldoening. Bij mij speelt altijd de vraag hoe
persoonlijk ik het ga vertellen. Moesashi heb ik leesbaar willen maken.
Dat vond ik al heel wat; het zo vertellen dat het te volgen was. Ik
weet niet of uit mijn strip te halen is, wat het boek wil vertellen
en dat pretendeer ik ook niet. De scène met die afgesneden roos
is b! voorbeeld linke soep. Daarin stuurt een beroemde samoerai zijn
uitdager een roos. Niemand begrijpt het, alleen Moesashi ziet dat de
roos is afgesneden met een zwaardslag die van een zeer verfijnde techniek
getuigt. Door de steel van de roos een rafelig einde te geven, maak
ik het heel plat. Daar zit ik op de grens van het toelaatbare. Maar
het heeft tenminste iets grijpbaars waarmee je de essentie van die scène
kunt laten zien. Hoewel je de tekening van dat steeltje alleen in zijn
context kunt snappen. Maar dat is typisch strip. Zo vertel je het in
een stripverhaal en minder plat kan niet. In de roman zitten ook rare
scènes. Als hij de boodschap met die roos heeft begrepen gaat
hij toch naar die man toe om herrie te schoppen! Waarschijnlijk is het
de Japanse denkwijze die ik niet snap en is het alleen voor hen logisch.
Het is óf dat, óf het is historie. Als met fictie de geschiedenis
wordt gevolgd, dan worden bepaalde scènes zwak opdat de werkelijkheid
geen geweld aangedaan wordt. Bij de verhalen van Paul Teng zie je dat
ook. Die jongen is zo historisch bezig dat dat ten koste gaat van de
dramatiek. Je hebt Moesashi heel tijdloos gemaakt en elke historische context
weggelaten. Dat heb ik bewust gedaan om de dramatische opbouw niet in de weg te
zitten. Ik mag graag fragmenten van een boek achterop mijn albums zetten
als een soort verwijzing. Die verwijzingen uit de geschreven Moesasji
zijn vaak niet de scènes uit mijn strip, of geven het afwijkende
van de oorspronkelijke tekst weer, zoals bij dat duel in de sneeuw.
In het boek blijft alleen op het zwaard van Moesasji sneeuw liggen,
de ander is te nerveus. Bij mij blijft op beide zwaarden sneeuw liggen.
Daarmee wil ik eigenlijk aangeven dat het niet allemaal waar is wat
er wordt beschreven. Het is geromantiseerd en ik vind dat belangrijk
om aan te geven. Denk vooral niet dat het waar gebeurd is. Paul Teng
suggereert dat wel. hij vind het heel belangrijk. Voor mij is dat ondenkbaar.
Ik geloof ook niet in objectiviteit. Je kunt iets niet objectief vertellen.
Dan moet het verhaal ook maar zo vet mogelijk aangedikt worden. Brachten de afwijkingen van de oorspronkelijke verhaallijn je niet
in de problemen bij het maken van het laatste album? Nee. Het enige probleem in dat album was het einde. In de roman vind
ik het einde zeer onbevredigend. Het gaat nergens heen. Het was mij
direkt duidelijk dat ik het zo niet kon laten eindigen. Die laatste
ontmoeting met Kodjiro moet voor mijn gevoel wel ergens heen gaan. Gewoonlijk
maak ik bij mijn strips een spanningsboog van het begin naar het einde.
In de Moesashi-strips lukt dat niet. Maar wel fascinerend. Ik houd er niet van. Van die paar Japanse films die ik heb gezien, snap ik over het algemeen geen reet. Alleen de films van Kurosawa kan ik wel waarderen, maar die heeft zich al flink aangepast aan de westerse smaak. De Italiaanse regisseur Sergio Leone heeft enkele van Kurosawa's films letterlijk vertaald in westerns en die waren beter invoelbaar dan de oorspronkelijke rolprenten. Later leende Kurosawa weer van Leone. Ik vind die mengvormen interessant. Japanse films en Afrikaanse muziek kan ik niet volgen, maar als ze Westerse invloeden ondergaan, vind ik het meteen aantrekkelijker worden. In Japanse films wordt aldoor overdreven gespeeld. Voor hen is dat goed acteren. Bij ons mag je emoties niet te veel tonen, dus moet er ook onderkoeld gespeeld worden. Dat wordt gewaardeerd, terwijl ik me kan voorstellen dat een Japanner er geen brood van kan bakken. Mat Schifferstein, mijn uitgever, wil heel graag een album van Moesashi naar Japan sturen. Het is het proberen waard, maar volgens mij snappen ze er niets van. Ik heb een film van Hitchcock gezien die in Nederland speelde. Het zat vol Portugese windmolens en Duits sprekende figuranten, maar voor de Amerikanen was het Nederland. Volgens mij is mijn boek net zo. Ik documenteer me nauwelijks. Voor een westerling oogt het misschien Japans maar voor een Japanner is het ongetwijfeld onzin. Maar ik schrijf het ook niet voor Japanners. Ik weet niet hoe een Japanner denkt. Ik weet niet eens hoe een Nederlander denkt. Zijn die Japanse karakters in de strip echt? Nee. Het zijn wel bestaande lettertekens, maar ik weet niet wat ze
voorstellen. Ik kies ze meestal uit op esthetische gronden en soms om
de symbolische waarde. Bij actie gebruik ik vaak een druk, ingewikkeld
karakter. Maar als er veelzeggend gezwegen wordt, teken ik een horizontaal
streepje, een karakter waarvan ik vind dat het stilte of rust voorstelt.
Ook dat is een keuze. Bij het derde boek wilde ik het eerst laten vallen.
Maar om de eenheid in de serie te houden, ben ik het toch blijven doen.
Ik wilde dat het er, bij het openslaan van het boek, Japans uit zou
zien, alsof de personages echt Japans spreken. Het houterige in je tekeningen vind ik eigenlijk wel mooi. Houterig is het goede woord. Het zijn een beetje stijve mensen. Als
ik een heel secure tekening wil maken, valt het niet op zijn plaats.
Het is prima dat alles een beetje houterig is, zolang het maar niet
stoort. Daarom moet het voor alles konsekwent zijn. Gelukkig is het
laatste deel van Moesashi tijdens de Stripdagen uitgekomen. Ik had het
in januari al af. Als het is getest en rondgestuurd dan is het voor
mij voorbij. Ik denk er dan ook niet meer aan, ik ben met andere dingen
bezig. Ik vond Moesashi leuk om aan te werken, maar ik heb er mijn hart
niet aan verpand. Het was ook nooit de bedoeling dat het een serie werd.
Het is een beetje uit de hand gelopen. Ik snap nu ook dat Giraud na
een tijd de balen van Blueberry kreeg. Ben ie tevreden met deze serie? Mat vindt mijn boeken maar matig. Maar een aantal scènes vindt
hij zo goed, dat hij daarom maar het hele boek uitgeeft. Dat vind ik
prima, als de helft overkomt is het al goed. En als er één
scène is die op de lezer precies dezelfde indruk maakt als het
op mij maakte, dan is het ook goed. Iemand heeft eens gezegd dat als
emotie wordt omgezet in een medium en dat medium weer dezelfde emotie
oproept, het doel is bereikt. En zo is het. Dat vind ik het mooiste.
Emoties, daar leef ik op. |
||