|
De poëzie van het vertellen Frank over de wording van Zoo Met Zoo werkt Frank Pé (38) aan wat zijn meesterstuk moet worden. Het eerste deel van deze trilogie verscheen eind vorig jaar in de Vrije Vlucht-reeks van uitgeverij Dupuis. Voor de liefhebbers van Franks succesreeks Ragebol is het even wennen: Zoo is melodramatischer dan ze van de maker gewend zijn. In betoverende kleuren schetst de auteur een romantische wereld, waarin hij de emoties van de personages tot op woeste hoogten probeert te stuwen. Op bepaalde momenten leidt dat tot een Disney-achtig resultaat. De Brusselaar verkent in zijn nieuwe werk de grenzen van zijn kunnen op zowel het grafisch als het vertellend vlak. Het resultaat is interessant genoeg voor een hernieuwde kennismaking met Frank, die zich bij het schrijven van Zoo liet bijstaan door de Franse scenarist Philippe Bonifay. Deze schreef eerder ondermeer het niet in het Nederlands verschenen Les Ados de béton voor Floc'h. Bonifay heb ik ontmoet tijdens een signeersessie op een Frans stripfestival.
We zijn vrienden geworden. Toen ik het idee kreeg voor Zoo, zocht ik
iemand met wie ik het verhaal uit kon werken. Het resultaat van een
samenwerking vind ik namelijk rijker dan van een solo-project. Ik dacht
toen direct aan Bonifay, omdat hij iemand is met wie ik goed over mijn
ideeën kan praten. Hij heeft in eerdere scenario's die hij schreef
al bewezen gevoel te hebben voor personages en hun psychologische ontwikkeling.
Ik vind dat hij mijn ideeën perfect heeft aangevuld. Wat was het basisidee? Ik wilde een dierentuin schetsen, die als omgeving diende waarin de
personages een innerlijke verandering doormaakten. Nadat ik Bonifay
erover gebeld had, hebben we drie dagen lang het idee uit zitten werken.
Toen ontstonden de vier hoofdpersonen van Zoo. Bonifay wilde de vier
een groep laten vormen, die als het ware geboren wordt met de komst
van Anna in het eerste deel en die als geheel verder groeit. Werk je altijd op die manier samen met scenaristen? Met Bom voor Ragebol wel, maar voor Ragebol is het werk veel eenvoudiger.
Het vraagt veel minder wijzigingen en discussie. Voor Achter tralies
werkte ik nog op de klassieke manier samen met Terence. Hij schreef
het scenario en ik tekende de plaatjes. Dat was echter nog aan het begin
van mijn loopbaan als stripmaker, zo zou ik nooit meer willen werken.
Zo'n klassieke samenwerking werkt prima bij strips als Largo Winch,
maar zodra je wat meer diepgang in het geheel wilt brengen, werkt het
juist tegen. De romantische lading die het verhaal en de tekeningen in Zoo hebben, doet enigszins denken aan Samber van Yslaire. Dat is een gemene opmerking. Bij het maken van Zoo had ik weliswaar
verwacht dat die vergelijking getrokken zou worden, maar ik vind het
toch niet leuk dat jullie het doen. (lacht) Yslaire is een oude vriend
van me. We hebben samen onze tekenopleiding gevolgd aan het Saint Luc-Instituut
hier in Brussel. De context waarbinnen wij met strips begonnen zijn,
is hetzelfde: we hadden de zelfde voorbeelden, de zelfde ideeën
en de zelfde behoefte aan het maken van persoonlijke strips. Zodoende
hebben we de zelfde artistieke ontwikkeling doorgemaakt. Daarom deelden
we, zeker in het begin van onze carrière, een bepaalde stijl.
Er zijn overeenkomsten tussen zijn Frommelt je en Viola en mijn eerste
Ragebols. Die overeenkomst merk je ook in Jojo, van onze andere schoolvriend
Geerts. Zoo kent niet alleen Duitse romantiek, maar ook zwaar op de hand zijnde
emoties. Een van uw voorbeelden is de Russische cineast Tarkovski, bepaald
geen luchthartig mens. Is die zwaardere ondertoon in Zoo zijn invloed?
Ik ben inderdaad gefascineerd door de Russische mystiek. Het valt misschien
niet meteen op, maar Tarkovski heeft bij het werk aan Zoo van het begin
tot het eind meegespeeld. Bijvoorbeeld bij het streven het verhaal rond
een personage te bouwen dat een spirituele ontwikkeling doormaakt. Dat
is een van de belangrijkste dingen in Zoo. Veel mensen zeggen dat Zoo
aleen een romantisch verhaal is. Daar ben ik het niet mee eens. Het
feit dat er sterke emoties en enkele trieste scènes in voorkomen
wil nog niet zeggen dat het verhaal romantisch genoemd kan worden. Integendeel:
wat later duidelijk zal worden, is dat de ontwikkeling van Anna voorop
staat, zonder dat dat betekent dat sterke emoties vermeden worden! Als
Zoo tot een bepaald genre gerekend moet worden, vind ik het eerder een
inwijdingsverhaal. Wij hebben haar ontwikkelingsproces zo aantrekkelijk
en levendig mogelijk op papier willen zetten. Romantiek en spiritualiteit
moeten niet met elkaar verward worden: het ene gaat over het hart, het
andere over een hoger bewustzijn dat we in ons hebben. Anna heeft haar
ziel verloren, niet haar hart! Overigens hebben we ervoor gekozen dat
Anna een Russin moest zijn, omdat Russen veel emotioneler zijn dan Westeuropeanen.
Een vaste overtuiging van Tarkovski is dat de mens de weg kwijt is
die de natuur hem gegeven heeft. Dit soort romantiek proef je ook in
Zoo. Neem nu de openingstekst over de witte wolf, die zijn ziel verliest
aan de gedomesticeerde honden. Nee, die opvatting heb ik niet van Tarkovski. Ik ben geen pessimist. Ik wil in Zoo het verhaal vertellen van Anna, die door een dal van ellende moet om vervolgens als een sterker en verlichter mens uit de pijn en verdriet te kunnen oprijzen. Dat is een weg, waarvan ik geloof dat hij moet worden afgelegd. Ik hou niet van cynici die de wereld alleen maar zwart zien. Ik heb een optimistische levensvisie en denk te kunnen Ieren van problemen. Ik geniet van Tarkovski's films, maar deel zijn pessimisme niet. Ik zie de schoonheid van de natuur om me heen en de goedheid in de mensen. Dat heb ik ook willen projecteren in de groep uit Zoo. Yslaire blijft misschien wel een beetje steken in dat pessimisme. Overigens denk ik dat Tarkovski zich niet als een romanticus beklaagt
over het menselijk lijden. Ik denk eerder dat hij, als een echte mysticus,
weet dat er periodes van licht zijn en periodes van duisternis, en dat
hij met die opmerking een beroep doet op het verlichte deel in ons,
opdat we zullen reageren. In je oeuvre staat de natuur op een hoog voetstuk. Ja, maar begrijp me niet verkeerd. Ik ben niet zo iemand die vind dat
we terug naar de natuur moeten. De mens is geen dier, maar is een ontwikkeld
individu. We moeten echter wel respect hebben voor de natuur en er evenwichtig
gebruik van maken. Komt dat idee niet terug in het tweede Ragebol-album: De beeldhouwers
van het licht, waarin een ecologisch verantwoorde fabriek wordt gebouwd?
Inderdaad. De natuur voedt ons. We moeten ermee samenleven, maar we
mogen haar ook exploiteren. Maar altijd met respect en nederigheid.
Wij zijn tovenaarsleerlingen. Zoals wanneer we dieren grootbrengen in
een dierentuin of wanneer we een natuurlijk reservaat beheren. Volgens
mij zijn we slechts gasten van onze planeet. Als de mens zijn verantwoordelijkheid
neemt, is hij tot grootse dingen in staat. Hoe naïef is Zoo? We zien Manon met een beer spelen. De dierentuin die ik geschapen heb, bestond nog niet in die tijd. Toen
zaten alle dieren op soort geselecteerd bij elkaar in een kooitje achter
dikke tralies. In de moderne dierentuin probeert men de natuurlijke
leefomgeving na te bootsen, waarin de dieren samenleven. Die moderne
opvatting heb ik in het verleden geplaatst. Alle dieren uit Zoo zijn
echter wel degelijk realistisch weergegeven. De dieren lopen er niet
los rond. Men kan als oppasser gewoon met een beer omgaan. Ik heb niet
een soort paradijsje willen schetsen, waarin het lam en de leeuw gebroederlijk
naast elkaar liggen. De enige fout die ik gemaakt heb, is dat ik ergens
een Zuidamerikaanse vogel buiten laat vliegen. In het echt moet hij
in een verwarmde kas gehouden worden. Verder is echter alles tot in
detail geverifieerd. Zelfs de kleur van het voedsel dat de miereneters
krijgen, klopt. Hoe lang heb je aan dit eerste deel gewerkt? Zo'n vijf jaar geleden ben ik begonnen met het uitwerken van ideeën.
Een jaar later begon ik met tekenen. Het heeft allemaal zo lang geduurd,
omdat ik mezelf een nieuwe tekenstijl en nieuwe inkleuringstechnieken
eigen moest maken. Daarnaast moest ik me documenteren en moest ik ook
nog eens een dierentuin ontwerpen. De tekeningen wilde ik er zo goed
mogelijk uit laten zien. In dit geval had je dus last van de grenzen die het medium strip met
zich meebrengt. Is dat niet moeilijk? Ik ben niet zo geïnteresseerd in de poëzie van het beeld
op zich. Ik ben meer geïnteresseerd in de poëzie van de vertelling,
de poëzie van het ene beeld na het andere. Als ik de beelden zelf
interessanter had gevonden, was ik wel schilder geworden. Achteraf kun
je natuurlijk wel mooie plaatjes uit een strip lichten en aan de muur
hangen, maar oorspronkelijk is het als lectuur bedoeld. Als je dat als
auteur uit het oog verliest, maak je een fout. In de jaren zeventig
had je in Frankrijk een stroming die grafisch heel interessante strips
opleverde, die echter moeizaam te lezen waren. Een voorbeeld is het
werk van Druillet. In Zoo staan de pagina's vol met plaatjes. Soms wel
vijf naast elkaar. Eigenlijk is het gekkenwerk dat ik dat doe met die
gedetailleerde inkleuring die ik gebruik. Ik had ook grote platen kunnen
maken, waarin veel verwerkt zit. Dat doe ik niet, want het hoort bij
het maken van strips. Zo zou de voorplaat van Zoo geen plaatje in het
album kunnen zijn. Anna staat er samen op afgebeeld met andere elementen
uit het verhaal. De plaatjes zijn ook dik omkaderd. Dit alles om de
leesbaarheid te behouden. Het mechanisme van het vertellen moet simpel
gehouden worden. Zoo staat vol tekeningen met gedurfde perspectieven. Wilde je het verhaal
zo spectaculair mogelijk in beeld brengen? Nee, want als je gewaagde effecten gebruikt wordt het al snel te sensationeel
en verliest het zijn functie. Ieder plaatje moet goed gedoseerd worden
om een verhaal te kunnen vertellen. Soms zoek ik het meest spectaculaire
perspectief, maar zeker niet altijd. Wel probeer ik ieder plaatje zo
expressief mogelijk te maken, zonder te overdrijven. Dat is vaak moeilijk.
Uit je werk spreekt steeds grote bewondering voor schilderkunst, literatuur
en andere kunstvormen. Vind je dat als de strip iets even waardevols
wil bieden, hij dan binnen zijn begrensde vertelvorm moet blijven? Ja, de strip is in de eerste plaats een vertelvorm. Ik heb natuurlijk
niets tegen experimenten met beeld of tekst. De strip kent nog veel
onontgonnen gebied, maar dan niet zozeer op het gebied van de vorm als
wel op datgene wat je als auteur te vertellen hebt. Neem nu de films
van Tarkovski. Hij experimenteert met de verteltechnieken van het medium
film, maar het blijven wel films. De strip combineert drie sterke componenten:
verhaal, tekst en beeld. Die combinatie is een communicatiemiddel met
ongekende mogelijkheden. Wat ik echter jammer vind aan het jonge medium
strip, is dat men er zo weinig mee doet. Er zijn amper auteurs met een
filosofische of religieuze boodschap. Binnen de literatuur en de film
zijn er wel makers die vanuit die instelling klassieke meesterwerken
hebben gemaakt. Makers die de taal van het medium aanwendden om te zeggen
wat ze te zeggen hadden. Het is natuurlijk hartstikke leuk dat er avonturenstrips
worden gemaakt en dat Bollie en Billie bestaan, maar ik zou willen dat
er meer volwassen dingen met de strip gedaan werden. En dan heb ik het
niet over veel seks en geweld. Zou je niet eens met andere media willen werken? Nee, want ik beheers geen andere media. Als ik bijvoorbeeld een sculptuur
zou willen maken, dan was ik vijftien jaar bezig om het uiteindelijk
dat te laten uitdrukken wat ik wil. Dat kan ik me niet permitteren.
Bovendien is het medium strip voor mij rijk genoeg. Er is geen enkel
medium dat geen grenzen kent. Een absoluut vrije kunstvorm bestaat niet,
behalve dan misschien de muziek. Ben je tevreden over Zoo? Dat kan ik nog niet zeggen. Ik zit nog midden in de promotiefase van het album. Ik moet constant interviews geven. Daardoor word je gedwongen steeds dicht bij het album te blijven en kan je er nog geen afstand van nemen. Daarnaast is het verhaal voor mij zelf ook slechts voor eenderde af! Pas na het schrijven van het woord Einde zal ik me er werkelijk los van kunnen maken. In ieder geval ben ik tevreden over de manier waarop het album gedrukt is. De kleuren komen beter over dan ik gehoopt had. En dan te bedenken dat het op de zelfde machine gedrukt is als de Smurfen... (lacht) En als je terugkijkt op ouder werk, zoals Ragebol? Ik ben nu niet meer de zelfde persoon die ik was toen ik Ragebol tekende.
Ik zou bepaalde dingen nu anders hebben gedaan. De tekenstijl vind ik
te geforceerd. Bepaalde gelaatsuitdrukkingen vind ik nu veel te overdreven.
Maar tegelijkertijd weet ik, dat ik destijds het beste van mezelf heb
gegeven. Daarom wil ik het ook zo laten. Het geeft een beeld van de
auteur die ik vroeger was. Maar heb jij de zelfde ontwikkeling doorgemaakt als de personages in
je strips? Je kunt inderdaad zeggen dat Ragebol een alter ego van me is. Maar
hij zal altijd adolescent blijven, omdat het niet interessant is te
vertellen over mensen die al resoluut in het leven staan. Daarnaast
kan ik er niet zo'n tragische persoonlijkheid van maken als Anna. Het
Ragebol-publiek houdt wel van een extra dimensie in de verhalen, maar
niet van overdrijving. Hij moet voor hen herkenbaar blijven. Anna denkt
haar ziel te zijn verloren. Zij is helemaal de weg kwijt. Op de voorkant van Zoo lijkt zij te staan tussen de hemel en de hel. Zo zou je het inderdaad kunnen zien. De dierentuin is boven haar afgebeeld
en Rusland onder haar. Ze staat tussen het positieve en het negatieve
in haar leven. Door wie ben je allemaal beinvloed? Toen ik net begon waren mijn belangrijkste voorbeelden auteurs als
Franquin, Wasterlain en Dany. Later werd ik beïnvloed door mensen
van buiten de strip, door schilders als Schiele, cineasten als Tarkovski
en beeldhouwers als Rodin. De laatste heb ik al op mijn veertiende Ieren
kennen. M'n moeder las me aan tafel een boek van Gsel voor over Rodin.
Ik vond het fantastisch. Toen ben ik ook boeken gaan lezen die door
Rodin zelf zijn geschreven. Ik was toen al dol op tekenen en strips.
Rodin maakte me als eerste duidelijk, wat het inhoudt artiest te zijn.
Hoe je de dingen moet observeren, hoe je emoties in een vorm giet, maar
ook de problemen die je hebt met kritiek, exposities en dat soort dingen.
Wat me in zijn sculpturen zo aantrok, is de krachtige expressie en een
bepaalde sensualiteit die in zijn werk zit. Dat maakte indruk op me
als puber. (lacht) Ben je een perfectionist? Ja en nee. Ik ben niet verliefd op details of iets dergelijks, ik ben
geen miniatuurschilder. Wel stop ik altijd veel tijd in de regie van
mijn tekeningen, in de manier waarop ik dingen vertel en laat zien.
Daarmee vertel je tenslotte het verhaal. Hoe ver ben je al met het tweede deel? Nog maar op de eerste pagina's. Het gaat nu echter wel een stuk sneller,
omdat alles op op zijn plaats ligt en het verhaal vast staat. Oorspronkelijk
zouden het twee albums worden. Ik heb het echter verspreid over drie,
omdat ik nog veel te vertellen heb. Ik heb hier en daar meer ruimte
nodig dan ik van tevoren dacht om dingen tot hun recht te laten komen.
Waren het twee albums geworden, dan had ik er aan het eind nog heel
veel informatie in moeten proppen met veel plaatjes per pagina. Dan
komt het niet meer over zoals ik wil. Ik denk nog zo'n anderhalf jaar
per album nodig te hebben. Ben je niet bang onderweg naar het einde betere ideeën te krijgen,
zodat je alles weer om moet gooien? Nee, alles past al in elkaar. De structuur van het verhaal ligt vast.
Hier en daar zal ik hooguit wat details bijstellen. De essentie zal
echter hetzelfde blijven. Ga je in die komende drie jaar ook nog andere dingen doen? Ik heb voor Robbedoes een kort Ragebol-verhaal gemaakt dat zich afspeelt
in Japan. ook ga ik een kort verhaal maken over Afrika, dat samen met
het Japanse verhaal een album zal vormen. Bom is op dit moment hard
bezig met het verhaal. Ik ben er een paar jaar geleden speciaal voor
in Burundi geweest.
(paginanummer: plaatje)
|
||