|
"Ik wil werkelijk in het leven geloven" Het humanisme van Edmond Baudoin Edmond Baudoin heeft een duidelijke visie op strips. Beelden, dialogen
en kaderteksten zijn voor hem de bouwstenen van het medium. Met die
bouwstenen ligt er - ook na meer dan honderd jaar strip - een wereld
aan onbeproefde mogelijkheden open. Een frisse blik in die wereld bood
de Fransman ruim negen jaar geleden met Le premier voyage, dat in 1992
als De eerste reis werd vertaald. De strip beschrijft een betoverende
dooltocht door de straten van Nice. De beelden van Baudoins geboortestad
vallen in De eerste reis op geheel eigen wijze samen met het lichaam
van de hoofpersoon, Mathieu. Ze zijn meer dan decor; ze weerspiegelen
Mathieu 's gemoedstoestand. Wanneer Mathieu zich bijvoorbeeld angstig
voelt, neemt zijn hoofd de vorm aan van de bange hond die hij eerder
tegen het lijf liep. Eén zo 'n plaatje op zich ziet er nogal
gekunsteld uit. Opgenomen in een samenhangend geheel, blijkt de techniek
echter even eenvoudig als effectief. De eerste reis is een krachtige
en rijke strip, die ook bij herlezing blijft boeien. Eind vorig jaar verscheen een verrassende bewerking van het album. Baudoin maakte de strip op verzoek van de Japanse uitgever Kodansha, die De eerste reis erg kon waarderen, op het open einde na. Het Japanse publiek zou niet accepteren dat Mathieu uiteindelijk op een trein met onbekende bestemming stapt. Of Baudoin voor de Japanse versie dus wilde verzinnen waar de trein Mathieu naar toe bracht. Het resultaat heet De reis, waarin de jonge Simon de hoofdrol van Mathieu overneemt. Om het verrassende karakter van De reis beter te begrijpen, is het
goed te weten dat Baudoin reeds in 1989 op De eerste reis voortborduurde.
Toen al illustreerde hij een herdruk van de Franse roman Le procès-verbal
van Jean-Marie le Clézio. De hoofdpersoon van Le procès-verbal
verliest zich volledig in zijn omgeving. Hij ervaart alledaagse details
met een intensiteit die voor zijn tijdgenoten onvoorstelbaar is, en
is daarmee een vroege voorloper van Mathieu. De eerste reis, De reis en Le procès-verbal zijn dus in zekere zin familie van elkaar. We vroegen Baudoin, of het gaat om broers en zussen, of eerder om verre verwanten. "Het uitgangspunt van De reis is het zelfde als dat van De eerste reis, maar verder is het een totaal ander boek geworden." Baudoin geeft meteen toe, dat de reis van Simon in zijn nieuwste strip
aanzienlijk afwijkt van die van Mathieu. Allereerst is De reis vier
keer zo dik als het origineel. De strip is opgezet als een manga. "Manga's zijn heel dik en worden snel gelezen, vaak in de metro. De reis is tweehonderd pagina's lang. Die omvang biedt mogelijkheden, die je bij een Europese strip niet hebt. Je kunt je meer richten op de bewegingen van de personages, hoe ze zich gedragen, de choreografie. Je kunt bijvoorbeeld laten zien hoe iemand een sigaret opsteekt. Dat kan belangrijk zijn, want de psychologie van zoiets simpels als het aansteken van een sigaret kan veelzeggend zijn. In Japan kun je daar de ruimte voor nemen. In Europa kan dat niet en zie je alleen het moment waarop iemand die sigaret aansteekt. Het volgende plaatje heeft die persoon de sigaret alweer weggegooid, doet hij alweer iets anders." Lachend vertelt Baudoin dat hij zich eigenlijk verkeken heeft op de omvang van De reis. "Toen ze de strip bij Kodansha zagen, keken ze me gek aan. Waarom had ik maar tweehonderd pagina's getekend? Ik bleek het contract verkeerd begrepen te hebben. Tweehonderd pagina's was het minimum, het hadden er ook tweeduizend mogen zijn. Waar ik ook erg aan moest wennen, is dat het Japanse publiek geen kaderteksten kent. Samen met de plaatjes en de dialogen~ zijn kaders voor mij de bouwstenen van het stripverhaal. Dankzij deze drie elementen kun je in een strip door middel van beelden het leven tonen, de personages over de dood laten spreken en daar in het kader weer commentaar op geven. De combinatie van de drie laat ruimte voor ritmewisselingen, poëzie. Ze past goed bij de breuken, die we in het moderne leven ervaren: vanmiddag ben ik in Breda, vanavond in Parijs, morgen in Nice; kinderen wonen niet meer bij hun ouders; ouders wonen ver uit elkaar; we hebben niet één liefde meer in ons leven, maar meerdere... In Japan kennen ze van oudsher alleen plaatjes met dialogen. De derde betekenis, die ik in mijn Europese strips gebruik, die alles op losse schroeven kan zetten, een andere lading kan geven, kunnen ze in Japan niet begrijpen." De Japanse opzet van het boek is niet het enige, waarin De reis zich
van De eerste reis onderscheidt. In De eerste reis dwaalt Mathieu namelijk
onmiskenbaar door Nice. De uitgebreide voorstudies die Baudoin destijds
van Mathieus route door de Zuid- Franse stad maakte, zijn er duidelijk
aan af te zien. De reis van Simon verloopt daarentegen tegen een veel
minder herkenbare achtergrond. Simons omgeving is van een bijna sprookjesachtige
algemeenheid: een stad, een dorp, een berg, een zee. Bovendien bleef
de herkomst van Mathieu in De eerste reis onduidelijk, terwijl we in
De reis al op de eerste plaat kennismaken met Simons vrouw en kind.
De eerste reis was voor Baudoin de definitieve afrekening met zijn verleden.
Dat verklaart het radicale en onontkoombare karakter van Mathieus vervreemding.
Negen jaar later had Baudoin meer afstand tot het onderwerp. "Tot mijn 33e ben ik boekhouder geweest. In die zin is De eerste
reis autobiografisch. Ook ik liep over de Promenade des Anglais en ging
elke dag naar kantoor. Ook ik was een beetje zoals Mathieu. Toch heb
ik uiteindelijk niet zoals Mathieu een trein met onbekende bestemming
genomen. In plaats daarvan nam ik ontslag. Voor De eerste reis heb ik
gewoon gebruik gemaakt van mijn eigen ervaringen. De overstap van boekhouden
naar tekenen was voor mij een soort reis. Baudoins onvrede met zijn bestaan als boekhouder werd onder andere gevoed door de literatuur. De roman Le procès-verbal was een boek dat hem niet losliet. En niet alleen Baudoin. Le-procès- verbal werd het cult-boek van een generatie, het Franse equivalent van jack Kerouacs beat-bijbel On the road. Het verhaal gaat dat jongeren het boek zelfs meenamen naar cafés om te laten zien dat ze gelijkgestemd waren. "Ik heb Le procès-verbal gelezen rond mijn vijfentwintigste.
Het heeft me diep geraakt, ook omdat het een overgangstijd was. Het
zal 1965 geweest zijn, de vooravond van 1968. Veel jonge mensen stelden
zich vragen over de wereld. We hoorden er niet bij, voelden ons anders
dan de mensen die er tot dan toe waren geweest. Opeens was er dat boek,
dat vragen opriep over een uitzinnige, totale vrijheid. De personages
uit Le procès-verbal kraken bijvoorbeeld een huis. Dat deed je
toen niet, een huis kraken! Onze ouders hadden zoiets nog nooit gedaan.
Zij hadden niet zo vrij geleefd als Adam PolIo, de hoofdpersoon van
Le procès-verbal. Ze hadden zich nimmer zo als buitenstaanders
opgesteld. De oudere generatie had bijvoorbeeld altijd het eten keurig
op tijd op tafel staan. Wij wilden alleen eten wanneer we honger hadden.
Het was een volledige breuk met een leefwijze die niet meer houdbaar
was. Veel jonge mensen herkenden zich daarin. Tegenwoordig is dat zo
goed als normaal en leeft niemand meer zoals voor de oorlog. Om de vervreemding van zijn hoofdpersoon voelbaar te maken, raakt Le Clézio in Le procès-verbal aan de grenzen van de taal. De verwarrende belevenissen van Adam PolIo doorspekt hij met half afgemaakte zinnen, fictieve kranteberichten, scheikundige formules, gedichten, tot doorhalingen en blanco passages aan toe. De tekst van Le procès-verbal barst geregeld uit haar voegen: wat ze wil zeggen is te groot voor de taal. In zijn woord vooraf spreekt Le Clézio dan ook van "de immense bevroren gebieden, die zich uitstrekken tussen schrijver en lezer." Tussen schrijver en lezer bestaat een afstand, die slechts in het aller gunstigste geval door woorden kan worden overbrugd. De lezer is bij Le Clézio veroordeeld tot de vrijheid. Het blijkt een opvatting te zijn, waarin Baudoin zich herkent en die hij in zijn strips ook probeert uit te werken. "Ik houd veel van literatuur, omdat het een abstracte taal is.
Ik zou een vel papier kunnen pakken en je proberen te beschrijven, je
gezicht, alles wat je bent, alles wat ik zie, en het gevoel dat je me
geeft. Als ik dat vel papier vervolgens aan je vrienden zou geven, zou
het kunnen dat niemand je herkent, doordat ze zich allemaal een eigen
voorstelling van de tekst maken. Wanneer ik een boek lees waarin een
meisje wordt beschreven, zie ik er ook altijd iemand in die ik lief
heb, of die ik gekend heb. Ik hou van die abstractie, die vrijheid van
de literatuur. Baudoin herkent dit streven maar bij een handvol andere stripmakers.
Slechts weinigen bieden hun publiek zoveel vrijheid. "Stripmakers willen vaak heel nauwkeurig zijn, alles documenteren.
Er zijn er maar weinig uitzonderingen. Hugo Pratt geeft bijvoorbeeld
niet teveel details. Hij geeft een periode aan, een bepaalde stad, maar
laat veel speelruimte voor de fantasie. Het landschap is bij Pratt vaak
niet meer dan een lijn, waarin je van alles kunt zien, bijvoorbeeld
je eigen stad. Je ziet erin, wat je wil zien. Het is alsof je er zelf
rondloopt." Naast de visie op de relatie tussen zijn werk en zijn publiek, deelt
Baudoin ook Le Clézio's maatschappijkritiek. Al in Le procès-verbal
spreekt Le Clézio zich bij monde van Adam Pollo uit tegen de
massaliteit en anonimiteit van het moderne samenleven. In later jaren
zal de schrijver in diverse niet-westerse culturen de waarheid zoeken,
die hij in zijn geboorteland niet meer kon vinden. Ook in Baudoins ogen
is de moderne mens vervreemd van zichzelf. "Tegenwoordig is het moeilijk om te dromen. Want een nieuwe auto
kopen, dat is niet dromen! Een luxe huis kopen, dat is niet dromen!
Nikes dragen, dat is niet dromen! Dat zijn alleen kleinigheden, buitenkant.
Met dromen bedoel ik werkelijk dromen in de zin van iets van het leven
maken, jezelf realiseren. De maatschappijkritiek en het mensbeeld van Baudoin leggen de drijfveer
achter zijn creativiteit bloot. "Ik geloof dat je je moet openstellen, je op anderen richten.
We moeten de anderen opzoeken om onszelf te kunnen begrijpen. Dat bedenk
ik niet zelf, dat weet iedereen. We leren onszelf begrijpen via boeken,
films, muziek, menselijke relaties, via alles wat we zien. Ik denk dat
in het diepst van elk menselijk wezen de gehele mensheid ligt. In elk
individu. We moeten alleen moeite doen om het te begrijpen. Dat duurt
lang, omdat we gehinderd worden door onze jaloezie, trots, afgunst en
verlangens. Zelf heb ik ook geen duidelijk inzicht in mijn afgunst,
trots, ijdelheid. Maar als het ons lukt - op zijn minst tijdens het
tekenen, muziek maken, creëren - die ongrijpbare gevoelens opzij
te zetten, en daadwerkelijk bij onze kern te komen, is daar menselijkheid.
In zijn werk zoekt Baudoin naar de kern van de mens - en daarmee naar zichzelf. Op de laatste pagina van De eerste reis zegt Mathieu definitief zijn verleden vaarwel. Het einde van zijn reis ligt, waar de wissels zijn trein zullen brengen. Negen jaar later kiest Baudoin voor een ander slot. Op de laatste pagina van De reis legt hij Simons zoontje de volgende woorden in de mond: "Zeg papa... vandaag zie je er gelukkig uit."
Twee keer De reis |
||