Gerrit de Jager: "Er is geen Ajax-jeugd in stripland"

Er gebeurt de laatste tijd van alles in de Nederlandse stripwereld, maar sommige dingen zullen nooit veranderen, zoals de vaste waarde De Familie Doorzon van Gerrit de Jager. Of toch? De Jager, inmiddels 45 jaar, heeft zijn tekenstijl dusdanig uitgekleed dat de familie uit de eerste albums, die hij samen met jeugdvriend Wim Stevenhagen maakte, onherkenbaar is geworden. Met onverminderd enthousiasme werkt De Jager elke dag van negen tot vijf keihard aan zijn voor een striptekenaar ongebruikelijk hoge productie."Tegen iemand die de hele dag zure bommen in potjes stopt, zeggen ze toch ook niet: 'Jezus, wat stop jij veel zure bommen in potjes?"

In de ruime en keurig opgeruimde studio van Gerrit de Jager is het rustig. Blijkbaar hebben alle tekenaars, letteraars, inkleurders, secretaresses en stagiaires van Doorzon B.V. een vrije dag genomen. "Daar word ik ondertussen niet goed meer van, dat iedeeen denkt dat ik zoveel mensen in dienst heb", barst De jager los. "Dat verhaal werd al in 1982, toen ik de Stripschapspenning kreeg, door Martin Lodewijk verkondigd. Af en toe, hooguit één keer per jaar, vraag ik Erik Varekamp of Peter van Dongen, of ze me kunnen helpen bij een klus door bijvoorbeeld wat achtergrondjes te doen. Verder doe ik alles zelf. Ik vind tekenen namelijk nog steeds het leukste wat er is en waarom zou ik dat dan door andere mensen laten doen? Als ik het niet aan zou kunnen, zou ik gewoon minder werk aannemen." Uit een la tovert De jager de oogst van de laatste drie weken. Ongeveer veertig pagina's. Hij werkt momenteel aan De Familie Doorzon, Liefde en geluk, Roel en zijn beestenboel, samen met tekenaar Bercovici aan Adam en Eva en sinds januari heeft hij een nieuwe dagstrip in Trouw: Zusje. En dan hebben we alle bedrijfsblaadjes, folders en pro-deoklussen nog niet gehad. Die onwaarschijnlijk hoge productie, hoe krijgt hij dat dan voor elkaar? "Ik teken al van jongs af aan en ik kom uit een gezin waar veel werd getekend. Mijn vader en mijn broer tekenden allebei. Mijn broer tekende vliegtuigen uit Buck Danny na. Ik probeerde vanaf het moment dat ik kon schrijven zelf situaties te verzinnen, waarin mensen met elkaar communiceerden. Op school ontdekte ik dat de buurjongen, Wim Stevenhagen, net als ik helemaal gek was van tekenen. We jaagden elkaar op omdat je natuurlijk niet wilde onderdoen voor de ander. Ik keek altijd erg op tegen Wim, omdat hij gewoon beter kon tekenen en meer geduld had voor vormgeving. Ik wilde altijd vooral een verhaal vertellen, of een situatie neerzetten en de tekeningen zag ik als een vervoersmiddel."
Al op jonge leeftijd publiceerde het duo De jager en Stevenhagen hun eerste strips. Nog voor ze zich voor de 'experimentele afdeling' van de Rietveld Academie inschreven, konden ze al van hun tekenwerk leven. "We hadden al werk, maar ook het gevoel dat we nog iets moesten leren. Vooral bewegend beeld en geluid vonden we interessant. Op de 'experimentele afdeling', een vergaarbak voor alle talenten waar ze zich geen raad mee wisten, zijn wij toen een animatieafdeling begonnen. Later merk je dat de opzet van de academie vanuit een bepaalde filosofie komt. Bauhaus, Rietveld, allemaal helder en strak in de vormgeving, maar tegelijkertijd veel vrijheid in je ontwikkeling. Het was vooral een werkplaats waar mensen rondliepen die je konden begeleiden. Er kwam toen een aanvraag van de Vara of wij tekenfilmpjes wilden maken voor de quiz Twee voor twaalf. We hebben vier jaar lang, elke maand vier filmpjes van een minuut gemaakt. Duizenden tekeningen moesten we maken waarvoor we iedereen inschakelden die we kenden. Daar is de basis gelegd voor de snelle stijl die ik nu heb. Je moest toen ook alles met gesloten lijnen tekenen, wat nu ook weer van pas komt bij de inkleuring op de computer." De jager is verrassend positief over de Rietveld Academie. Uit andere interviews met hem komt meestal het beeld naar voren van iemand die 'kunst' een vies woord vindt. Hij geeft toe dat moderne, conceptuele kunst niet aan hem besteed is. "Daar ben ik gewoon te dom voor. Ik snap het niet. Er wordt een streep op een doek gezet, ingelijst en vervolgens valt iedereen in superlatieven over elkaar heen. Wij maakten gewoon dingen die direct werden gepubliceerd en vervolgens werden weggegooid, eigenlijk meer gebruiksartikelen."
Over zijn voormalige collega's van de Rietveld Academie is De jager dan ook niet erg positief, maar zijn aversie tegen kunst heeft hij vooral opgedaan in 'het Amsterdamse'. "Ik kon er niet tegen dat ik, terwijl ik één van de weinigen was die zijn brood verdiende met werk, met minder égards werd behandeld dan iemand die in de BKR (een soort uitkering voor kunstenaars, GZ) liep en die dan een expositie had in kunstuitleencentrum Amsterdam-Noord. Misschien ligt het ook wel aan mijn jeugd. Daar was het van: 'Kun je ervan leven?' Bovendien ben ik ook sterk beïnvloed door populaire cultuur. Popmuziek, strips, pulp, dat begon allemaal op te komen toen ik klein was. Ik ga af en toe wel naar musea, maar ik houd toch meer van iets oudere kunst zoals Matisse, Picasso, Miro, dat soort dingen"

In eerste instantie noemde het duo De jager en Stevenhagen zich Prutpruts en maakte ook medestudente Fay Lovsky korte tijd deel uit van dit collectief. De eerste serieuze strip die ze publiceerden was De ironische man. Die strip is volgens De jager één grote experimentele zoektocht. "Daar zat echt alles in. De eerste aanzetten voor Doorzon, realistisch werk, Moebius-achtige platen. De pagina's werden onder onze klauwen weggegrist en gepubliceerd. Toen we de eerste vier pagina's klaar hadden, belde (A Suivre) al of ze het konden plaatsen. Dat ging over Dries van Agt, dus wat ze daarmee wilden, wisten wij ook niet. Yvan Delporte maakte er toen een tekst bij, maar volgens mij klopte die ook niet helemaal." Na deze vliegende start klopte het duo in 1980 aan bij Nieuwe Revu, destijds vooral populair door de grote hoeveelheid blote dames. De Familie Doorzon moest een negatieve Jan, Jans en de kinderen worden. De locatie, een doorzonwoning in een slaperige buitenwijk, was gemodelleerd naar Lelystad. De jager die toen net vader was geworden, moest snel verhuizen naar iets goedkoops en zat vervolgens elke dag thuis in Lelystad te tekenen "tussen de sherry-drinkende groene weduwen".
De nietsontziende harde grappen over pastoors, homo's, vegetariërs en de vrouwenbeweging, in combinatie met platvloerse seks-humor over de promiscue buurvrouw en Pa Doorzon's pornoverslaving, sloegen in als een bom. Het is nu nauwelijks nog voor te stellen dat Doorzon zo shockeerde, maar De jager vertelt dat hij toen zelfs werd bedreigd en één keer bijna voor zijn leven moest rennen. "Ik had een opdracht voor de FNV, maar de vrouwenafdeling had er een stokje voor gestoken, 'niet die racist'. Ik ging toen naar een vergadering om het even uit te leggen. Ik dacht dat ze wel zouden inbinden als ze zagen wat voor aardige jongen ik was. Het werd al snel een grote schreeuwpartij van die stalinistische feministes. Toen vroeg er eentje: 'Moeten alle vrouwen er zo uit zien als de buurvrouw?' Ik wist even geen antwoord te verzinnen en flapte er iets uit van 'alle buurvrouwen moeten er zo uit zien als de buurvrouw.' Toen moest ik rennen. De stoelen vlogen door de lucht en er kwamen twee vrouwen met krabbewegingen op me af rennen." Die dagen zijn voorgoed voorbij, maar waarom is Doorzon tegenwoordig eigenlijk zoveel softer geworden? "Ik weet niet of het zo soft is. Hanco Kolk noemt mijn humor 'cynisch en nihilistisch', maar misschien ben ik iets milder geworden nu ik ouder ben. Wat ook meespeelt is het gebrek aan tegenstellingen. Vroeger had je 'hardcore feministen' tegenover 'male chauvinist pigs'. Nu is alles is zo ontzettend genivelleerd. Je hebt een paars kabinet en iedereen is voor bombarderen. Ik ben tegen bombarderen! Ik merk af en toe ook dat ik word ingehaald door de realiteit. Bij de opkomst van New Age maakte ik grappen over klankschalen. Tegenwoordig zenden ze op tv een programma uit over autistische kinderen die kunnen worden genezen door dolfijnen!" Bijna wanhopig: "Ik kan er gewoon niets meer tegenover stellen!" Een andere reden waarom de Doorzon-familie een andere koers heeft ingezet, is de concurrentie van Hein de Kort en Eric Schreurs in Nieuwe Revu. "Bij Eric Schreurs verbleken mijn grappen over seks en porno. Dat worden dan opeens zielige, ouderwetse grapjes. Ik was klaar met grappen over seks. Daarom ben ik met mijn karakters iets meer in de diepte gegaan. Het zijn meer mensen geworden in plaats van sjablonen. Het is toch ook zielig als mensen op hun veertigste nog steeds met een bierbuik en een leren jack in een punkbandje spelen?"

Inhoudelijk zijn de Doorzon-figuren dus minder 'sjabloon-achtig' geworden, hun uiterlijk is juist sterk vereenvoudigd en teruggebracht tot de kern. Vaak ontbreekt er een kader of achtergrond en alle details uit de eerste drie Doorzon-delen, waar Stevenhagen nog aan meewerkte, zijn verdwenen. "Het is een misverstand dat ik alleen maar produceer. Ik ben elke dag nog steeds zoekende naar de juiste stijl en probeer voortdurend andere oplossingen voor problemen uit, of ik zit tekeningen bij te schaven. Bij het zoeken naar die stap vooruit maak je ook wel eens missers. Dan neem je een beslissing om met ander materiaal te werken, maar dat blijkt dan toch niet te werken. Dat kost je dan weer een paar maanden. Het is af en toe nog steeds alsof ik vijf ben."
Naast het zoeken naar andere materialen, laat De jager zich nog steeds beïnvloeden door andere tekenaars. Als belangrijkste invloed uit het begin noemt hij Peanuts van Charles Schulz. De eenvoud en de sfeer spraken hem direct aan. "Iets anders dat ik vroeger ook goed vond was natuurlijk Asterix. Al vond ik dat nooit helemaal geslaagd. Vooral kleine details en individuele oplossingen nam ik over. Een andere strip die ik later weer helemaal heb herontdekt is Guust. Ook dat is het niet helemaal, de pagina-indeling vind ik niet zo goed, maar als losse illustraties zijn de tekeningen bijna perfect. Als Franquin een auto tekent, is het geen realistische auto, maar een Franquin-auto. Dat vond ik ontzettend goed." Als recente invloeden noemt hij Calvin en Hobbes en het werk van Claire Brétecher. Maar waar leidt al dat weglaten en minimaliseren van de tekeningen uiteindelijk toe? "Al vanaf dat ik heel klein was, ben ik geïnteresseerd in typografie. Ik vond de letter 's' al mooi voordat ik kon schrijven en ook logo's vind ik vaak heel mooi. Heel eenvoudige, strakke tekens. Misschien dat ik over vijf of tien jaar wel portretten wil gaan tekenen. Niet realistisch, maar iets in de stijl van Dirk Wiarda, die onlangs is overleden. Hij maakte voor Vrij Nederland portretten in een heel simpele, dikke lijn. Een ander voorbeeld waar ik naartoe wil is Dick Bruna of de Amerikaanse strip Tiger. Simpele tekeningen, waar je toch heel veel mee kunt zeggen. Ik heb ook gemerkt dat ik de laatste tijd bijna alles wat ik teken, kan indelen in vijf of zes types. Daar kan ik bijna alle mannen en vrouwen die ik teken mee weergeven."

Sjors en Pep werden vroeger stukgelezen door De jager en zijn broer. Inmiddels heeft hij met Adam en Eva zelf korte tijd in de verre achterkleinzoon van deze roemruchte jeugdbladen gestaan. Vindt hij het niet jammer dat er een einde is gekomen aan die traditie? "Ach, alles gaat voorbij. De Pep ging voorbij, de Sjors, de Wordt Vervolgd, de Sjosji. Ik las het eigenlijk niet meer. Ik was het niet eens met de formule van het blad, dat gelul over zap-cultuur. Achterhaald gedoe en allemaal niet-uitgezochte filosofiën. Vijftien jaar geleden zeiden ze bij Nieuwe Revu al: 'We moeten televisie op papier maken'. Tegenwoordig vreten de lezers reportages van meer dan vijftien pagina's. Mensen klikken al de hele tijd voor de tv. Ze willen af en toe ook wel iets echt lezen. De Striparazzi stond helemaal vol met gag-strips. Niets mis mee, ik vind het zelfs leuk, maar dan moeten het wel goeie zijn. Ik las een keer Spekkie Big. Ik dacht eerst, hé, best een leuke strip, maar een jaar later las ik het nog eens en was het nog precies hetzelfde. Er zat geen enkele ontwikkeling in, zoals bij Hein de Kort wel het geval was."
De jager mengde zich enige tijd geleden heel even in de internet-discussie over 'de toekomst van de Nederlandse strip' en heeft een uitgesproken mening over de nieuwe generatie stripmakers: "Ik was aangenaam verrast dat het blijkbaar nog leeft, maar ik vind het ook wel een beetje raar. Er is namelijk zoveel vraag naar strips bij de bladen, maar er is niemand die in het gat springt. Ik zie zoveel kansen waar mijn handen van gaan jeuken, maar zelfs ik zit op een gegeven moment vol. Die jonge tekenaars moeten niet zo kieskeurig doen. Ik neem aan dat ze, net als ik vroeger, niets leuker vinden dan tekenen en de hele dag daarmee bezig willen zijn. Waarom neem je dan niet alles aan wat je kunt krijgen? Ik hoor ze af en toe zuchten en steunen: 'O nee, ik heb weer een klus'. Wat is het probleem? Je kunt lekker tekenen, het leukste wat er is, en je krijgt er nog geld voor ook. Als je een hekel hebt aan je werk, moet je gewoon iets gaan doen wat je wel leuk vindt en niet zitten te piepen dat je niets maakt. Ik zit nog steeds te wachten op die tekenaar die bij Nieuwe Revu binnenstapt en zeg: 'Die slappe De jager kan beter naar de Libelle, hier ben ik'. Bij Nieuwe Revu ook trouwens. Wim en ik kwamen daar ook zo binnen toen Mordillo er nog in stond. Het probleem is dat er gewoon geen nieuwe generatie tekenaars is. Tenminste, ik zie ze niet, waarvan ik denk: 'die kunnen meteen in een tijdschrift'. Er is gewoon geen Ajax-jeugd in de stripwereld."
De reden waarom De jager het al snel bekeken had bij die discussie was een bijdrage van Hanco Kolk, waarin hij stelde dat de strips van de generatie De jager en De kort er voor hebben gezorgd dat strips in Nederland in het slop zitten. Het zou allemaal nihilistisch en cynisch zijn. Toen niemand daarop reageerde, haakte De jager af. "Misschien heb ik het wel te persoonlijk opgevat, maar ik snapte niet dat iedereen het er stilzwijgend mee eens was. In mijn ogen hebben onze strips er juist voor gezorgd dat meer mensen strips gingen lezen, er meer mogelijk was door de taboes die doorbroken werden en er dat er meer aandacht voor strips kwam. Ook klopt het gewoon niet wat Kolk zegt, namelijk dat het enige dat er over mijn strips gezegd wordt is dat 'De jager ogen niet meer als dropjes, maar als spleetjes tekent'. Toen mijn laatste boek uitkwam, werd het wel besproken en stond er grote stukken in de Volkskrant en het Algemeen Dagblad. Hij stapt ook over het feit heen dat er elke keer weer 40.000 mensen naar de winkel lopen om een Doorzon te halen. Dat is waarschijnlijk alleen niet het goede publiek, maar allemaal boerenlullen. Gilles de geus van Kolk moet dan zijn grote serie zijn, maar het verkoopt voor geen meter. Bovendien is Meccano toch ook een heel erg cynische strip? Wel goed, maar ook erg cynisch."

Een oplage van 40.000 Doorzon-albums, elke week in een tijdschrift met een oplage van 200.000, een dagstrip in een groot ochtendblad en de keuze uit een grote hoeveelheid werkgevers. Op relatief jonge leeftijd heeft De jager zijn schaapjes inmiddels aardig op het droge. Heeft hij eigenlijk nog ambities? Lonkt het buitenland bijvoorbeeld? "Roel en zijn beestenboel is tien jaar lang in Frankrijk uitgegeven. Daar heette het Aristotes et ses pots, maar de uitgever vond de oplage niet interessant meer en stopte ermee. Momenteel loopt Adam en Eva nog in L'Ècho des savannes, maar dat is niet helemaal mijn strip. Ik help Bercovici ermee en vind het wel leuk om te doen, daar niet van, maar mijn ziel ligt er niet helemaal in, dus ik weet niet hoelang ik daar nog mee doorga. Ik heb ooit wel geprobeerd om op de Amerikaanse markt een voet tussen de deur te krijgen. In 1991 ben ik op uitnodiging van United Media, een syndicaat dat ook Garfield en Peanuts brengt, een paar maanden in New York geweest. Ik heb daar toen geprobeerd Liefde en geluk klaar te stomen voor Amerika, maar dat is niet gelukt. Ze vonden mijn humor te repeterend. Om diezelfde reden hebben ze in die tijd waarschijnlijk ook Calvin en Hobbes afgewezen. Ik heb voorlopig even geen puf meer om dat hele rondje te maken. Misschien is mijn humor ook wel te Nederlands en moet het buitenland eigenlijk vanzelf gaan. Ik heb geen zin in agenten enzo."
Enige tijd geleden was er nog nieuws dat De jager bezig was met een speelfilm. Hoe staat het daarmee? "Het script voor die speelfilm heb ik na drie jaar eindelijk klaar. De eerste versie heb ik ingeleverd en daar zal wel weer heel veel aan veranderd moeten worden. Het is een harde, cynische comedy, waarin echte doden vallen. Hij gaat Stapje terug heten. Er is nog geen regisseur voor gevonden, maar ik ga het niet zelf doen. Het heeft allemaal al een beetje te lang geduurd en het lijkt me ook helemaal niets om met zo'n hele caravaan zes weken lang op pad te moeten. Monteren lijkt me wel leuk, maar dat zal die regisseur dan ook wel willen doen." Hard en cynisch, blijkbaar kan het dus nog wel. "Ja, het is raar, maar elke keer als ik iets nieuws begin, dan heb ik wel weer zin om te gaan trappen." Een ander project waar hij aan werkt is een tekenfilmserie voor de Duitse tv-zenders ARD en ZDF. "Dat zijn afleveringen van telkens vijf minuten voor kleine kinderen. Het gaat over een klas en elke aflevering doet een van de kinderen iets stoms. Die wordt dan door iedereen belachelijk gemaakt. Er zijn onderhandelingen met Nederlandse tv-zenders, maar ik heb daar zelf niet zoveel over te zeggen. Het liefst zou ik zien dat het bij Villa Achterwerk van de VPRO uitgezonden wordt. Met Fay Lovsky ben ik ook bezig om misschien een tekenfilmserie voor de hele kleintjes te gaan maken." Is dit geen goed moment om Prutpruts weer bij elkaar te roepen? "Ik heb nooit ruzie met Wim gehad. We zijn toen uit elkaar gegaan, omdat we het niet eens waren over de koers die we met onze strips moesten gaan varen. Als het moet, zouden we zo de draad weer op kunnen pakken. Hij kleurt nu ook Adam en Eva in. Toen we bezig waren met de juridische afhandeling van de rechten op Doorzon, zagen we elkaar bijna drie maanden elke dag. Toen zeiden we, 'als we elkaar toch elke dag zien, kunnen we die tijd net zo goed nuttig besteden en weer samen gaan werken'. Dat hebben we toen drie maanden gedaan en het ging erg goed. We zullen nooit meer samen Doorzon maken, maar als er weer iets voorbij komt, zit het er dik in, dat we weer samen zullen werken. Hij is vooral heel goed in animatie, dus wie weet."

De jager laat al doorschemeren dat, net als Adam en Eva ook de dagen van Roel en zijn beestenboel, die tegenwoordig in de Mikro-gids staan, lijken te zijn geteld. Het meest enthousiast is De jager over zijn nieuwe dagstrip in de Trouw, Zusje. "Dat gaat over een meisje van een jaar of drie, die opeens een broertje krijgt. Je ziet alles vanuit haar perspectief. Net zoals in Tom en Jerry zie je alleen de voeten van de grote mensen. Een milde, lieve strip." De jager vertelt dat Zusje zich afvraagt of God bestaat. Moest dat van de christelijke redactie? "Nee, dat hebben ze niet gevraagd, maar ze waren er wel blij mee. Dat zie je nooit in dagstrips, dat er een beetje een moralistische toon wordt aangeslagen. Ik ben zelf socialistisch opgevoed en niet gelovig, maar ik ben wel erg geïnteresseerd in religie. Je moet ergens in geloven, trouwens, ook socialisme is een geloof." Als De jager een aantal tekeningen en schetsen ter voorbereiding van Zusje laat zien, wordt duidelijk wat hij bedoeld met zijn voorliefde voor strakke tekens en vignetten. Maar al die grappen, raakt dat op een gegeven moment niet een keer op? Heeft De Jager dan echt nooit last van het beruchte witte vel dat 's ochtends op hem wacht en niet volraakt? "Na vijfentwintig jaar vind ik tekenen nog steeds het leukste wat er is. 's Avonds kijk ik vaak nog steeds tv met een schetsboek op schoot. Ik teken dan allemaal koppen na en door te associëren doe ik nieuwe ideeën op voor grappen. Ik moet er niet aan denken om de hele dag naar een wit vel te staren. Ik heb altijd wel een schetsje of een zinnetje of iets anders, waarmee ik aan de slag kan. Het is ook heel raar, in het dagelijkse leven ben ik absoluut niet zo'n getapte jongen. Op feestjes sta ik meestal in een hoekje allerlei serieuze gesprekken te voeren. Als ik op stap ga met een paar collega's, zijn zij altijd veel grappiger dan ik. Dat zie ik dan alleen nooit terug in hun werk." Om te illustreren dat grappen maken en tekenen bij hem iets organisch zijn, vertelt De jager een anekdote over de door hem bewonderde Paul McCartney: "Ik las dat McCartney een keer op een feestje was en dat Dustin Hoffman tegen hem zei: 'Jij schudt die nummers dus zo uit je mouw?' Picasso was toen net overleden en er lag een nummer van Time-magazine met een artikel getiteld Picasso's last words. McCartney ging toen achter de piano zitten en maakte ter plekke een nummer op basis van die tekst. Dat verbijstert sommige mensen en ze kunnen het gewoon niet geloven." De Jager heeft zelf ook een keer zoiets meegemaakt: "Ik had een opdracht van tien tekeningen. Er werden er twee afgekeurd terwijl de deadline al de volgende dag was. Ik pakte pen en papier en maakte in een kwartiertje alsnog die twee tekeningen. Toen werd die redacteur kwaad, dat hij daar nou zoveel geld voor moest betalen. Misschien is dat wel gewoon afgunst. Mensen willen niet geloven dat tekenen net zoiets kan zijn als ademhalen."
Gerard Zeegers

 

 
  ZozoLala roots