| Ludo, of het plezier van strips maken
De jonge Luikse tekenaars Pierre Bailly en Vincent Mathy brengen met Ludo al vier albums lang het betere jeugdwerk uit de Dupuis-stal. Ludo is een doodnormaal jongetje dat verkikkerd is op het Castar-magazine, waarin Inspecteur Castar de meest ongelooflijke avonturen beleeft. Tekenaar Pierre Bailly liet met Het seizoen van de palingen al eerder een staaltje van zijn kunnen zien. In Ludo bouwt hij samen met Vincent Mathy en op scenario van Denis Lapière een nieuw universum uit. Hoe is jullie samenwerking ontstaan? Mathy: ,,We hebben samen op de academie Sint-Luc in Brussel gezeten. We bedachten daar al verhalen met ons tweetjes en met nog wat andere mensen. Tussen Sint-Luc en Ludo heb ik vooral veel tekenwerk voor kinderen gemaakt in Frankrijk. Het gaf me de kans te experimenteren met mijn tekenstijl. Dat heeft zeker in mijn voordeel gewerkt. Momenteel teken ik Castar in de Ludo-albums en werk ik ook geregeld voor www.agent002.com, een overzicht van werk van verschillende tekenaars. Het is eigenlijk een Frans agentschap dat bedrijven en reclamebureaus bezoekt, hen het overzicht voorlegt en op die manier tekenaars aan werk helpt.'' Bailly: ,,Ik probeerde na mijn studies aan Sint-Luc aan de slag te raken als striptekenaar. Dat vlotte echter niet zo goed als ik had gehoopt. Ik ben opnieuw gaan studeren, deze keer grafiek en publiciteit in La Cambre. Toen ik daarna Denis Lapière ontmoette, was dat voor mij het begin van alles. Zonder die ontmoeting was het helemaal niet zeker geweest dat ik striptekenaar zou zijn geworden. Samen met Denis heb ik in 1996 mijn debuut Het seizoen van de palingen gemaakt. Als ik er nu, vijf jaar later, op terugkijk, vind ik het een erg sinister werk. Het verhaal was op en top realistisch. Op die manier zou ik het nu niet meer doen. Het realisme dat ik bijvoorbeeld in het afbeelden van de typische plantengroei van Le Marais Poitevin (een streek dichtbij Poitiers waar het verhaal zich afspeelt, TV) gebruik, sluit niet aan bij hoe ik normaal teken. Ik was wel tevreden met het uiteindelijke resultaat, maar na Het seizoen van de palingen had ik sterk behoefte aan iets anders. Iets plezierigs. Iets waarmee ik me kon amuseren. Ludo bleek het antwoord te zijn.'' Het heeft niet veel gescheeld of jullie stripheld Ludo zou als Powerman
door het leven zijn gegaan en avonturen in het verre Amerika hebben
beleefd. Bailly: ,,Dat is helemaal juist. Powerman was het basisidee van onze scenarist Denis Lapière. Een nieuwe Amerikaanse superheld was echter niet aan ons besteed. We leven zelf niet in de Verenigde Staten en we lazen niet genoeg Amerikaanse superheldenstrips om ons die stripcultuur eigen te maken. We vonden het bovendien zinloos om een Amerikaans jongetje te laten opdraven, wanneer we een strip wilden opzetten waarin Franse en Nederlanse lezertjes zich moesten kunnen herkennen. Powerman werd afgevoerd en Ludo, in combinatie met de stripheld pur sang inspecteur Castar, deed zijn intrede. Een ommezwaai waarin Lapière zich na het nodige overleg ook wel kon vinden. Tegelijkertijd was het voor ons veel makkelijker het verhaal te situeren in een Europese stad. Juist omdat we weten hoe bepaalde Europese steden eruit zien, welke sfeer er hangt en welke mensen er wonen. Mochten we Powerman toch in het leven hebben geroepen, dan zouden we ons wat de Amerikaanse stad betreft op een mythe, een 'self-cultivated image' hebben gebaseerd en dàt is geen gezond fundament voor een stripverhaal.'' Jullie manier van vertellen sluit nauw aan bij de klassieke vertelstijl,
zoals die van Hergé en Tillieux. Bailly: ,,Wij richten ons vooral op kinderen. Daarom is het nodig een
zo helder en duidelijk mogelijk verhaal te scheppen, zonder de intentie
dingen uit de weg te gaan. De kinderen moeten het verhaal kunnen volgen.
Het is dan ook vanzelfsprekend dat er een logische aaneenschakeling
van de feiten nodig is. Die feiten moeten als het ware in elkaar overvloeien.
Daarom wordt er in Ludo op die klassieke manier verteld. We willen geen
vijf verhaallijnen door elkaar gebruiken. Een Ludo-verhaal is rechtlijnig.
In de strip wordt er bovendien met twee hoofdpersonages gewerkt: Ludo
enerzijds en Castar anderzijds. Dat maakt het nog meer van belang om
alles zo simpel mogelijk te houden. De eerste moeilijkheid is immers
Ludo en Castar te integreren in één goed en niet te ingewikkeld
verhaal. Een complex plot hanteren zou nergens toe leiden.'' Mathy: ,,De basis voor Ludo is eigenlijk aan kinderen vertellen hoeveel
plezier je kunt beleven aan het lezen van een boek of een beeldverhaal.
Daarnaast proberen we er ook steeds de boodschap in te verwerken dat
net dat boek of beeldverhaal betrekking kan hebben op hun eigen leven.
We plaatsen Ludo immers in een referentiekader - stad, gezin, school,
strips - dat identiek is aan het leven dat veel jongeren zelf leiden.
Bij elk nieuw deel van Ludo zoeken we naar een nieuw verband, een nieuwe
interactie tussen de twee hoofdpersonages Ludo en Castar. Zo ontdekt
Ludo in het eerste album Castar als stripheld in een heus beeldverhaal,
hét beeldverhaal dat Ludo leest. In het derde Ludo-album verdwijnt
de tekenaar van Castar, mijnheer Vincent. Dat betekent dat Castar, als
stripheld, ook onherroepelijk zal verdwijnen. Op die manier creëren
we een spanning rond Castar die misschien erg snel het loodje zal leggen
en wat een kind als Ludo zoal doet om die situatie recht te trekken.
Zo pogen we telkens een unieke manier te vinden om de verhouding tussen
Ludo en Castar verder uit te diepen.'' Bailly: ,,Een ander voorbeeld vind je ook terug in het vierde Ludo-album. De verhouding tussen Castar en Ludo wijzigt opnieuw. Ludo's schoolvriendje vindt strips voor baby's, waardoor Ludo opeens ook anders aankijkt tegen Castar. Die onderlinge relatie gaan we zeker in de volgende albums verder uitwerken. Zo bestaat nu al het idee om Castar in één van de volgende albums erg bekend te laten worden. Zo bekend dat een befaamd regisseur als Steven Spielberg de rechten opkoopt om een film te draaien met Castar in de hoofdrol. Voor Ludo is dat een echte schok. Hij krijgt immers de indruk dat men hem zijn held afneemt.'' Ludo en Castar hebben drie geestelijk vaders. Pierre Bailly, Vincent
Mathy als tekenaars en Denis Lapière als scenarist. Hoe verloopt
die samenwerking? Bailly: ,,In het begin was het zeker niet zo, maar sinds het tweede
album praten we vooraf over het nieuwe verhaal. We leggen onze ideeën
op tafel en bespreken welke we willen gebruiken. Daarna zondert Lapière
zich af en schrijft hij aan de hand van die informatie op een erg gestructureerde
manier de 46 pagina's van het verhaal uit. Daarin verwerkt hij gedetailleerd
wanneer Ludo een album van Castar openslaat en waardoor de lezer dus
de overstap maakt naar de wereld van Castar. Op die wijze weten Vincent
en ik dadelijk hoeveel pagina's tekenwerk we voor de boeg hebben. We
tekenen immers apart onze pagina's. Dat gebeurt nadat we de pagina-indeling,
zoals ze is aangegeven door Denis, hebben doorgenomen. Belangrijk blijft
echter dat we, vooraleer er zelfs nog maar sprake is van het aantal
te tekenen bladzijden, alledrie in de zelfde richting denken. Wanneer
één van ons bij het bespreken van de verhaallijn niet
helemaal tevreden is, wordt daarover onderhandeld. Gaat Denis akkoord,
dan wordt het verhaal aangepast.'' Mathy: ,,Net zo belangrijk is dat ik me interesseer voor het Ludo-gedeelte in elk nieuw verhaal, maar omgekeerd wil Pierre ook weten wat er in het Castar-gedeelte gebeurt. We zoeken voor elk album een plot waarin plaats is voor het leven van Ludo en tegelijk ook ruimte is voor een avontuur van Castar. Het werk van Françoise, onze inkleurster, verschilt ook nogal eens met onze eigen smaak. Welke kleuren gebruiken we voor die prent of voor dat personage, hoe krijgen we voor die bepaalde situatie de juiste kleurencombinatie? Françoise geeft ons echter steeds functionele indicaties. De essentie bij dat alles is immers dat het verhaal voorop staat. Daar draait het allemaal om." Speelt Ludo zich af in Luik, waar jullie beiden wonen? Bailly: ,,Misschien. Maar of het nu om Luik gaat of om een andere stad, is uit de verhalen zeker niet op te maken. Het eerste album van Ludo is trouwens gemaakt toen we nog in Brussel woonden. De stad waar Ludo woont zou dus evengoed reflecties van Brussel als van Luik kunnen bevatten. Maar als Vincent morgen op reis gaat naar Portugal bijvoorbeeld, en daar huizen of andere zaken ziet die hem wel wat lijken, kunnen die evengoed verwerkt worden in een 'stadsdecor' in een Ludo-album. Er is niet zoiets als één welomlijnde stad waarin Ludo woont. Ik vind het bovendien erg belangrijk om als tekenaar even de tijd te nemen om een stad te 'leren ontdekken', te kijken hoe ze er echt uitziet. Veel tekenaars stellen een stad voor als een zwartgrijze massa, terwijl eigenlijk geen enkele stad is als een ander. Ook niet de stad waar Ludo woont. Het beeld van die stad wordt in de loop van de albums opgebouwd. De decors bevatten winkels, uitstalramen, reclameboodschappen. Een kind ziet die zaken bij een eerste leesbeurt heel waarschijnlijk niet, maar ze zijn wél van belang. Ze maken de wereld waarin Ludo leeft.'' In het nieuwste Ludo-album zitten nogal wat verwijzingen naar andere
strips. Bailly: ,,Ja. Het is niet de bedoeling om dubbele bodems in de verhalen
te stoppen. We willen altijd in de eerste plaats een verhaal uitwerken
dat, gezien onze erg jonge doelgroep, makkelijk te volgen is. Geen tien
verschillende plots door elkaar heen dus. Maar anderzijds maak ik, binnen
een duidelijke en rechtlijnige verhaallijn, wat ruimte om andere dingen
te verwerken. Zo staat in Dief en diefjesmaat bijvoorbeeld een afbeelding
van Snoopy op de ijskast in Ludo's woning. Net tijdens het tekenen van
die platen, stierf de geestelijke vader van Charles M. Schulz. Kuifje
en kapitein Haddock maken in datzelfde vierde Ludo-album ook hun opwachting.
Verborgen in het decor én in vermomming (als twee afgevaardigden
van het internationale Rode Kruis op pagina's 55-56 en 57 uit het album
De zaak Zonnebloem, TV.) weliswaar. De lezer moet dus vrij goed thuis
zijn in de wereld van Kuifje om nét dat stukje decor te zien
en te kunnen plaatsen binnen de juiste context (het bewuste fragmentje
in het vierde Ludo-album: pagina 42, tweede plaatje rechtsbovenaan,
TV).'' Mathy: ,,Ook andere zaken krijgen een vermelding binnen een Ludo-album.
Opnieuw zonder ergens het verhaal, het tempo of de climax in de weg
te staan. Zo zie je op het zevende prentje van de laatste pagina van
album 3, Wee je gebeente, (een boek waarin naast onder anderen Denis
Lapière ook Vincent Mathy meespeelt als 'Mijnheer Vincent', de
tekenaar van Castar, TV) hoe een plaat van Mano Negra wordt opgelegd.
Een groep die Pierre en ik erg goed vinden.'' Hoe reageren kinderen op de striphelden Ludo en Castar? Zien ze Ludo
als de stripheld of eerder Castar? Bailly: ,,Kinderen zien Castar veel eerder als dé stripheld. Ludo zou net zo goed één van hun vriendjes kunnen zijn. Interactie met het publiek schenkt ons erg veel inspiratie. Zo blijkt dat onze jonge lezeresjes graag een vriendinnetje of een klein zusje voor Ludo zouden zien verschijnen. David, het speelkameraadje van Ludo, mag volgens de jongens meer worden opgevoerd. Maar ook concrete situaties, zoals Ludo die tennis speelt of Ludo in het zwembad, zien onze jeugdige lezers wel zitten. Het voordeel voor ons is dat Ludo geen particulier karakter of welomlijnde leefwereld heeft. Akkoord, zijn avonturen speelden zich tot nu toe af in en rond de stad, maar in een volgend album kan Ludo evengoed op vakantie gaan op het platteland of een been breken en een tijdje (een album lang) in het ziekenhuis verblijven. Zo blijft alles open en dat biedt elk verhaal veel mogelijkheden.'' Waardoor worden jullie beïnvloed bij het tekenen? Mathy : ,,Andere stripverhalen hebben een weerslag op ons tekenwerk en de invalshoek die we gebruiken. Zoiets als een goed' of een slecht' beeldverhaal bestaat niet. Er zijn overal uitstekende strips te vinden. Zowel voor volwassenen als voor kinderen, zowel in Amerika als in Italië. Dat maakt het allemaal zo interessant. Een strip mag dan niet helemaal naar je zin zijn, de manier waarop een bepaalde situatie daarin wordt voorgesteld, kan toch nog steeds intrigerend zijn. Je kunt ons gerust 'stripkannibalen' noemen. Wij lezen zo goed als alles wat verschijnt, althans dat proberen we (lacht). De ene dag lezen we Suske en Wiske of Sarah Spits en de andere dag een verhaal van Muñoz of een comic van David Mazzuchelli. Zo blijf je ook voeling houden met wat er leeft in het stripwereldje. Een strikte indeling in vakjes volgens genre, zoals te vaak gebeurt met strips, is in dat opzicht erg betreurenswaardig. Stripverhalen blijven voor veel mensen blijkbaar eerder een product dan een uiting van kunst. Een product kun je categoriseren, kunst niet of nauwelijks, vandaar." Gaan jullie nog lang door met Ludo? Bailly: ,,Dat weet ik niet. We leveren nu regelmatig een nieuw verhaal af. Belangrijk daarbij is dat we na elk nieuw album het gevoel hebben goed werk te hebben verricht. Plezier vinden in je werk is essentieel voor ons allebei. De beste manier om graag te blijven tekenen, is openstaan voor de dingen. Doen we dat, dan wordt een nieuwe Ludo in elkaar zetten geen werk, maar een echt plezier. Maar als we omgekeerd vaststellen dat Ludo of Castar een blok aan het been wordt, dan is het best mogelijk dat we ermee stoppen. Daarnaast ben ik nu opnieuw met een realistisch verhaal bezig. Je raadt het al: opnieuw op scenario van Denis. Wat zou ik zonder hem moeten beginnen? (lacht). Ik heb reeds een vijftal platen voltooid. Het verhaal speelt zich af in een stad in Siberië waar de Sovjet-regering in de jaren 50 een verzameling wetenschappers en vakmensen bijeen heeft gebracht. Het is de bedoeling dat zij werk verrichten ter meerdere eer en glorie van de Sovjet-regering, maar het loopt anders.'' Koesteren jullie nog andere ambities? Zijn er dingen die jullie nog
graag zouden willen doen? Bailly: ,,Te veel om op te noemen eigenlijk (lacht). Vincent en ik
willen zeker ook ooit onze eigen scenario's schrijven. Samenwerken met
Denis (Lapière) is een geweldige leerschool. Ik hoop evenzeer
na verloop van tijd als tekenaar een ander, meer volwassen, genre aan
te kunnen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Muñoz, Pratt en Breccia.
Zoiets komt vanzelf, lijkt me. Kijk naar Hugo Pratt. Hij was zeker al
veertig jaar oud toen hij Corto Maltese schiep. We hebben dus alle tijd.
Laten we eerst maar proberen de klassieke beeldtaal meester te worden
vooraleer aan grootmeesters als Pratt en Muñoz te denken.'' |
||
| ZozoLala roots |