| Het morsige fotoalbum van Benno Vranken
,,Soms zit je s avonds voor de televisie te zappen en val je ineens midden in een film. Je hebt het begin gemist en omdat je weg moet, mis je ook het eind. Maar het stukje dat je hebt gezien, intrigeert je. Dat effect streef ik na in mijn strips. Niet zozeer een goed plot of vertelling, maar een bepaalde sfeer die de lezer aangrijpt. Ik heb liever dat iemand zegt dat hij de sfeer in mijn verhalen goed vindt, dan het verhaal. Dat is ook wel de kritiek die ik krijg op mijn werk: de verhalen zijn zo vreemd. Daar wordt aan gewerkt,' antwoord ik dan.'' De strips van Benno Vranken (Vlissingen, 1962) zijn uit duizenden te herkennen. Zowel zijn tekenstijl als verhalen zijn met die van niemand te vergelijken. In een vervreemdende wereld die associaties oproept met de geur van vis en teer, slepen zijn personages zich een weg door het leven. Vanuit het verre Zeeland werkt Vranken onverstoorbaar aan een uniek oeuvre dat tot dusver uitsluitend bestond uit illustraties voor de wetenschapsbijlage van de Telegraaf en enkele gekopieerde boekjes in het small press-circuit. Binnenkort verschijnt bij uitgeverij Zet. El in samenwerking met Zone 5300 een verzameling van zijn werk onder de titel Kustbewoners. Tijd voor een kennismaking met een van de meest authentieke stripmakers van dit moment. Waarom spelen zoveel van je verhalen zich af in de haven? ,,Het is een grote inspiratiebron, omdat het een raakvlak is waar mensen
elkaar ontmoeten. Je kunt je fantasie loslaten op het mysterieuze water
dat er achter ligt. Zoiets heb je niet in Amersfoort of Arnhem. Heuvels
zijn ook wel leuk, maar ze zijn veel minder interessant dan de zee. Je stijl lijkt vrij van allerlei invloeden. Heb je veel meegekregen
van de academie? ,,Totaal niet. Als ik niet naar de kunstacademie was gegaan, had ik
nu precies hetzelfde gemaakt. Ik ben tamelijk onverstoorbaar die school
doorgerold. De eerste drie jaar van de opleiding bestond uit vormgeving,
waarna je een andere afstudeerrichting kon kiezen. Ik zou het derde
jaar eigenlijk over hebben moeten doen, maar ik mocht door onder de
voorwaarde dat ik me nooit meer met vormgeving bezig zou houden. Dat
zegt veel over mijn manier van werken. Ik ben niet accuraat, eerder
slordig. Waarom ben je er überhaupt naar toe gegaan? ,,Ik heb het atheneum in Vlissingen niet afgemaakt. Ik liep door de
gangen en dacht bij mezelf: wat loop ik hier in hemelsnaam te
doen?' Toen ben ik maar weggegaan. Dat was drie maanden voor het afstuderen.
Ik had al een havo-diploma en zag het ineens helemaal niet meer zitten.
Ik wilde verder met mijn leven. Je verhalen spelen zich vaak af in denkbeeldige kustplaatsen waar het
nooit aangenaam toeven is: het is er benauwend, nooit vrolijk. Staat
het Vlissingen uit je jeugd daarvoor model? ,,Het zou kunnen. Niet dat het in Rotterdam zo aangenaam toeven was
-dat hing me op een gegeven moment ook de keel uit- maar destijds wilde
ik niets meer met Vlissingen te maken hebben. De sombere sfeer van die
tijd staat me nog steeds helder voor de geest. Als je door de straten
liep waar niets te beleven was en waar het altijd waaide
Reis je vaak in gedachten? ,,Ja, meer dan in de praktijk. Vroeger reisde ik wel veel, toen ik nog geen kinderen had. Toen ging ik ook echt op zoek naar de sfeer die ik op die schepen in Vlissingen had gezien. De sfeer van een oud Russisch schip waar je door een openstaand patrijspoortje kon kijken naar een raar interieur, volgestouwd met goedkope, Koreaanse elektronica die ik ook stond te verkopen. Dat sprak tot de verbeelding. En dat is ook wat ik probeer te tekenen.'' Het lijkt op een haat-liefdeverhouding met de zee: het fascineert je,
maar in je strips is het er nooit vrolijk. ,,Het veroorzaakt ook een hoop ellende: afscheid, dood. De zee heeft
twee gezichten. Van de ene kant het strand waar je kunt zwemmen, van
de andere kant die ellende. En niet alleen op meteorologisch gebied
met stormen en vloedgolven, maar ook voor de zeelieden. Die zijn maanden
weg van huis. Zij zitten echt niet blij te zijn in zo'n kleine kajuit.
Maar het spreekt wel heel erg tot de verbeelding. Er is eens over je werk geschreven dat de figuren in jouw verhalen
allemaal de erfzonde op hun schouders lijken te torsen. ,,Dat is ook zo. Voor een gedeelte is het natuurlijk gewoon mijn tekenstijl:
een lijntje meer en het is al snel een rimpel. Maar ik ben een beetje
een misantroop. Ik heb niet zo veel met mensen. Hoe minder mensen in
de buurt, hoe plezieriger ik het vind. Groepen vind ik beangstigend.
Dat was wat me op een gegeven moment ook aan Rotterdam ging tegenstaan:
al die krioelende mensen op de Lijnbaan en zo. Ik heb eens een opdracht
gekregen voor een affiche van een uitzendbureau. Het moesten vrolijke,
jonge mensen worden voor een campagne. Maar als ze mijn werk hadden
gekend, hadden ze dat natuurlijk nooit aan me gevraagd. Want ik kan
geen leuke, door het leven huppelende mensen tekenen, daar ben ik niet
in geïnteresseerd. Dus het werd toch weer een tekening vol koppen
van bejaarden. Waarom ben je teruggegaan naar Zeeland? ,,Ik kan in mijn werk niet zo goed prikkels van buiten gebruiken. Ik
moet niet op een plek wonen waar ik iedere avond naar de kroeg kan en
naar de film. Dat leidt af. Daarom koop ik ook geen strips meer. Ik
hoef geen inspiratie op te doen of aan nieuwe ideeën bloot te staan.
De prikkels die ik zoek zijn de fietstochtjes door het havengebied en
de schepen die je door de sluis ziet varen. Loop je niet het gevaar dat je jezelf niet meer vernieuwt als je jezelf
zo afschermt van nieuwe impulsen? ,,Ja, af en toe heb ik een schop onder mijn reet nodig. Kustbewoners is voor mij ook een afsluiting van een bepaalde periode. Hierna ga ik op een andere manier werken. Ik ga andere technieken gebruiken. Het volgende album zal anders getekend zijn. Niet langer met een kroontjespen, maar met een merkstift. Daardoor worden de lijnen dikker en krijgen de tekeningen een andere uitstraling. Je wordt door die vette lijn als tekenaar gedwongen je alleen tot de hoofdzaken te beperken. Minder kleine details. Geen rasters meer, maar arceringen. Ik denk dat het de sfeer alleen maar ten goede zal komen.'' Welke sfeer probeer je in je strips te vangen? ,,Een van mijn leraren op de academie maakte alleen maar schilderijen
van theepotten. Elke keer opnieuw: theepotten met handvaten. Dat begrepen
wij destijds niet; we vonden hem maar een beetje een rare man. Maar
inmiddels begrijp ik het wel. Hij was op zoek naar iets en zolang je
het niet gevonden hebt, probeer je het gewoon nog een keer. Hetzelfde
doe ik op kleinere schaal met mijn tekeningen. Ik heb iets in mijn hoofd
en als het er niet helemaal uitkomt, maak ik de tekening nog een keer.
En nog een keer. De lay-out van je strips is opvallend. Zelden de traditionele, omkaderde
plaatjes, maar vaak één, hooguit twee losse tekeningen
op een bladzijde. ,,Ik word nerveus van dat getuur door het raampje van al die kleine
plaatjes. Er past zo weinig in. Ik wil gewoon een tekening maken en
daarin doen wat ik wil. En dan maakt het niet uit of een personage iets
zegt in één tekening, of dat het wordt opgehakt en in
zes stukjes verdeeld over de pagina. In mijn vroegere strips heb ik
het wel geprobeerd met meer plaatjes per pagina, maar het voegde niets
toe. Hoewel je niet geïnteresseerd bent in wat ander stripmakers doen,
heb je wel eens samengewerkt met anderen. ,,Pieter Dorrenboom heeft een paar keer de tekst bij mijn tekeningen geschreven, zoals voor het verhaal Bezoek uit de Balkan dat in Kustbewoners staat. Alles was al getekend toen ik het aan hem gaf, alleen de balloons waren nog leeg. Hij heeft daarop het verhaal bij de plaatjes verzonnen. Een grappig experiment, omdat de strip er een meerwaarde door krijgt, een andere wending dan je zelf voor ogen had. Scenario's van anderen uitwerken, zie ik niet zo zitten. Ik heb geen behoefte aan andermans ideeën, zelf heb ik er genoeg.'' Waarom heb je voor het medium strip gekozen, terwijl je niet geïnteresseerd
bent in de traditionele strip of het verhaal? Je had destijds ook kunnen
besluiten om losse tekeningen of schilderijen te gaan maken. ,,Ik had wel filmregisseur willen worden, maar ik heb een hekel aan
mensen. Daarom heb ik iets gekozen dat ik in mijn eentje kon doen. De
eenzaamheid van het vak sprak me aan: in je eentje een wereld creëren.
Hoewel ik niet geïnteresseerd ben in de traditionele vertelvorm
van strips, spreekt het medium me toch aan. Het is niet zo beperkt als
een enkel schilderij of ets. Het zit in tussen het maken van een film
en het maken van een schilderij. Misschien ben ik wel een gemankeerde
filmregisseur.''
|