Strips en het nieuwe alfabetisme
Een essay

De omvang van zijn oeuvre doet anders vermoeden. Toch heeft Will Eisner niet zijn hele leven achter de tekentafel gesleten. Op latere leeftijd wierp hij zich op als promotor van de strip. De pensionaris begeleidde jonge tekenaars en probeerde via de in populaire taal gestelde taal gestelde boeken Comic & sequential art en Graphic storytelling het grote publiek aan de strip te kirjgen. Alhoewel, "strip"? Liever spreekt de Amerikaan van "sequential art" en "graphic novel". In 1993 probeerde hij met een essay in het wetenschappelijke tijdschrift Inks het begrip "new literacy" ingang te doen vinden. Het essay typeert de bevlogenheid en de stijl waarmee de ervaringsdeskundige zich in het debat manifesteert. Hieronder volgt de volledige tekst. Lees en oordeel zelf.

De strip, die lang onderschatte en onbegrepen kunstvorm, is voorgoed uit haar literaire studeerkamer te voorschijn gekomen. In dit essay zal de term strip gebruikt worden voor sequentiële grafische vertellingen zoals die normaal gesproken in strips en grafische romans voorkomen. Het belangrijkste mediaspectrum omvat gedrukte tekst, film en strips.

Op weg naar de eenentwintigste eeuw raakt het lezen uit de gratie. Leraren erkennen dat de leerlingen aan het eind van de lagere school "onwillige lezers" zijn. Het gedrukte woord wordt bedreigd. De afname van de leesvaardigheid bedreigt onze onomstreden afhankelijkheid van gedrukte tekst. Als we om ons heen kijken, kunnen we zien wat er gebeurd is. Het gedrukte woord heeft haar monopolie verloren aan andere communicatietechnologieën. Film (inclusief video) is de belangrijkste concurrent om de lezerskring geworden en krijgt in veel gevallen zelfs de voorkeur. Met de beperkte eis van film aan de kijker om vaardigheden te verwerven, lijkt de tijdrovende last te leren lezen verouderd. Wat is er gebeurd?

Er is een duidelijke beweging geweest naar electronische instrumenten die informatie, amusement en kunstmatige ervaring verstrekken middels een combinatie van geluid en beelden. Maar laten we geen tijd verspillen met het zoeken naar manieren om deze trend tegen te gaan. We hebben geen andere keuze dan het te accepteren. Televisie, de belangrijkste verspreider van film, is voor velen de belangrijkste informatiebron geworden en zal binnenkort de electronische bibliotheek in de meeste Amerikaanse huizen zijn. Er is bewijs dat het televisie kijken is toegenomen terwijl de leesvaardigheid afnam. Film en video hebben duidelijk invloed op leesgewoonten.

De wijze waarop we lezen is veranderd. Kijkers "beleven" ontelbare levensechte ervaringen van voorgeschreven duur wanneer ze televisie kijken, waar kunstmatige situaties en bedachte oplossingen worden losgelaten op het publiek. De acteurs worden "echte" mensen. Belangrijker: film kijken brengt een ritme van informatieverwerving tot stand. Het is een directe bedreiging van het gedrukte woord. De lezer, gewend aan het tempo van film, wordt ongeduldig bij lange tekstpassages. Hij of zij is gewend verhalen, ideeën en informatie snel op te nemen. Zoals we weten, worden complexe begrippen sneller opgenomen wanneer ze tot beelden gereduceerd zijn.

Maar de electronische dominantie is niet totaal. Gedrukte communicatie is nog steeds een levensvatbaar en noodzakelijk medium. Feitelijk beantwoordt het de uitdaging van de electronische media door inschikkelijkheid. Het samengaan van woord en beeld is de logische gevolgtrekking geworden. De vorm die daar het gevolg van is, wordt strip genoemd en vult het gat tussen het gedrukte woord en film.

Strips zijn een mutant van de vroegste vorm van geschreven communicatie. Hun mengeling van tekst en beeld bevredigt op handige wijze de behoefte van de hedendaagse lezer aan versnelde informatieverwerving. Ze kunnen zowel instrueren als verhalen vertellen. Strips zijn een geweldig leermiddel en kunnen onderwerpen van aanzienlijke complexiteit aan.

De impact van strips op alfabetisme of het leesproces is het bestuderen waard. Vanwege hun doordachte algemeenheden en fexibele structuur, zijn ze in de traditionele zin een valide leesmiddel, en met toevoeging van hun universele visuele component, worden ze een cross-cultureel medium dat taalgrenzen overstijgt. Een strip leren lezen is een makkelijk aangeleerde vaardigheid. Strips zijn een gedisciplineerde rangschikking van woorden en beelden die van de lezer participatie en betrokkenheid vereisen. Strips gebruiken zowel beeld als tekst onderling afhankelijk en vereisen een aanzienlijke woordenschat. Het fundamentele onderscheid tussen strips en geïllustreerde tekst is intrinsiek aan de verhalende inhoud en gebruikt een reeks van overeenkomstige beelden als een taal. Helaas gaf dit leesgemak strip de reputatie enkel geschikt te zijn voor weinig alfabete mensen met beperkte intellectuele vermogens. De aanmoediging en acceptatie van dit medium door het intellectuele establishment kan niet enthousiast genoemd worden. Lange tijd werden strips voor weinig anders dan eenvoudig amusement gebruikt. Het overwicht van tekenwerk en het traditonele comic-formaat geven meer aandacht aan de vorm dan aan de literaire inhoud. Vandaar dat het nauwelijks verbazing wekt dat strips als leesffiiddel altijd als een bedreiging van het alfabetisme werden gezien, zoals dat in het pre-visuele en -electronische tijdperk gedefinieerd werd.

Gedurende de vijftiger en zestiger jaren, toen scholen werden geconfronteerd met de concurrentie van strips om de aandacht van jonge lezers, nam de twijfel over het behoud van traditionele leesvaardigheden toe. Maar niet langer betwistten leerkrachten het overwegende gebruik van hoofdletters in tekstballonnen. Het "lezen" van het stripboek is voortaan belangrijk. De welsprekendheid van taal of haar speciale vermogen diepe en abstracte begrippen over te brengen behoudt nog steeds haar macht, ook al wordt zij geschreven in de hoofdletters en geïntegreerd met beeldreeksen.

Tegenwoordig proberen strips geraffineerde onderwerpen te behandelen. Een belangrijk onderdeel van strips dat altijd weerstand tegen hun acceptatie als serieuze lectuur heeft opgeroepen, is het gebruik van beelden. Ik geloof, niettemin, dat beelden een weerspiegeling van ervaringen zijn. Omdat ervaring aan analyse voorafgaat, vindt het intellectuele verwerkingsproces bij het lezen van strips in een sneller tempo plaats.

Verhalend beeldgebruik heeft een lange geschiedenis. Primitief beeldgebruik evolueerde tot een symbolisch alfabet, dat uiteindelijk de geschreven taal werd. Later werden beelden naar de zijlijn verdreven als ondersteuning van de tekst. De technologie van het gedrukte woord maakte van boeken een universeel medium. Van oudsher werden plaatjes in boeken gebruikt om de gedrukte tekst aantrekkelijker te maken. Maar wanneer het plaatje geïsoleerd wordt en een verhalende functie moet vervullen, vereist het een andere maatstaf. Haar gebruik moet voldoen aan een discipline verwant aan het traditionele lezen. Een plaatje heeft beperkingen. Beelden geven niet gemakkelijk abstracties weer en zijn evenmin makkelijk te gebruiken om complexe gedachten mee te uiten. Een plaatje heeft, niettemin, het voordeel dat het in absolute termen definieert. Het verkort het proces van omtrekking dat plaatsvindt wanneer woorden in het brein in beelden vertaald worden. Beelden komen over met zichtsnelheid.

Het lezen van een strip vraagt een zeker contract tussen lezer en auteur. Intellectuele inspanning van de lezer is verplicht. De strip begint met het begrip van een reeks gerangschikte beelden en woorden, zo gedrukt om qua structuur te wedijveren met de geschreven zin. De lezer dient vervolgens de tussenliggende actie, tijd, plaats en ideeën in te vullen, die tussen de beelden geïmpliceerd wordt.

Stripkunst is een vorm van expressionisme. Het vertrouwt op beelden die tot extreme eenvoud zijn teruggebracht. Normaal gesproken gebruikt de stripmaker een economie van realisme om emotie over te brengen, humor op te roepen, of, door anatomische overdrijving, heroïsche actie te simuleren. Bij avonturenverhalen wordt het teken werk meestal realistischer weergegeven. De tekst, voornamelijk dialoog, probeert echte spreektaal na te streven en wordt omgeven door ballonnen, een noodzakelijk middel om met ruimte en geluid om te gaan. Strips zijn afhankelijk van stereotypen en clichés om begrip op te roepen op basis van gemeenschappelijke ervaringen. Hun personages moeten karikaturen zijn om herkend te kunnen worden. De reeks gebeurtenissen wordt getoond middels geselecteerde fragementen uit een naadloos handelingsverloop. De striplezer verwerkt snel de uitgestelde animatie impliciet in de lopende handeling die het geheel verstandelijke betekenis geeft. De kaders (of plaatjes) onderbreken de stroom en verlenen haar tijdsverloop. Tekenstijl en ambachtelijke vaardigheid hebben een effect op de overdracht van een idee en op de impact van de inhoud. Vanwege de hoeveelheid ruimte die doorgaans door dit medium wordt gebruikt, moet de inhoud daar vaak aan worden aangepast door een zekere beknoptheid.

Een kritiek gegeven is dat van de lezer verwacht wordt de actie in te vullen die geïmpliceerd wordt tussen de plaatjes die begin dan wel eind van een handeling aangeven. Dit probleem kan vergeleken worden met dat van een toneelschrijver, die afhankelijk is van de mise en scène, de dialogen, en de vaardigheid van de acteur - met de voordelen van geluid, echte beweging en een echt tijdsverloop. De toneelschrijver stelt het publiek in de gelegenheid de werkelijkheid bij te wonen. Bij film is de kijker een passieve toeschouwer van een vastgelegde werkelijkheid. Bij strips ziet het publiek de geïmpliceerde werkelijkheid en moet de lezer de betekenis interpreteren van gebaren en bewegingen, die, ondanks de beperking van een "bevroren" beeld, trachten subtiele innerlijke gevoelens over te brengen. De rangschikking van deze gebaren en bewegingen in overeenkomst met een gevestigde leesconventie is de beheersing van de stripmaker bij het vertellen van het verhaal en de voortgang van het lezen.

Strips zijn geen substituut voor geschreven teksten. Ze zullen woorden niet verouderd maken. In feite is tekst een integraal onderdeel van strips en bepaalt de complexiteit van de inhoud vaak de verhouding tussen beelden en woorden. De grafische behandeling van letters en woorden versterkt vaak hun samengaan in het cognitieve proces. Dit is in elke zin een leeservaring. Natuurlijk wordt het begrip van de boodschap gehinderd door de onmogelijkheid de tekst van een dialoog of verhaal te lezen, maar het vaardig gebruik van beelden geeft over het algemeen aanwijzingen met betrekking tot de betekenis van de woorden. Succes bij het doceren van vreemde talen bevestigt dit. Niemand weet zeker of woorden gelezen worden vóór of nadat een plaatje bekeken is. Wel weten we dat ze niet simultaan gelezen worden. Terwijl moderne strips beginnen met een geschreven scenario, geeft het proces van compositie van elke pagina het beeld of de visuele elementen een zekere voorrang. Natuurlijk heeft de vaardigheid van de kunstenaar veel van doen met het product. Moderne strips worden (in de Verenigde Staten, red.) vaak gemaakt door een schrijver en een team van kunstenaars, en een gebrek aan coördinatie beïnvloedt soms de helderheid en leesbaarheid. Niettemin zijn de meeste teams zekerder geworden in hun vakmanschap en hebben het bereik aan onderwerpen en de kwaliteit van de inhoud zich uitgebreid.

Van werken die sterk afhankelijk zijn van tekst met statische beelden tot sterk evocatieve beelden met niet of nauwelijks tekst, zijn strips volwassen geworden om verfijnder ervaringen te behandelen en complexe thema's te dramatiseren. Strips hebben nu een nis verworven in de bibliotheek van gedrukte communicatie en getuigen van de duurzaamheid van gedrukte lectuur. Alleen al in de Verenigde Staten groeide het aantal gespecialiseerde stripwinkels tussen 1970 en 1992 van honderd tot vierduizend. Deze groei en het enorme aantal titels dat jaarlijks gepubliceerd en gekocht wordt zijn het ampele bewijs dat strips een leesmiddel zijn waarvan de tijd gekomen is. Strips behoren tot het nieuwe alfabetisme.

Will Eisner

Copyright 1993 by Will Eisner
Eerder gepubliceerd in Inks - Cartoon and comic art studies Vol 1 No. 2, pp. 2-5 (ISSN 1071-9156)

Verder lezen:
Comics & sequentiat art (Poorhouse Press, 1991; ISBN 0-9614728-0-2)
Graphic storytelling (Poorhouse Press, 1995)

ZozoLala roots